wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stofwisseling 3hv

Total questions: 53

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

In welk deel van de plant vindt fotosynthese plaats?

a)

De (groene) stengels

b)

De bloemen

c)

De wortels

d)

De zaden

2.

In welke planten en zaden vindt stofwisseling plaats?

a)

Bloeiende planten

b)

Dode planten

c)

Dode zaadjes

d)

afgevallen blaadjes

3.

Welk onderdeel onderbreekt in de vergelijking?


..... + CO2 + licht = glucose + zuurstof

a)

Water

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

4.

Wat gebruiken cellen als brandstof?

a)

Water

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

d)

Glucose

5.

Marlon zegt: Verbranding vindt plaats in elke cel van je lichaam.

Gerard zegt: In plantencellen vindt geen verbranding plaats


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Marlon heeft gelijk

c)

Gerard heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

6.

Wat wordt in plantencellen afgebroken om nieuwe energie vrij te maken

a)

Glucose

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Zuurstof

7.

Bladgroenkorrels komen alleen voor in de cellen van ...

a)

planten

b)

dieren

c)

mensen

8.

Mitochondrien komen voor in de cellen van ...

a)

planten

b)

dieren

c)

mensen

9.

Van welke stof ontstaat bij de fotosynthese

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Water

10.

Welke stof ontstaat bij de fotosynthese

a)

Koolstofdioxide

b)

Glucose

c)

Water

d)

Energie

11.

Welke stof is altijd nodig voor de verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Water

12.

In welk celorganel vindt verbranding plaats

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celkern

c)

Mitochondrien

d)

Celmembraan

13.

Worden bij stofwisseling stoffen omgezet in andere stoffen?

a)

Ja

b)

Nee

14.

Bestaat een hoefijzer uit anorganische stoffen?

a)

Ja

b)

Nee

15.

Bestaat een kangoeroe uit organische en anorganische stoffen?

a)

ja

b)

nee

16.

Is een enzym een koolhydraat?

a)

Ja

b)

Nee

17.

Worden enzymen verbruikt bij een reactie?

a)

Ja

b)

Nee

18.

Ontstaat koolstofdioxide bij fotosynthese?

a)

Ja

b)

Nee

19.

Kan er in bloemen fotosynthese plaatsvinden?

a)

Ja

b)

Nee

20.

Nemen de huidmondjes vooral water op voor de fotosynthese?

a)

Ja

b)

Nee

21.

Kan cellulose dienen als bouwstof?

a)

Ja

b)

Nee

22.

Vindt er in een paard assimilatie plaats?

a)

Ja

b)

Nee

23.

Ontstaan bij assimilatie anorganische stoffen?

a)

Ja

b)

Nee

24.

glucose + zuurstof ==> koolstofdioxide + water + energie.

Dit is de reactie vergelijking van...

a)

Fotosynthese

b)

Verbranding

25.

Is beweging een vorm van energie?

a)

Ja

b)

Nee

26.

Is brandstof meestal een anorganische stof?

a)

Ja

b)

Nee

27.

Vindt er 's nachts verbranding plaats in organismen?

a)

Ja

b)

nee

28.
Welke stof bevat veel energie?
a)
Zuurtsof
b)
Koolstofdioxide
c)
Water
d)
Eiwit
29.
In een aquarium die in het licht staat, gevuld is met water, slakken en waterplantjes...
a)
Blijft het zuurstof en koolstofdioxide gehalte gelijk
b)
Daalt het koolstofdioxide gehalte
c)
Daalt het zuurstofgehalte
30.
Een salamander heeft een hogere stofwisseling bij een temperatuur van 40 graden celcius dan een hond.
a)
Juist
b)
Onjuist
31.

Reducenten (bacteriën en schimmels) maken van een voedselweb een kringloop, door dood materiaal (blaadjes van bomen, huidschilvers, dode organismen) om te zetten tot voedingsstoffen. Welke omzetting is dit?

a)

Van anorganisch naar organisch

b)

Van organisch naar organisch

c)

Van organisch naar anorganisch

d)

Van anorganisch naar anorganisch

32.

Planten zijn autotroof: d.w.z. dat ze hun eigen voedingsstoffen produceren. Hiermee zorgen zij voor het vastleggen van energie voor het ecosysteem. Waar komt de energie vandaan?

a)

Water

b)

Mineralen

c)

Zonlicht

d)

Verbranding

33.

A1

Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.

Dit organisme is een

a)

dier

b)

plant

c)

bacterie

d)

schimmel

34.

Welke stoffen zijn alleen maar abiotisch?

a)

water, grond, biotoop, temperatuur

b)

grond, voedsel, lucht, neerslag

c)

vijand, aarde, water, bodem

d)

neerslag, roofdier, levensgemeenschap

35.

welk organisme is autotroof?

a)

planteneter

b)

vleeseter

c)

bacterie

d)

alg

36.

Het optimum (hier werk het enzym optimaal) van enzym 2 is bij hoeveel graden celcius?

a)

12

b)

37

c)

48

d)

20

37.

In verteringssappen zitten enzymen. Een enzym is een stof die helpt met het omzetten van de ene stof in een andere stof. Het enzym zelf verandert niet. Er zijn heel veel verschillende enzymen. Bij de werking van enzymen wordt vaak de term: "sleutel-slot-principe" gebruikt. Wat wordt er bedoeld met deze term?

a)

Dat een enzym elke stof kan omzetten.

b)

Dat een bepaald soort enzym altijd helpt bij dezelfde omzetting.

c)

Dat elk enzym overal makkelijk bij kan en zijn werk kan doen.

d)

Dat een enzym niet verandert bij de omzetting van stoffen.

38.

Welke cel bevat meer mitochondriën?

a)

Zenuwcel

b)

Spiercel

c)

Huidcel

d)

Haarcel

39.

Welk enzym vertoont de grootste enzymactiviteit?

a)

X

b)

Y

c)

Z

40.

Welk of welke enzymen kunnen worden opgewarmd tot 45 graden, vervolgens worden afgekoeld en werken daarna nog steeds?

a)

X

b)

Y

c)

Z

d)

Y en Z

e)

X, Y en Z

41.

Welke van deze factoren is géén abiotische factor

a)

Wind

b)

Concurrentie

c)

Temperatuur

d)

Grondwater

42.

Welke twee dieren uit dit rijtje zijn koudbloedig?

a)

Zeearend

b)

Karper

c)

Kikker

d)

Reuzenpanda

43.

Het kaarsje kan branden omdat er ...

a)

voldoende zuurstof is en voldoende brandstof is

b)

voldoende brandstof is en voldoende koolstofdioxide is

c)

voldoende koolstofdioxide is en voldoende water

d)

voldoende lucht is en voldoende brandstof

44.

Het kaarsje is gestopt met branden omdat er ...

a)

te weinig zuurstof is en voldoende brandstof is

b)

voldoende brandstof is en voldoende koolstofdioxide is

c)

voldoende koolstofdioxide is en voldoende water

d)

te weinig brandstof is en voldoende water

45.

We vergelijken de kikker in bak 1 met de kikker in bak 3.

            Welke van beide kikker heeft de hoogste lichaamstemperatuur?

a)

Bak 1

b)

Bak 3

46.

Bij welke van beide kikkers zal de grondstofwisseling het hoogst zijn?

a)

Bak 1

b)

Bak 3

47.

In welke van de vier bakken zal na enige tijd het koolstofdioxidegehalte het hoogst zijn?

a)

Bak 1

b)

Bak 3

c)

Bak 2

d)

Bak 4

48.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
49.

Wat kan ik aantonen met helder kalkwater?

a)

zuurstof

b)

stikstof

c)

koolstodioxide

d)

helium

50.

Wat denk je dat er gebeurt er met het helder kalkwater tijdens dit proefje?

a)
het kalkwater verdwijnt
b)
het kalkwater gaat stinken
c)
het kalkwater doet niks
d)
het kalkwater wordt troebel
51.

In welk celorganel vindt fotosynthese plaats?

a)

Cytoplasma

b)

Bladgroenkorrels

c)

Mitochondriën

d)

Celwand

52.

Welke van onderstaande voorbeelden zijn voordelen van fotosynthese voor de mens? (2 antwoorden goed)

a)

Door fotosynthese komt energie vrij.

b)

Er wordt glucose gemaakt dat wij als voedingsstof kunnen gebruiken.

c)

Er wordt zuurstof gemaakt dat we in kunnen ademen voor verbranding.

d)

Er wordt CO2 gemaakt dat we in kunnen ademen voor verbranding.

53.

Bekijk de grafiek. Deze grafiek laat zien wat er gebeurt in de omgeving rond een plant. Staat deze plant in het licht of in het donker? Leg uit waarom.

a)

De plant staat in het licht, want hij doet aan fotosynthese waardoor CO2 afneemt en zuurstof wordt gemaakt.

b)

De plant staat in het licht, want hij doet aan fotosynthese waardoor zuurstof afneemt en CO2 wordt gemaakt.

c)

De plant staat in het donker, want hij doet aan verbranding waardoor CO2 afneemt en zuurstof wordt gemaakt.

d)

De plant staat in het donker, want hij doet aan verbranding waardoor zuurstof afneemt en CO2 wordt gemaakt.