wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V4 H1 Leefomgeving water

Total questions: 27

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Laagste deel van een rivier, net voordat zij in de zee stroomt.

(a)  

2.

Het gebied dat door winterdijken tegen de rivier wordt beschermd.

(a)  

3.

Het begin ven een rivier, het bovenste deel dat meestal in de bergen stroomt.

(a)  

4.

Het gebied tussen de 2 winterdijken waar de rivier stroomt.

(a)  

5.

De totale hoeveelheid water die een rivier afvoert op een bepaalde plek per tijdseenheid.

(a)  

6.

De situatie waarin het verschil tussen vloed en eb minimaal is.

(a)  

7.

Dit bestaat uit winterdijken, uiterwaarden en zomerdijken.

(a)  

8.

Het wegzakken van water in de bodem.

(a)  

9.

Dit is de doorsnede van een rivier vanaf de bron tot de monding, bestaande uit boven-, midden- en benedenloop.

(a)  

10.

De verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode, bijvoorbeeld een jaar.

(a)  

11.

De maximale afvoer tijdens een hoogwaterperiode.

(a)  

12.

De schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende een jaar.

(a)  

13.

De situatie van hoge vloed en lage eb.

(a)  

14.

Gebied waarbinnen al het regen- en smeltwater via een hoofdrivier naar zee stroomt.

(a)  

15.

Een rivier met haar zijrivieren.

(a)  

16.

Gebied tussen rivier en de winterdijk dat overstroomt wanneer de rivier buiten haar oevers treedt.

(a)  

17.

Het gemiddelde verval per kilometer (m/km).

(a)  

18.

Door toegenomen verstedelijking neemt het oppervlakte van straten en wegen toe, waardoor regenwater sneller afspoelt.

(a)  

19.

De hoeveelheid tijd die water nodig heeft om na een regenbui in de rivier te komen.

(a)  

20.

Het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier.

(a)  

21.

De grens tussen 2 stroomgebieden.

(a)  

22.

Het gebied tussen de beide winterdijken dat bestaat uit zomerbed en uiterwaard.

(a)  

23.

De bedding waar de rivier 's zomers doorheen stroomt.

(a)  

24.

De hoeveelheid water die een gebied binnenstroomt.

(a)  

25.

De overheid kijkt ver vooruit zodat zij op tijd betaalbare maatregelen kan nemen om zo flexibel in te spelen op nieuwe kansen en nieuwe inzichten.

(a)  

26.

Het tijdelijk opslaan van water in retentiebekkens of gegraven poelen.

(a)  

27.

Programma van overheden en andere organisaties met aanbevelingen om Nederland te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoetwater.

(a)