wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 Verbranding en ademhaling 2 B/K

Total questions: 59

Worksheet time: 59mins

Name
Class
Date
1.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
2.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
3.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
4.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
5.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
6.

Wat kan ik aantonen met helder kalkwater?

a)

zuurstof

b)

stikstof

c)

koolstodioxide

d)

helium

7.
Wat gebeurt er met het helder kalkwater tijdens dit proefje?
a)
het kalkwater verdwijnt
b)
het kalkwater gaat stinken
c)
het kalkwater doet niks
d)
het kalkwater wordt troebel
8.
Wat heb ik aangetoond met dit proefje?
a)
..dat er zuurstof vrijkomt bij verbranding
b)
...dat er stikstof vrijkomt bij verbranding
c)
....dat er koolstofdioxide vrijkomt bij verbranding
d)
..ik heb niks aangetoond
9.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
10.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
11.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
12.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
13.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
14.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt
b)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt
c)
De lucht hierdoor warmer ,vochtiger en geroken wordt
d)
De lucht hierdoor gezuiverd,droger en kouder wordt
15.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

16.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

17.

Wat is de indicator voor CO2

a)

kalkwater

b)

jodium

c)

helder kalkwater

d)

Fehling A en B

18.

Lucht bestaat alleen maar uit zuurstof of koolstofdioxide.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Lucht kan zowel ingeademd worden via de neus als de mond.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Bij verbranding komen afvalstoffen vrij. Dit zijn:

a)

water en zuurstof

b)

zuurstof en koolstofdioxide

c)

koolstofdioxide en suiker

d)

water en koolstofdioxide

21.

Bij verbranding zijn stoffen nodig om iets te kunnen laten branden. Dit zijn:

a)

brandstof en water

b)

water en koolstofdioxide

c)

koolstofdioxide en zuurstof

d)

zuurstof en brandstof

22.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. Nummer 3 is:

a)

de huig

b)

het strottenhoofd

c)

de luchtpijp

d)

de schildklier

23.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. De naam van nummer 11 is:

a)

de long

b)

de bronchie

c)

de luchtpijp

d)

de longblaasjes

24.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter P veel zuurstof?

a)

ja

b)

nee

25.

Als een bergbeklimmer in de bergen boven de 4000 m/5000 m hoogte komt, kan hij zuurstof tekort krijgen, de lucht is ijl, er zit minder zuurstof in de lucht. Het is ook kouder. Hij zal dan .... gaan ademhalen.

a)

hetzelfde

b)

rustiger

c)

sneller

26.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter P veel koolstofdioxide?

a)

ja

b)

nee

27.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter S veel koolstofdioxide?

a)

ja

b)

nee

28.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter S veel zuurstof?

a)

ja

b)

nee

29.

Ingeademde lucht is .... uitgeademde lucht.

a)

kouder dan

b)

warmer dan

c)

gelijk aan de temperatuur van

30.

Uitgeademde lucht is .... ingeademde lucht.

a)

kouder dan

b)

warmer dan

c)

gelijk aan de temperatuur van

31.

Bij inademen worden de longen gevuld met lucht. Inademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

32.

Bij uitademen legen de longen zich, de lucht wordt uitgeblazen. Uitademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

33.

Het kaarsje kan branden omdat er ...

a)

voldoende zuurstof is en voldoende brandstof is

b)

voldoende brandstof is en voldoende koolstofdioxide is

c)

voldoende koolstofdioxide is en voldoende water

d)

voldoende lucht is en voldoende brandstof

34.

Het kaarsje is gestopt met branden omdat er ...

a)

te weinig zuurstof is en voldoende brandstof is

b)

voldoende brandstof is en voldoende koolstofdioxide is

c)

voldoende koolstofdioxide is en voldoende water

d)

te weinig brandstof is en voldoende water

35.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
36.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
nieren
d)
geen van de drie
37.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

38.

wat zie je hier

a)

de longblaasjes

b)

de luchtpijp

c)

de bronchien

d)

de luchtpijptakjes

39.

In welk orgaan vindt ademhaling plaats?

a)
b)
c)
d)
40.

Benoem cijfertje 1.

a)

Longblaasjes

b)

Luchtpijp

c)

Longtak

d)

Longhaarvaten

41.

Nummer 3 op de afbeelding is een ...

a)

longtak

b)

longtrechtertje

c)

longblaasje

d)

haarvaten

e)

luchtpijptak

42.

Wat is de naam van het orgaan bij de pijl?

a)

keelholte

b)

mondholte

c)

neusholte

43.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

44.

Welk gas wordt er opgenomen in de longblaasjes?

a)

Stikstof

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

45.

Zit de luchtpijp voor of achter de slokdarm?

a)

voor

b)

achter

46.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

47.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

48.
Nummer 7 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
49.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
50.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
51.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

52.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
53.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
54.

Welke weg legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?

a)

neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie

b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
55.

wat zie je hier

a)

de longblaasjes

b)

de luchtpijp

c)

de bronchien

d)

de luchtpijptakjes

56.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
57.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
58.

1 longen worden groter

2 borstholte wordt groter

3 tussenribspieren trekken samen

4 lucht stroomt naar binnen

Wat is de goede volgorde?

a)

1-2-3-4

b)

4-1-3-2

c)

3-2-1-4

d)

3-1-2-4

59.

Waardoor is de luchtpijp zo stevig?

a)

Door de spieren

b)

Doordat er continu lucht doorheen stroomt

c)

Door de kraakbeenringen

d)

Doordat er bot omheen zit