Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Ken Doe Les 1: Onderweg

Total questions: 17

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Zet het werkwoord in de juiste vorm in de VTT.

Ik heb me aan het loket ... (aanmelden).

(a)  

2.

Zet het werkwoord in de juiste vorm, de VTT.

De leraar heeft de opdracht ... (herhalen).

(a)  

3.

Zet het werkwoord in de juiste vorm, de VTT.

Ik ben blij dat ik niet ben ... (thuisblijven)

(a)  

4.

Zet het werkwoord in de juiste vorm, de VTT.
Ik heb aan het loket 14 euro ... (betalen)

(a)  

5.

Zet het werkwoord in de juiste vorm, de VTT.

We hebben het probleem ... (oplossen)

(a)  

6.

Wat zie je op de foto?

a)

de fiets

b)

het spoor

c)

de helm

d)

de parkeerplaats

7.

Wat zie je op de foto?

a)

de korting

b)

het antwoordapparaat

c)

de boodschap

d)

de hinder

8.

Wat zie je op de foto? Waar wacht deze conducteur? Op het ...

(a)  

9.

Wat zie je op deze foto?

a)

het voorwerp

b)

het vervoerbewijs

c)

de vertraging

d)

het geduld

10.

Vertaal het volgende woord: l'objet perdu

(a)  

11.

Vertaal het volgende woord: la destination

(a)  

12.

Vertaal het volgende woord: l'avantage

(a)  

13.

Vertaal het volgende woord: la limitation de vitesse

(a)  

14.

Vervoeg de zin in de V.T.T.

De volgende elementen zullen je helpen.

De school - beginnen - om 8.00


a)

De school is om 8u begonnen.

b)

De school is om 8u beginnen.

c)

De school heeft om 8u beginnen.

d)

De school heeft om 8u begonnen.

15.

Vervoeg de zin in de V.T.T.

De volgende elementen zullen je helpen.

Mijn vader - worden - 45 - in 2020

a)

Mijn vader heeft in 2020 45 geworden.

b)

Mijn vader heeft in 2020 45 geword.

c)

Mijn vader is in 2020 45 geword.

d)

Mijn vader is in 2020 45 geworden.

16.

Vervoeg de zin in de V.T.T.

De volgende elementen zullen je helpen.

Marieke - fietsen - een uur - in het bos

a)

Marieke is een uur in het bos gefietst.

b)

Marieke heeft een uur in het bos gefietsd.

c)

Marieke is een uur in het bos gefietsd.

d)

Marieke heeft een uur in het bos gefietst.

17.

Vervoeg de zin in de V.T.T.

De volgende elementen zullen je helpen.

Bram - zich wassen - al

a)

Bram is zich al gewast.

b)

Bram heeft zich al gewassen.

c)

Bram heeft zich al gewast.

d)

Bram is zich al gewassen.