wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H1: Iran

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Iran is een vlak land

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

De hoofdstad van Iran is

a)

Bagdag

b)

Islamabad

c)

Qom

d)

Teheran

3.

Het geloof van Iran is

a)

Boedistisch

b)

Islamitisch

c)

Rooms Katholiek

d)

Orthodox christelijk

4.

Wat is een legenda?

a)

Een lijst met de betekenis van alles in de boek.

b)

Een lijst met de betekenis van alles in een atlas.

c)

Een lijst waarin je kunt vinden waar alles staat in een atlas.

5.

Waar in de atlas vindt je de legenda?

a)

In/naast de kaart

b)

Voorin de atlas

c)

Achterin de atlas

6.

Waar in de atlas kun je de algemene inhoud vinden?

a)

Voorin de atlas

b)

In het midden van de atlas

c)

Achterin de atlas

7.

Welke soorten kaarten zijn er?

a)

Thematische kaarten

b)

Topografische kaarten

c)

Natuurkundige kaarten

d)

Staatkundige kaarten

8.

Wat heb je nodig om een kaart goed te kunnen lezen?

a)

Ogen - legenda - schaal - titel

b)

titel - legenda - schaal en noordpijl

c)

noordpijl en legenda

9.

Waar vind je de noordpijl als die niet op de kaart staat?

a)

Boven aan de kaart

b)

Onder aan de kaart

c)

zijkant

10.
Wat gebeurt er met de relatieve afstand als de pont wordt vervangen door een brug?
a)
Wordt groter
b)
Blijft gelijk
c)
Wordt kleiner
11.
Wat mist er op deze kaart?
a)
Legenda
b)
Noordpijl
c)
Schaal
d)
Titel
12.
De afstand van het Centraal Station naar de Dam is op de kaart 5 cm. De schaal van de kaart is 1:20.000.
a)
0,1 km
b)
1 km
c)
0,2 km
d)
2 km
13.
Waar of niet waar?
Als je een kleiner gebied wilt bekijken met meer detail, moet je inzoomen.
a)
Waar
b)
Niet waar
14.
Op een overzichtskaart van de wereld zie je meer detail dan op een overzichtskaart van Vancouver.
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
De rode lijn geeft de ............. aan
a)
Absolute afstand
b)
Relatieve afstand
16.

Waar zorgt de evenaar voor?

a)

Op aarde NB en ZB hebben

b)

Op aard OL en WL hebben

17.

Een kaart heeft een schaal van 1: 100.000. Hoeveel kilometer is dat in werkelijkheid?

a)

1 km

b)

10 km

c)

15 km

d)

100 km

18.

Bij welk niveau hoort deze uitspraak? ''In het drukke stadscentrum van Maastricht hebben de mensen een hoger salaris dan in de buitenwijken''

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

19.

Wanneer je kijkt naar een streek of provincie dan kijk je op ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

20.

Als je eerst op mondiaal schaalniveau kijkt en daarna op contintaal schaalniveau... Wat doe je dan??

a)

inzoomen

b)

uitzoomen

21.

Welk niveau hoort bij Gelderland?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

22.

Wanneer je kijkt naar een werelddeel dan kijk je op ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

23.

Een ander woord voor reliëf is

a)

Hoogte in het landschap

b)

Hoogvlakte in het landschap

c)

Hoogteligging in het landschap

d)

Hoogteverschil in het landschap

24.

Wat is geen buurtland van Iran?

a)

Turkije

b)

Armenië

c)

Afghanistan

d)

Pakistan

e)

India

25.

Wat is de bazaar?

a)

Een markthal

b)

Een openbaar toilet

c)

Een schoolgebouw

d)

Een communicatietoren

26.

Waar is bevolkingsdichtheid laag?

a)

In de bergen

b)

In de woestijn

c)

In de stad

d)

In zuid Teheran

27.

Wat is geen stad in Iran?

a)

Yazd

b)

Ahvaz

c)

Mashad

d)

Islamabad

28.

Wat is de naam van het groene continent?

a)

Amerika

b)

Azië

c)

Europa

d)

Afrika

29.

Peter onderzoekt de armoede in de wereld. Welk schaalniveau is dit?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

30.

Erik zegt dat het inkomen in het noorden van Nederland lager ligt dan in het zuiden. Welk niveau past hierbij.

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau