wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H8 Je lichaam werkt

Total questions: 54

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

De juiste volgorde van klein naar groot is...

a)

Cel --> Weefsel --> Orgaan --> Orgaanstelsel --> Organisme

b)

Organisme --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Weefsel --> Cel

c)

Cel --> Orgaan --> Weefsel --> Organisme --> Orgaanstelsel

d)

Weefsel --> Cel --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Organisme

2.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 1?

(a)  

3.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 4?

(a)  

4.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 8?

(a)  

5.

Om te kunnen bewegen hebben onze spieren brandstoffen nodig. Welke orgaanstelsels werken samen om je spieren van brandstoffen te voorzien? Tik de stelsels aan.

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

6.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 1 staan?

(a)  

7.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 2 staan?

(a)  

8.

Uitgeademde lucht bevat meer ..?

a)

Zuurstof (O2)

b)

Stikstof (N)

c)

Koolstofdioxide (CO2)

d)

Waterstof (H)

9.

Benoem nummer 5

(a)  

10.

Wat is de naam van deel 2?

a)

keelholte

b)

mondholte

c)

neusholte

d)

strottenhoofd

11.

Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel wordt afgesloten door het strotklepje?

(a)  

12.

Bij de inademing gaan de ribben en het middenrif omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

(a)   kan hechten aan hemoglobine in rode bloedcellen.

14.

Welk nummer geeft de linkerkamer aan?

a)

4

b)

6

c)

11

d)

13

15.

Welk nummer geeft de longader aan

a)

9

b)

8

c)

2

d)

1

16.

In welk bloedvat pompt de rechterkamer het bloed?

a)

De longslagader

b)

De longader

c)

De aorta

d)

De onderste holle ader

17.

Wat is de functie van de rechterboezem?

a)

Die heeft geen functie

b)

Die pompt bloed naar de rechterkamer

c)

Die pompt bloed naar het lichaam

d)

Die pompt bloed naar de linkerkamer

18.

De juiste volgorde van de hartslag is:

1. Boezems trekken samen.

2. Kamers trekken samen.

3. Rust/pauze.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Welk bloedvat voorziet de hartspier zélf van de benodigde zuurstof en voedingsstoffen?

a)

de onderste holle ader

b)

de aorta

c)

de kransslagader

d)

daarvoor is geen speciaal bloedvat.

20.

De rechter helft van het hart pompt bloed naar de longen

a)

juist

b)

onjuist

21.

Wat is de juiste volgorde van het stromen van het bloed in de kleine bloedsomloop?

a)

rechter boezem - rechter kamer - longen - linker boezem - linker kamer

b)

rechter kamer - rechter boezem - longen - linker boezem - linker kamer

c)

linker boezem - linker kamer - longen - rechter boezem - rechter kamer

d)

linker kamer - linker boezem - longen - rechter boezem - rechter kamer

22.

De hartkleppen zorgen er voor dat

a)

het bloed niet van de boezem naar de kamers stroomt

b)

het bloed niet in de longen stroomt

c)

het bloed niet van de kamer naar de boezem stroomt

d)

het bloed niet vanuit de longslagader terug de kamer in loopt

23.

Als de kamers samentrekken staan de hartkleppen open

a)

juist

b)

onjuist

24.

Na het samentrekken van de kamers, trekken de boezems samen

a)

juist

b)

onjuist

25.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

26.

In cellen regelt .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

de vacuole

b)

het cytoplasma

c)

de celkern

d)

het celmembraan

27.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

28.

Er vind verbranding plaats in het lichaam. Welke van de onderstaande reactievergelijkingen is juist?

a)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water

b)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water + energie

c)

Glucose + koolstofdioxide --> zuurstof + water + energie

d)

Glucose + zuurstof --> koolstofmonoxide + water + energie

29.

Slagaders pompen het bloed van het hart naar organen. Vervoert de longslagader zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

30.

Wat is een belangrijk kenmerk van aders?

a)

Aders transporteren het bloed naar het hart toe

b)

Aders wisselen vocht uit met het omliggende weefsel

c)

Aders hebben geen kleppen

d)

Aders transporteren het bloed van het hart af

31.

In welk gedeelte van het hart is de wand het dikst?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

32.

In welk deel van de bloedsomloop zal de zuurstof concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

longader

c)

poortader

d)

holle ader

33.

In welk deel van de bloedsomloop zal de glucose concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

aorta

c)

poortader

d)

darmader

34.

Het bloed stroomt van een kuitspier via de longen weer terug naar dezelfde kuitspier. Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart. De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt is achtereenvolgens:

a)

linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem

b)

linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer

c)

rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem

d)

rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer

35.

Het bloed in een kransslagader van de mens wordt vergeleken met dat in een kransader wat betreft glucosegehalte en de stroomrichting.


In welk bloedvat is het glucosegehalte het hoogst? In welke richting stroomt dit bloed?

a)

in een kransslagader; naar het hartspierweefsel toe

b)

in een kransslagader; van het hartspierweefsel af

c)

in een kransader; naar het hartspierweefsel toe

d)

in een kransader; naar het hartspierweefsel af

36.

Via de kransslagaders stroomt bloed naar het hartspierweefsel en via de kransaders stroomt het bloed er weer uit. Daarna gaat dit bloed verder door het lichaam.

In welk deel van het hart zal dit bloed vervolgens als eerste komen?

a)

rechterboezem

b)

rechterkamer

c)

linkerboezem

d)

linkerkamer

37.

Bij een mens komt een rode bloedcel, die het hart verlaat, meestal door 1 haarvatennet, voordat deze cel terugkomt in het hart.

Bijvoorbeeld:

hart - aorta - nierslagader - nierhaarvaten - nierader - holle ader - hart


Via welke slagader is hierop een uitzondering, omdat een rode bloedcel dan 2 keer door een (verschillend) haarvatennet gaat?

a)

de darmslagader

b)

de longslagader

c)

de leverslagader

d)

de kransslagader

38.

Over bloedvaten van de mens worden twee beweringen gedaan:


1) Alle slagaders vervoeren zuurstofrijk bloed

2) De poortader vervoert zuurstofrijk bloed naar de darmen


Welke bewering(en) is of zijn juist?

a)

beide juist

b)

beide onjuist

c)

alleen 1 is juist

d)

alleen 2 is juist

39.

Een molecuul koolstofdioxide bij de mens wordt via de leverader afgevoerd en door een long uitgescheiden.


Door welke bloedvaten gaat dit molecuul in ieder geval?

a)

door een holle ader en een longslagader

b)

door een holle ader en een longader

c)

door een longslagader en de aorta

d)

door een longslagader en een longader

40.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de rechterkamer?

a)

longslagader

b)

rechterboezem

c)

longader

d)

aorta

41.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de linkerkamer?

a)

longslagader

b)

rechterboezem

c)

longader

d)

aorta

42.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de longslagader?

a)

longhaarvaten

b)

linkerboezem

c)

longader

d)

rechterboezem

43.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de nierhaarvaten?

a)

nierader

b)

nierslagader

c)

holle ader

d)

poortader

44.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de poortader?

a)

leverhaarvaten

b)

leverslagader

c)

holle ader

d)

leverader

45.

Welke naam heeft nummer 11?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

46.

Welke naam heeft nummer 3 ?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

47.

De kleine bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

48.

Kijk goed naar de afbeelding. Als de kamers vollopen met bloed zijn de hartkleppen ...

a)

open

b)

gesloten

49.

Meestal heeft bloed een rode kleur, maar inktvissen hebben blauw bloed. Welk bestanddeel van het bloed is anders bij inktvissen?

a)

bloedplaatjes

b)

bloedplasma

c)

fibrinogeen

d)

hemoglobine

50.

Welke bloeddeeltjes spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van ziekteverwekkers?

a)

rode bloedcellen

b)

bloedplaatjes

c)

witte bloedcellen

d)

hemoglobine

51.

Welk bestanddeel van het bloed is verantwoordelijk voor het vervoer van voedingsstoffen?

a)

rode bloedcellen

b)

vaste bestanddelen

c)

bloedplasma

d)

witte bloedcellen

52.

Het bloed in deze ader is zuurstofarm en koolstofdioxiderijk. Ook bevat het bloed in deze ader weinig voedingsstoffen maar veel meer afvalstoffen.

Welke ader voldoet aan deze omschrijving?

a)

De poortader

b)

de onderste holle ader

c)

de nierslagader

d)

de longader

53.

In de afbeelding is een doorsnede van het hart met aansluitende bloedvaten schematisch getekend.

Via welk bloedvat komt zuurstofrijk bloed het hart binnen?

a)

bloedvat 1

b)

bloedvat 2

c)

bloedvat 3

d)

bloedvat 4

54.

In de afbeelding is een doorsnede van het hart met aansluitende bloedvaten schematisch getekend.

Via welk bloedvat komt zuurstofarm bloed het hart binnen?

a)

bloedvat 1

b)

bloedvat 2

c)

bloedvat 3

d)

bloedvat 4