Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woorden A1 thema 8

Total questions: 38

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord is weg?

De kinderen spelen met een ______

a)

team

b)

bal

c)

voetballen

d)

sporten

2.

Welk woord is weg?

Je kunt in deze winkel kleding voor ________ kopen.

a)

dames

b)

het nummer

c)

de hobby

d)

vrienden

3.

Welk woord is weg?

Ik ga __________ invullen.

a)

inschrijven

b)

de telefoon

c)

het formulier

d)

het team

4.

Welk woord is weg?

Ik ga elke maand _______.

a)

uit eten

b)

het museum

c)

het restaurant

d)

de boerderij

5.

Welk woord is weg?

Hij gaat in het water ________.

a)

gezond

b)

drinken

c)

vertellen

d)

zwemmen

6.

Welk woord is weg?

Ik luister graag naar _________.

a)

dans

b)

muziek

c)

de telefoon

d)

het restaurant

7.

Welk woord is weg?

Ik heb een huisdier. Het is een _________.

a)

paard

b)

schaap

c)

kat

d)

koe

8.

Welk woord is weg?

Het varken leeft op de _________.

a)

gras

b)

buiten

c)

boerderij

d)

wedstrijd

9.

Welk woord is weg?

Het team speelt _______ acht uur.

a)

vanaf

b)

op

c)

weer

d)

als

10.

Welk woord is weg?

We gaan een dage weg naar _______.

a)

op bezoek

b)

uit eten

c)

kwijt

d)

zee

11.

Wat zie je hier?

a)

de dame

b)

de jongen

c)

de heer

d)

het kind

12.

Wat zie je hier?

a)

de radio

b)

zingen

c)

de muziek

d)

dansen

13.

Wat zie je hier?

a)

de kat

b)

de hond

c)

het paard

d)

de koe

14.

Wat zie je hier?

a)

de koe

b)

uit eten

c)

sporten

d)

dik

15.

Wat zie je hier?

a)

de postcode

b)

het adres

c)

het nummer

d)

de geboortedatum

16.

Wat zie je hier?

a)

het formulier

b)

het adres

c)

vertellen

d)

de cursus

17.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

Ik ______ graag voetballen.

a)

wil

b)

wilt

c)

willen

d)

will

18.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

Joran _________ met zijn broertje.

a)

speel

b)

speelt

c)

spelen

d)

spelt

19.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

De jongens ________ voor de wedstrijd.

a)

train

b)

trainen

c)

traint

d)

trainet

20.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

Nadine komt koffie _________.

a)

drinkt

b)

drink

c)

drinken

d)

drinket

21.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

Mijn postcode ______ 4196 BB.

a)

zijn

b)

ben

c)

bent

d)

is

22.

Niet of geen?

Ik drink (a)   koffie.

23.

Niet of geen?

Ik ga vandaag (a)   naar school.

24.

Niet of geen?

Wij hebben (a)   kinderen.

25.

Niet of geen?

Zij houdt (a)   van voetballen.

26.

Niet of geen?

Ik zwem (a)   .

27.

Niet of geen?

Hij ziet (a)   paarden.

28.

Niet of geen?

Het meisje speelt (a)   met de hond.

29.

Niet of geen?

Het team voetbalt vandaag (a)   .

30.

Niet of geen?

De schapen staan (a)   buiten.

31.

Niet of geen?

Wij zingen (a)   liedjes.

32.

Wat is het meervoud?

het paard

a)

de parden

b)

de paarden

c)

de paards

33.

Wat is het meervoud?

de bal

a)

de bals

b)

de balen

c)

de ballen

34.

Wat is het meervoud?

de vriend

a)

de vrienden

b)

de vriends

c)

de vriendin

35.

Wat is het meervoud?

het nummer

a)

de nummers

b)

de nummeren

c)

de nummerren

36.

Wat is het meervoud?

het liedje

a)

de liedjen

b)

de liedjes

c)

de lieden

37.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

Hij ________ een nieuwe auto.

a)

heb

b)

hebben

c)

hebt

d)

heeft

38.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?

Jullie _______ volgende week vakantie.

a)

heeft

b)

hebben

c)

heb

d)

hebt