WorksheetsWoorden A1 thema 8
Total questions: 38
Worksheet time: 38mins
Welk woord is weg?
De kinderen spelen met een ______
team
bal
voetballen
sporten
Welk woord is weg?
Je kunt in deze winkel kleding voor ________ kopen.
dames
het nummer
de hobby
vrienden
Welk woord is weg?
Ik ga __________ invullen.
inschrijven
de telefoon
het formulier
het team
Welk woord is weg?
Ik ga elke maand _______.
uit eten
het museum
het restaurant
de boerderij
Welk woord is weg?
Hij gaat in het water ________.
gezond
drinken
vertellen
zwemmen
Welk woord is weg?
Ik luister graag naar _________.
dans
muziek
de telefoon
het restaurant
Welk woord is weg?
Ik heb een huisdier. Het is een _________.
paard
schaap
kat
koe
Welk woord is weg?
Het varken leeft op de _________.
gras
buiten
boerderij
wedstrijd
Welk woord is weg?
Het team speelt _______ acht uur.
vanaf
op
weer
als
Welk woord is weg?
We gaan een dage weg naar _______.
op bezoek
uit eten
kwijt
zee
Wat zie je hier?
de dame
de jongen
de heer
het kind
Wat zie je hier?
de radio
zingen
de muziek
dansen
Wat zie je hier?
de kat
de hond
het paard
de koe
Wat zie je hier?
de koe
uit eten
sporten
dik
Wat zie je hier?
de postcode
het adres
het nummer
de geboortedatum
Wat zie je hier?
het formulier
het adres
vertellen
de cursus
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
Ik ______ graag voetballen.
wil
wilt
willen
will
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
Joran _________ met zijn broertje.
speel
speelt
spelen
spelt
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
De jongens ________ voor de wedstrijd.
train
trainen
traint
trainet
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
Nadine komt koffie _________.
drinkt
drink
drinken
drinket
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
Mijn postcode ______ 4196 BB.
zijn
ben
bent
is
Niet of geen?
Ik drink (a) koffie.
Niet of geen?
Ik ga vandaag (a) naar school.
Niet of geen?
Wij hebben (a) kinderen.
Niet of geen?
Zij houdt (a) van voetballen.
Niet of geen?
Ik zwem (a) .
Niet of geen?
Hij ziet (a) paarden.
Niet of geen?
Het meisje speelt (a) met de hond.
Niet of geen?
Het team voetbalt vandaag (a) .
Niet of geen?
De schapen staan (a) buiten.
Niet of geen?
Wij zingen (a) liedjes.
Wat is het meervoud?
het paard
de parden
de paarden
de paards
Wat is het meervoud?
de bal
de bals
de balen
de ballen
Wat is het meervoud?
de vriend
de vrienden
de vriends
de vriendin
Wat is het meervoud?
het nummer
de nummers
de nummeren
de nummerren
Wat is het meervoud?
het liedje
de liedjen
de liedjes
de lieden
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
Hij ________ een nieuwe auto.
heb
hebben
hebt
heeft
Wat is de goede vorm van het werkwoord?
Jullie _______ volgende week vakantie.
heeft
hebben
heb
hebt
