wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1, level 2: Binnenlandse of buitenlandse producten?

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welke munteenheid hebben de landen in de eurozone?

a)

US-Dollar (Amerikaanse Dollar)

b)

CAD (Canadese Dollar)

c)

EUR (Euro)

d)

Dirham (Marokko)

2.

De landen waar het loon van de arbeiders zeer laag is, noemen we ...

a)

Arme landen

b)

Lageloonlanden

c)

Derdewereldlanden

3.

Wanneer je producten aankoopt die in ons land zijn geproduceerd of geteeld, dan kopen we ...

a)

Lokaal

b)

Internationaal

c)

Europees

4.

Een synoniem voor valuta is

a)

Munteenheid

b)

Wisselkoers

c)

Eurozone

5.

Wat is geen NGO?

a)

Oxfam

b)

Artsen Zonder Grenzen

c)

UNICEF

d)

Gemeente Dilbeek

6.

De waarde van een munt van een bepaald land, uitgedrukt in een munt van een ander land noemen we de ...

Voorbeeld: 1 EUR = 1,20 CAD

a)

Eurozone

b)

Munteenheid

c)

Wisselkoers

d)

Valuta

7.

Duid alle binnenlandse producten aan.

a)

Witloof

b)

Mango

c)

Aardappel

d)

Aardbei

e)

Sinaasappel

8.

Wat is het grote nadeel van de scheepvaart als we producten uit het buitenland aankopen?

a)

Scheepvaart is duur

b)

Scheepvaart is heel vervuilend

c)

Scheepvaart maakt veel lawaai

d)

Scheepvaart is traag

9.

Wat is geen voorbeeld van lokaal aankopen?

a)

Ik koop mijn aardappelen bij de aardappelboer in Dilbeek.

b)

Ik ga twee keer per jaar naar Auchan (in Frankrijk) om wijn te kopen.

c)

Ik koop groenten op de markt.

d)

Op zondag koop ik vers brood bij de bakker.

10.

Wat is een NGO?

a)

Niet-gouvermentele organisatie

b)

Niet-goede organisatie

c)

Niet-georganiseerde organisatie

11.

Wanneer je producten koopt in het buitenland, ...

a)

dan zorgt dat voor meer werkgelegenheid in België.

b)

dan zorgt dat voor meer inkomsten in België.

c)

dan is dat goed voor onze mobiliteit.

d)

dan hebben de inwoners van dat land meer werk.