wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz les 10: schooltaalwoorden

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welke verklaring past het best bij het woord beschouwen?

a)

je voelt iemand/iets aan, je beoordeelt iemand/iets

b)

iets begrijpen (vaak negatief)

c)

iets bespreken of beschrijven

d)

iets toevoegen

2.

Welke verklaring past het best bij het woord compenseren?

a)

informatie ontvangen

b)

in het openbaar vertellen

c)

een situatie rechttrekken door iets anders in de plaats te doen

d)

iets aannemen als waarheid

3.

Welke verklaring past het best bij het woord coördineren?

a)

iets al lezend bekijken

b)

in het geheim iets doen wat niet mag

c)

reclame maken voor

d)

ervoor zorgen dat alles netjes geregeld wordt

4.

Welke verklaring past het best bij het woord motiveren?

a)

je geeft argumenten bij iets

b)

wanneer je iets probeert te doen

c)

je zet iemand aan om iets te doen

d)

omgaan met iemand/iets

5.

Welke verklaring past het best bij het woord reconstrueren?

a)

iets als minder belangrijk omschrijven

b)

opnieuw samenstellen

c)

geordend, in elkaar gezet

d)

iemand of iets waarover de meningen verdeeld zijn

6.

Welke verklaring past het best bij het woord veronderstellen?

a)

een situatie rechttrekken door iets anders in de plaats te doen

b)

je leert iets door ondervinding kennen

c)

voorstellen

d)

iets aannemen als waarheid

7.

Welke verklaring past het best bij het woord weerleggen?

a)

het tegendeel beweren

b)

je aandacht richten op

c)

steunen op

d)

in het openbaar vertellen

8.

Welke verklaring past het best bij het woord destijds?

a)

toen

b)

nu

c)

later

d)

vroeger

9.

Welke verklaring past het best bij het woord gevarieerd?

a)

met extra duidelijkheid

b)

vanzelfsprekend

c)

met veel afwisseling

d)

met weinig afwisseling

10.

Welke verklaring past het best bij het woord moedwillig?

a)

helder

b)

per ongeluk

c)

in het begin

d)

met opzet

11.

Welke verklaring past het best bij het woord omstreden?

a)

strijden om de overwinning

b)

iemand of iets waarover de meningen verdeeld zijn

c)

helder gestructureerd

d)

een vergissing waardoor je elkaar verkeerd begrijpt

12.

Welke verklaring past het best bij het woord overzichtelijk?

a)

helder gestructureerd

b)

bijna niet

c)

met veel afwisseling

d)

gepast, juist voor de omstandigheden

13.

Welke verklaring past het best bij het woord relevant?

a)

controleren

b)

zeer groot

c)

belangrijk

d)

een klein stukje

14.

Welke verklaring past het best bij het woord uiteenlopend?

a)

belangrijk

b)

verschillend

c)

volledig

d)

zonder fouten

15.

Welke verklaring past het best bij het woord stiekem?

a)

gepast, juist voor de omstandigheden

b)

helder

c)

bijna niet

d)

in het geheim iets doen wat niet mag

16.

Kies het juiste synoniem voor moedwillig.

a)

moedig

b)

opzettelijk

c)

gewillig

17.

Kies het juiste synoniem voor stiekem.

a)

achterbaks

b)

geniepig

c)

schijnheilig

18.

Kies het juiste synoniem voor destijds.

a)

ooit

b)

laatstleden

c)

toen

d)

in die tijd

19.

Geef een antoniem voor motiveren.

(a)  

20.

Geef een antoniem voor moedwillig.

(a)