wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 VWO - terugblik 1.1 en 1.4

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Na 1973 neemt de omvang van de wereldhandel veel sneller toe dan de omvang van de productie van industriegoederen. Wat is daar de belangrijkste oorzaak voor?
a)
daling van de transportkosten
b)
opdeling van de productieketen
c)
groei van de wereldbevolking
d)
global shift
2.
Westerse mno's delen de productieketen van goederen steeds meer op over verschillende gebieden. Dat doen ze omdat
a)
de transportkosten stijgen.
b)
de lonen in andere landen veel lager zijn.
c)
door de globalisering gebieden steeds meer vervlechten.
d)
de handelsgrenzen steeds meer verdwijnen.
3.

Economisch systeem waarbij de productie in handen is van particuliere ondernemers.

a)

Vrijemarkteconomie

b)

Planeconomie

c)

Exportgerichte industrialisatie

4.

De belangrijkste rol van een exploitatiekolonie is...

a)

Het leveren van diensten

b)

Het leveren van grondstoffen

c)

Het leveren van eindproducten

d)

Het leveren van machines

5.

Het omvormen van de economie.

a)

Liberalisering

b)

Herstructurering

c)

De-industrialisatie

6.

De positie van Australië is ... door global shift want ..

a)

beter geworden, het ligt dichtbij Azië

b)

slechter geworden, Azië neemt de rol over

c)

beter geworden, Australië neemt een centrale rol in

d)

slechter geworden, Australië speelt geen belangrijke rol in het wereldsysteem

7.

Wat hoort niet bij exploitatie koloniën?

a)

Afrika, Amerika, Azië

b)

Australië, Canada, VS

c)

afzetmarkt, delfstoffen, grondstoffen

d)

monocultuur, periferie, plantage

8.

Welk begrip kun je gebruiken om de ligging van de Afrikaanse landen in de bron te typeren?

(a)  

9.

Geef aan of de volgende stelling juist of onjuist is:

Arbeidsmigratie en verschil in welvaart hangen sterk met elkaar samen.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Geef aan of de volgende stelling juist of onjuist is:

Agglomeratievoordelen leiden tot clustering van bedrijven.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Welke industrieën worden genoemd als onderdeel van de kapitaalintensieve industrieën in Zuid-Duitsland?

a)

Textiel en kleding

b)

Mijnbouw en staalproductie

c)

Auto-industrie en hightechbedrijven

d)

Landbouw en visserij

12.

Wat is de belangrijkste reden voor de economische uitdagingen waarmee het Ruhrgebied wordt geconfronteerd na 1965?

a)

Een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen

b)

Concurrentie uit lagelonenlanden

c)

Een tekort aan geschoolde arbeidskrachten

d)

Overregulering door de overheid