Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalverzorging + schrijven klas 4

Total questions: 40

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wat is juist?

a)

Hun lopen naar school.

b)

Zij lopen naar school.

2.

Wat is juist?

a)

Zij is groter als ik.

b)

Zij is groter als mij.

c)

Zij is groter dan ik.

d)

Zij is groter dan mij.

3.

[...] schrijven een verhaal. (hun of zij)

(a)  

4.

Ik heb een vraag voor [...]. (hen of zij)

(a)  

5.

Iedere zin begint met een [...]

(a)  

6.

Een mededelende zin eindigt met een ...

a)

Vraagteken

b)

punt

c)

komma

d)

uitroepteken

7.

Een vragende zin eindigt met een ...

a)

Vraagteken

b)

punt

c)

komma

d)

uitroepteken

8.

Een uitroepende zin eindigt met een ...

a)

Vraagteken

b)

punt

c)

komma

d)

uitroepteken

9.

Wat is juist?

a)

Ik vind het leuk.

b)

Ik vindt het leuk.

c)

Ik vint het leuk.

10.

Wat is juist?

a)

Hij vind het leuk.

b)

Hij vindt het leuk.

c)

Hij vint het leuk.

11.

Wat is juist?

a)

Het is gebeurt.

b)

Het is gebeurd.

c)

Het is gebeurdt.

12.

Wat is juist?

a)

na aanleiding van

b)

naar aanleiding van

13.

Wat is juist? (twee antwoorden)

a)

Mijn zusje

b)

M'n zusje

c)

Me zusje

d)

Mij zusje

14.

Het boek [...] ik heb gelezen. (die of dat)

(a)  

15.

[...] hoofdpersoon van mijn verhaal. (die of dat)

(a)  

16.

De verwijswoorden die horen bij de-woorden:

a)

Die

b)

Dat

c)

Deze

d)

Dit

17.

De verwijswoorden die horen bij het-woorden:

a)

Die

b)

Dat

c)

Deze

d)

Dit

18.

Wat is juist?

a)

Dat is jouw fiets

b)

Dat is jou fiets

19.

Wat is juist?

a)

Die fiets is van jouw.

b)

Die fiets is van jou.

20.

Wat is juist?

a)

Dit is uw boek.

b)

Dit is u boek.

c)

Dit is Uw boek.

d)

Dit is U boek.

21.

Wat is juist?

a)

Dit boek is van u.

b)

Dit boek is van uw.

c)

Dit boek is van U.

d)

Dit boek is van Uw.

22.

Wat is juist?

a)

Vertel eens over dat boek.

b)

Vertel is over dat boek.

23.

Welk citaat is correct geschreven?

a)

"welk citaat is correct geschreven"

b)

"Welk citaat is correct geschreven?"

c)

Welk citaat is correct geschreven?

d)

"welk citaat is correct geschreven?"

24.

Welke twee zijn juist?

a)

Ik erger me aan de hoofdpersoon.

b)

De hoofdpersoon irriteert mij.

c)

Ik irriteer me aan de hoofdpersoon.

d)

Ik erger me de hoofdpersoon.

25.

Wat is de juiste schrijfwijze?

a)

Gorredijk, 15-3-2024

b)

Gorredijk 15 maart 2024

c)

Gorredijk, 15 maart 2024

d)

gorredijk, 15 maart 2024

26.

Welke drie formele teksten kun je verwachten op je tentamen?

a)

Zakelijke brief

b)

Zakelijke e-mail

c)

Artikel

d)

Nieuwsbericht

27.

Wat is de juiste afsluiting van een brief of e-mail?

a)

Met vriendelijke groet

b)

Met vriendelijke groet,

c)

Groetjes,

d)

m.v.g.

28.

Wat is de juiste volgorde van een tekst?

a)

Slot - kern - inleiding

b)

Kern - inleiding - slot

c)

Inleiding - kern - slot

d)

Inleiding - slot - kern

29.

Wat vertel je doorgaans in de inleiding van je tekst?

a)

Wie je bent (jezelf voorstellen)

b)

Waarom je de tekst schrijft

c)

Wat de situatie precies is

d)

Wat je hoopt dat de lezer gaat doen

30.

Wat is een meest formele aanhef in een brief of e-mail?

a)

Geachte heer/mevrouw,

b)

Beste heer/mevrouw,

c)

geachte heer of mevrouw

d)

geachte lezer

31.

Welke schrijfwijze(n) is/zijn juist?

a)

mevrouw de jong

b)

mevrouw De Jong

c)

mevrouw de Jong

d)

mevrouw F. de Jong

32.

Waarmee begin je niet (brief, e-mail, artikel)?

a)

Hallo

b)

Ik ben

c)

Goedemorgen

d)

Mijn naam is

33.

Als je wil dat de lezer van je tekst iets gaat doen, dan noem je dat tekstdoel:

a)

informeren

b)

overtuigen

c)

activeren

d)

amuseren

34.

Als je wil dat de lezer informatie krijgt, dan is jouw doel als schrijver:

a)

informeren

b)

overtuigen

c)

amuseren

d)

instrueren

35.

Als je wil dat de lezer van jouw tekst dezelfde mening als jou deelt, noemen we dat tekstdoel:

a)

informeren

b)

instrueren

c)

activeren

d)

overtuigen

36.

Wat wordt bedoeld met 'de aanleiding van de tekst'?

a)

Lezers aanraden om iets wel of niet te doen.

b)

Mensen zover krijgen dat je jouw mening overnemen.

c)

De reden waarom je de tekst schrijft.

d)

De eerste alinea van een tekst.

37.

Een tekst die je schrijft bestaat uit minimaal:

a)

een alinea

b)

twee alinea's

c)

drie alinea's

d)

vier alinea's

38.

Wat moet je zeker niet vergeten op je tentamen Nederlands?

a)

zak chips

b)

woordenboek

c)

telefoon

d)

geld om de surveillant om te kopen

39.

Wat schrijf je bovenaan je artikel?

a)

jouw adres

b)

plaats, datum

c)

Geachte heer/mevrouw,

d)

een zelfbedachte titel

40.

Wat schrijf je onderaan je artikel?

a)

Je voor- en achternaam

b)

Met vriendelijke groet,

c)

de slotformule

d)

bijlage