wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

organen planten en mens klas 1

Total questions: 45

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding zie je een aantal organenstelsels. Welk(e) orgaanstelsel(s) hoort/horen bij het levenskenmerk groeien?

a)

Spierstelsel en bottenstelsel

b)

Bloedvatenstelsel en verteringsstelsel

c)

Verteringsstelsel en spierstelsel

d)

Ademhalingsstelsel en voortplantingsstelsel

2.

Als we praten over een maag, is dat dan een ..

a)

organisme?

b)

orgaan?

c)

cel?

d)

weefsel?

3.

Je ziet hier een tekening van een appel. Is dit een ...

a)

lengte doorsnede?

b)

dwarsdoorsnede?

c)

buitenaanzicht?

4.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

5.

Wat ontstaat er door door fotosynthese?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Glucose

d)

Zuurstof

6.

Planten zijn levende wezens maar ze bestaan niet uit organen.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Van links naar rechts zie je het volgende:

a)

Organisme -> Orgaanstelsel -> Orgaan -> Cel

b)

Organisme -> Orgaan -> Orgaanstelsel -> Cel

c)

Cel -> Organisme -> Orgaanstelsel -> Orgaan

d)

Orgaanstelsel -> Cel -> Orgaan -> Organisme

8.

De mond, slokdarm, maag en darmen vormen het ...

a)

Verteringsstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Beenderstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

9.

Wat is een orgaanstelsel?

a)

Het hele menselijk lichaam

b)

Een groep organen die samenwerkt

c)

Ieder los orgaan is een orgaanstelsel

d)

Alle organen onder in je buik

10.

Welke organismen zijn opgebouwd uit cellen?

a)

Dieren, mensen en planten

b)

Alleen mensen

c)

Alleen planten

d)

Alleen dieren

11.

Is het skelet een orgaan?

a)

ja

b)

nee

12.

Is een bot een orgaan?

a)

ja

b)

nee

13.

Welk begrip wordt hieronder beschreven?


organen die samenwerken vormen samen een (a)  

14.

zuurstof wordt uit de lucht opgenomen en vervolgens door het lichaam vervoerd naar alle organen. Welke twee orgaanstelsels werken hierbij samen?

a)

Het bloedvatenstelsel en het verteringsstelsel

b)

Het bloed en de longen

c)

het bloedvatenstelsel en het ademhalingsstelsel

d)

het ademhalingsstelsel en het verteringsstelsel

15.

Wat is de belangrijkste functie van het spierstelsel?

a)

Stevigheid

b)

Vervoeren van voedingsstoffen

c)

beweging mogelijk maken

d)

vervoeren van zuurstof

16.

Wat zijn organismen?

a)

planten en dieren

b)

schimmels

c)

mensen

d)

alles wat leeft

17.

Het bloedvatenstelsel is heel belangrijk. Het vervoerd namelijk .... en .... naar alle organen.

Welke twee woorden missen er op de stippellijntjes? Wat hebben de oranen nodig?

a)

Zuurstof en koolstofdioxide

b)

zuurstof en voedingsstoffen

c)

voedingsstoffen en darmsap

d)

bloed

18.

In welk orgaanstelsel worden voedinsstoffen opgenomen?

(a)  

19.

Zwaai even naar onze lieve Henk :)

Wat is de belangrijkste functie van het skelet?

a)

eten verteren

b)

spieren aansturen

c)

beweging mogelijk maken

d)

stevigheid

20.

Waaruit bestaat het ademhalingsstelsel?

a)

slokdarm, long, neusholte, mondholte

b)

luchtpijp, long, neusholte, mondholte

c)

long, mond, hart, slokdarm

d)

bloedvaten, long, neusholte en maag

21.

Op welke afbeelding wordt het zenuwstelsel afgebeeld?

a)
b)
c)
d)
22.

Wat gebeurd er met de longen als iemand rookt?

a)

dan worden ze paars

b)

dan worden ze groen

c)

dan worden ze zwart

d)

dan worden ze geel

23.

Welk orgaan is dit?

(a)  

24.

welk orgaan is dit?

(a)  

25.

Dit is spinazie. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet je hier op?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

26.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

27.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

28.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

29.

In welk deel van de wortel wordt reservevoedsel vooral opgeslagen?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelhaar

d)

Stengel

30.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

31.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

32.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat heet fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

33.

In een aardappel zitten bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

35.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

36.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

37.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

38.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

40.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

41.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

42.

Wie hebben er allemaal huidmondjes?

a)

Alle organismen

b)

Mensen

c)

Planten

d)

Dieren

43.

Hier is een foto te zien van een ... . De functie hiervan is om de koolstofdioxide de plant in te laten gaan en zuurstof de plant uit te laten gaan. Het onderdeel bevind zich voornamelijk aan de onderkant van de bladeren van een plant.

(a)  

44.

In een aardappel zitten bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

45.

In de groene delen van een plant kan fotosynthese plaatsvinden.

a)

Waar

b)

Niet waar