wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test je kennis over prijsaanduiding en prijsvermindering

Total questions: 15

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

De ondernemingen die goederen of diensten aanbieden, moeten de prijs hiervan schriftelijk aanduiden op een leesbare, zichtbare en ​ (a)   manier.

Choose from the below words
propere
ondubbelzinnige
eerlijke
efficiënte
2.

Op de prijsaanduiding in de winkel kunnen nog extra kosten komen. Bijvoorbeeld voor Recupel (recyclagekost voor electrotoestellen)

a)

JUIST

b)

FOUT

3.

De prijs hoeft niet steeds op elk exemplaar te staan. Het is toegestaan voor een heel rek of een hele stapel slechts één prijsaanduiding te maken. Daar is wel één voorwaarde aan verbonden. Welke?

a)

Enkel wanneer de prijsaanduiding goed is vastgemaakt zodat ze niet kan loskomen.

b)

Enkel wanneer er geen twijfel kan ontstaan over het product waar de prijs naar verwijst.

c)

Enkel wanneer het artikelen zijn die los verkocht worden.

d)

Enkel wanneer het vaste prijzen die (bijna) nooit veranderen.

4.

Als je aan consumenten verkoopt, ben je wettelijk verplicht om voor heel veel producten de prijs per meeteenheid aan te duiden. Die regel betreft enkel (uitsluitend) voorverpakte voedingsproducten.

a)

JUIST

b)

FOUT

5.

Losse appels of peren die de klant zelf kiest en weegt moeten per stuk geen prijskaartje hebben waarop de prijs per maateenheid vermeld wordt.

a)

JUIST

b)

FOUT

6.

Als er een verschil is tussen de prijs die in de winkel wordt aangeduid en de prijs aan de kassa, dan geldt

a)

de laagste prijs

b)

de hoogste prijs

c)

het gemiddelde

7.

ESL is een nieuwe uitvinding als gevolg van de groei van de online-shopping.

a)

JUIST

b)

FOUT

8.

Winkels verkopen al lang niet meer 'enkel in de winkel'. Het geheel van verkoopskanalen en klantenervaringen wordt ​ (a)   genoemd.

Choose from the below words
omnichanel
retail
e-commerce
sales
9.

De referentieprijs is:

a)

de gemiddelde prijs van een artikel in de winkel die gebruikt wordt om een prijsvermindering te berekenen.

b)

de hoogste prijs van een artikel in de jongste 30 dagen die gebruikt wordt om een prijsvermindering te berekenen.

c)

de laagste prijs van een artikel in de jongste 30 dagen die gebruikt wordt om een prijsvermindering te berekenen.

d)

de adviesprijs van een artikel die gebruikt wordt om een prijsvermindering te berekenen.

10.

Bij welke promotie is er geen referentieprijs nodig?

a)

b)

c)

d)

11.

Is het toegelaten dat de prijs van een artikel op webshop verschilt met de prijs van hetzelfde artikel in de winkel?

a)

JA

b)

NEEN

12.

Als je een waardebon uitknipt ter waarde van 5 euro voor één specifiek artikel, dan moet de winkelier geen referentieprijs tonen bij zijn promotie.

a)

JUIST

b)

FOUT

13.

Wat is de referentieprijs in de derde week van de solden?

a)

De laagste prijs in de afgelopen 30 dagen.

b)

In de solden is er geen referentieprijs.

c)

De laagste prijs in de 30 dagen voor de solden.

d)

De prijs tijdens de eerste week van de solden.

14.

Black friday vindt steeds plaats ...

a)

één maand voor de solden

b)

de laatste donderdag van november

c)

de vierde donderdag van november

d)

de vijfde donderdag van november

15.

Welke stelling klopt niet?

Opgelet: het gaat over 'technische mogelijkheden'. Ze worden in de praktijk nog niet zo vaak toegepast.

a)

Digitale prijskaartjes kunnen ook de voorraadstatus aan de klant tonen.

b)

Het is mogelijk om betalingen te laten verlopen via digitale prijskaartjes.

c)

Het is mogelijk om via een digitaal prijskaartje in de winkel een artikel toch online in de webshop aan te kopen.

d)

Het is mogelijk om de prijzen van de concurrentie te zien.

e)

Het is mogelijk om een artikel in een andere concurrerende winkel te kopen via het digitale prijskaartje.