Worksheetsik vormen en stam
Total questions: 72
Worksheet time: 55mins
Mama moppert op mijn rommel.
Mama moppert op mijn rommel.
Papa begrijpt niets van de puzzel.
Ik mag vandaag niet naar judo!
Hij danst met een mooi meisje.
Zij staat boven op het dak.
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan DE STAM?!
(de stam is de ik-vorm van het werkwoord)
Zij staat boven op het dak.
staat
sta
staan
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan DE STAM?! (de ik-vorm)
Ik mag vanavond niet naar judo.
mocht
mag
mogen
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan DE STAM?!
Ik kies de kleur!
kies
kiest
kiezen
koos
Papa begrijpt niets van de puzzel.
Mama moppert op mijn rommel.
Hij danst met een mooi meisje.
Juf geeft mij een sticker!
De wij-vorm van een werkwoord noem je...
de stam
de persoonsvorm
het hele werkwoord
de ik-vorm
de hij-vorm
Het hele werkwoord staat altijd in de...
(er zijn meerdere antwoorden goed!)
tegenwoordige tijd
verleden tijd
nu-tijd
tijd die al gebeurd is
ik-vorm
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is hiervan het hele werkwoord en wat is de stam?
De opa leest de krant.
leest, lees
leesen, lees
lezen, lees
lezen, leest
leest, lezen
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is hiervan het hele werkwoord en wat is de stam?
Mijn vriendinnetje slentert over de markt.
slentert, markt
slentert, slenter
slenteren, slenter
slenteren, slentert
slenteren, markt
Wat is de ik-vorm?
Dat is de hoofdpersoon in een verhaal.
Dat is het woord dat achter 'ik' staat in een zin.
Dat is het werkwoord dat achter 'ik' kan staan in een zin in de tegenwoordige tijd.
Dat is de stam van een werkwoord.
Dat is het werkwoord dat voor 'ik' kan staan in een zin in de tegenwoordige tijd.
In welke zin is de ik-vorm juist geschreven?
Ik wedt dat hij morgen ziek thuis is!
Hij loopt sneller dan de rest van zijn klas naar het lokaal.
Mijn vader is de beste!
Ik verbied mijn broertje mijn kamer binnen te komen!
In welke zin is de ik-vorm fout geschreven?
Moet ik voor de les morgen huiswerk maken?
Ik redt wel eens vlinders uit het zwembad van mijn oom en tante.
Ik plant een bloem in de tuin van mijn oma
Als ik later groot ben, begin ik een eigen bedrijf.
In welke zin is de ik-vorm fout geschreven?
Ik weet het zeker: volgende week word ik kampioen!
Morgen rijdt ik met mijn zus naar school.
Ik leen wel eens de fiets van mijn oma.
De buurjongen vind je niet leuk!
Waarop eindigt de ik-vorm nooit?
op een v
op een k
op een z
op een t
De ik-vorm eindigt nooit op twee dezelfde medeklinkers.
Waar
Niet waar
Een werkwoord kan alleen in de ik-vorm staan als er een 'ik' in de zin staat.
Waar
Niet waar
In welke zinnen staat de persoonsvorm in de ik-vorm?
Maandag word ik dertien jaar.
Denk je dat ze nu nog gaan scoren?
Jij verwent die kat veel te veel!
Je verdwaalt heel snel in de grote stad.
Waarom loop jij altijd zo langzaam?
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Betalen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Bewijzen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Bijten
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Blijven
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Luisteren
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Niezen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Plukken
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
Proeven
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
rennen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
schrijven
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
stoppen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
sturen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
verhuizen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
vervelen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?
wandelen
-en eraf
-en eraf en v wordt f
-en eraf en z wordt s
-en eraf en medeklinker eraf
-en eraf en klinker erbij
de stam van het werkwoord lopen is
loop
lop
lopen
Wat is de stam van geven? Kies het beste antwoord.
geeft
geef
geven
gev
Wat is de stam van houden? Kies het beste antwoord.
hou
houd
houdt
hield
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Halen
(a)
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Kijken
(a)
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Halen
(a)
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Stemmen
(a)
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Leven
(a)
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Blozen
(a)
Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op.
Dragen
(a)
Welke vorm van het werkwoord past in de volgende zin?
Ik ... mijn boeken in mijn tas.
stop
stopt
stoppen
Welke vorm van het werkwoord past in de volgende zin?
Dit jaar ... ik met de bus naar school.
gaat
gaan
ga
Welke vorm van het werkwoord past in de volgende zin?
Ik ... ook weleens met de trein.
reis
reist
reizen
Welke vorm van het werkwoord past in de volgende zin?
Dan ... ik de ov-chipkaart.
gebruiken
gebruikt
gebruik
Welke vorm van het werkwoord past in de volgende zin?
Soms ... ik uit te checken.
vergeten
vergeet
Welke vorm van het werkwoord past in de volgende zin?
Ik ... het op mijn hand om het te onthouden.
schrijf
schrijft
schrijven
De ik-vorm van lopen is:
(a)
Welke vorm van lopen vul je in als er staat:
Hij ... naar school.
(a)
De ik-vorm van blazen is:
(a)
Welke vorm van blazen vul je in als er staat:
Jij ... de ballon op.
(a)
De ik-vorm van drijven is:
(a)
Welke vorm van drijven vul je in als er staat:
Het luchtbed ... op het water.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Ik ... (leren) mijn hond een kunstje.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
... (zeggen) maar eens: 'Mooi zitten.'
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Hij ... (gaan) netjes op zijn achterpoten zitten.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Dan ... (geven) ik hem een koekje.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Dat ... (smikkelen) hij snel op.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Honden ... (kauwen) graag op een bot.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Zo ... (blijven) hun tanden en kiezen gezond.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Kauwbotten ... (bevatten) speciale eiwitten.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Jij ... (kennen) vast ook wel een leuke hond.
(a)
Schrijf de pv goed in de zin.
Misschien ... (hebben) je zelf wel een hond.
(a)
