wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

havo Arm en Rijk

Total questions: 50

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Door globalisering...

a)

...komen onderdelen van een product uit meerdere landen in plaats van uit 1 land

b)

...wordt een product vaak bedacht, gemaakt en verkocht in hetzelfde land

c)

...komen onderdelen van een product uit 1 land in plaats van uit meerdere landen

2.

De nieuwste internationale arbeidsverdeling houdt in dat...

a)

...hoger gekwalificeerd werk, zoals het ontwerpen van een product, niet in een centrumland maar in een (semi)perifeer land gebeurt

b)

...hoger gekwalificeerd werk, zoals het ontwerpen van een product, in een centrumland gebeurt. De producten worden vervolgens in (semi)perifere landen gemaakt.

3.

Zet de bevolkingsdiagrammen op volgorde van periferie naar centrum.

a)

A B C

b)

B C A

c)

B A C

d)

A C B

4.

Welke landen behoren tot de Triade?

a)

China, Europa en de VS

b)

Japan, Europa en de VS

c)

BRIC landen

d)

Azië, Europa en de VS

5.

De positie van Australië is ... door global shift want ..

a)

beter geworden, het ligt dichtbij Azië

b)

slechter geworden, Azië neemt de rol over

c)

beter geworden, Australië neemt een centrale rol in

d)

slechter geworden, Australië speelt geen belangrijke rol in het wereldsysteem

6.

Welke ontwikkeling zie je in fase 2 van het demografisch transitiemodel?

a)

Hoog geboortecijfer, hoog sterftecijfer

b)

Hoog geboortecijfer, laag sterftecijfer

c)

Laag geboortecijfer, hoog sterftecijfer

d)

Laag geboortecijfer, laag sterftecijfer

7.

In een ontwikkelingsland is ... het hoogst en in een ontwikkeld land is .. het hoogst

a)

verstedelijkingstempo, verstedelijkingsgraad

b)

verstedelijkingsgraad, verstedelijkingstempo

c)

verstedelijkingsgraad, verstedelijkingsgraad

d)

verstedelijkingstempo, verstedelijkingstempo

8.

In ontwikkelingslanden werken veel mensen in de .......

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Dienstensector

9.
Westerse mno's delen de productieketen van goederen steeds meer op over verschillende gebieden. Dat doen ze omdat
a)
de transportkosten stijgen.
b)
de lonen in andere landen veel lager zijn.
c)
door de globalisering gebieden steeds meer vervlechten.
d)
de handelsgrenzen steeds meer verdwijnen.
10.

Welk begrip past het beste bij het plaatje?

a)

Blokvorming

b)

Samenwerkingsverband

c)

Regionalisme

d)

Diffusie

11.

Bij dit bevolkingsdiagram is er sprake van:

a)

Grijze druk

b)

Groene druk

c)

Geen demografische druk

12.
Het geboortecijfer gaat over het aantal levend geboren per ....
a)
10 inwoners
b)
100 inwoners
c)
1000 inwoners
d)
10000 inwoners
13.

Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?

a)

Fase 1

b)

Fase 2

c)

Fase 4

d)

Fase 3

14.
Wat is de demografische druk?
a)
De grijze druk min de groene druk
b)
De groene druk min de grijze druk
c)
De groene druk plus de grijze druk
d)
Een ander woord voor de grijze druk
15.

Welke maatregel heeft de regering genomen om de demografische druk omlaag te krijgen?

a)

De AOW(pensioen) leeftijd verhogen

b)

De AOW(pensioen) leeftijd verlagen

c)

De AOW(pensioen) afschaffen

16.

Welk land hoort bij de bevolkingspiramide?

a)

Griekenland

b)

Afghanistan

c)

Saoedi-Arabië

d)

China

17.

Welk land hoort bij de bevolkingspiramide?

a)

Suriname

b)

Duitsland

c)

Saoedi-Arabië

d)

België

18.

Welk land hoort bij de bevolkingsontwikkeling?

a)

Rusland

b)

Zuid-Afrika

c)

Nederland

d)

Japan

19.

Wat is in het onderstaande rijtje geen pushfactor?

a)

Gebrek aan werk

b)

Uitzichtloos bestaan

c)

Achtervolging

d)

Voedselzekerheid

20.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? 'Mate waarin analfabeten in een samenleving voorkomen, uitgedrukt in een een percentage van de bevolking die ouder is dan 15 jaar.'

(a)  

21.

In welk wereldblok voorspelt men de sterkste bevolkingstoename de komende 30 jaar?

a)

Moesson - Azië

b)

Latijns - Amerika

c)

Sub - Sahara - Afrika

d)

Arabische Wereld

22.

Wat is een tekortkoming van de HDI?

a)

Het is een regionaal cijfer

b)

Het is een internationaal cijfer

c)

Het is een nationaal cijfer

23.

Het verspreiden van verschillende cultuurelementen noem je:

(a)  

24.

De wereldhandel verplaatst zich steeds meer van de Atlantische Oceaan naar de Stille Oceaan, dit proces noemen we:

(a)  

25.

Nederland zit in fase .... van het demografisch transitiemodel:

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

26.

Deze foto is gemaakt in een...

a)

Land in de semi-periferie

b)

Land in de periferie

c)

Centrumland

d)

Minst ontwikkeld land (MOL)

27.
Welke factor speelt GEEN directe rol bij de bepaling van de VN-welzijnsindex?
a)
de voedselsituatie
b)
de koopkracht
c)
de levensverwachting
d)
de alfabetiseringsgraad
28.

Vanuit Mexico migreren veel mensen naar de Verenigde Staten.

1 - Mexico noemt deze mensen emigranten.

2 - De VS noemt deze mensen immigranten.

a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 is onjuist, 2 is juist

c)

beiden zijn juist

d)

beiden zijn onjuist

29.

Wat is doorgaans de belangrijkste reden voor Mexicanen om naar de VS te migreren?

a)

Vluchten van oorlogsgeweld

b)

Gezinshereniging

c)

Vluchten voor natuurgeweld

d)

Werk zoeken

30.
Beoordeel de volgende stellingen. Welke is juist?
I De hoogte van het analfabetisme zegt iets over het welzijn in een land.
II Het percentage mensen dat in de landbouw werkt, zegt iets over de welvaart in een land.
a)
Alleen I is juist.
b)
Alleen II is juist.
c)
Beide zijn juist.
d)
Beide zijn onjuist.
31.
Hieronder staan vier omschrijvingen van de economie van landen. Welk land behoort tot de semiperiferie?
a)
De productiviteit per persoon is hoog en de tertiaire sector is erg belangrijk.
b)
De productiviteit per persoon stijgt en een steeds groter deel van de beroepsbevolking werkt in de secundaire sector.
c)
De productiviteit is laag en de primaire sector speelt een belangrijke rol in het land.
d)
De productiviteit stijgt, maar het merendeel van de mensen werkt nog in de primaire sector.
32.
Wat voor soort product zie je op de afbeelding?
a)
Grondstof
b)
Halffabricaat
c)
Eindproduct
33.
 Waarvoor staat de afkorting MNO?
a)
Meer Nederlandse Organisaties
b)
Minder Nederlandse Organisatie
c)
Multinationale organisatie
d)
Multinationale onderneming
34.
In welke sector werken de man op de foto?
a)
Primaire sector
b)
Secundaire sector
c)
Tertiaire sector
d)
Informele sector
35.
 Welk van onderstaande landen is geen BRIC-land 
a)
Brazilië
b)
Rusland
c)
Indonesië
d)
China
36.

China investeert veel in Afrika. Deze investeringen, zonder tussenkomst van een centrumland, worden ook wel (a)   genoemd.

37.

De WTO wil volledige mondiale vrijhandel. Vaak is er binnen handelsblokken zoals EU, NAFTA, UNASUR, ASEAN, ECOWAS wel sprake van (a)  

38.

In welke periode was Nederland het machtigst in de wereld

a)

Kolonisatie

b)

Dekolonisatie

c)

Koude Oorlog

d)

Nu

39.

Welk land is nooit een exploitatiekolonie geweest?

a)

Nieuw Zeeland

b)

Verenigde Staten van Amerika

c)

Brazilië

d)

Indonesië

40.

Welke afstand is de lijn tussen de rode en de gele stip ?

a)

relatieve afstand

b)

hubs and spokes

c)

forensisme

d)

absolute afstand

41.

Periode tussen 1945 en 1975 waarin de vroegere koloniën onafhankelijk worden.

a)

Handelskolonialisme

b)

Dekolonisatie

c)

Industrieel kolonialisme

42.

Land dat opgesloten ligt tussen andere landen en geen vrije toegang tot de zee heeft.

a)

Aziatische tijgers

b)

MINT-landen

c)

Landlocked country

43.
Het grootste voordeel van goederentransport met een container is dat
a)
de containerschepen havens over de hele wereld verbinden.
b)
de containers met meerdere soorten transportmiddelen kunnen worden vervoerd.
c)
containerschepen veel sneller zijn dan gewone vrachtschepen.
d)
er voor het laden en lossen van containers speciale havens zijn ontwikkeld.
44.
Beoordeel de volgende stellingen.
I Global shift stimuleert de ontwikkeling van een multipolaire wereldeconomie.
II Global shift tast de economische positie van de BRICS-landen in het wereldsysteem aan
a)
Alleen I is juist.
b)
Alleen II is juist.
c)
Beide zijn juist.
d)
Beide zijn onjuist.
45.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? 'Minder bemoeienis van de overheid met het bedrijfsleven, met als gevolg een betere marktwerking'

(a)  

46.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? 'Kenmerken van een persoon of groep mensen die ze onderscheidt van de andere personen of groepen mensen.'

(a)  

47.

Wat is de beste omschrijving van het begrip 'reshoring'?

a)

Productie verplaatsen naar het land met de laagste lonen

b)

Productie terughalen naar het land van de afzetmarkt

c)

Productie doorschuiven naar perifere regio's in een land

d)

Productie uitbesteden aan onderaannemers

48.

Wat omspannen met hun vestigingen de hele aardbol en vormen een mondiaal netwerk?

a)

Ikea

b)

WTO

c)

EU

d)

MNO

49.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Homogenisering

b)

Heterogenisering

c)

Triadisch netwerk

d)

Lingua Franca

50.

Wat kun je zeggen over de productieketen tegenwoordig?

a)

Deze wordt de productieketen regionaal uitgevoerd en verspreid over de binnen een continent om meer winst te kunnen maken.

b)

Deze wordt de productieketen lokaal uitgevoerd en verspreid over de binnen een land om meer winst te kunnen maken.

c)

Deze wordt de productieketen opgedeeld en verspreid over de wereld om meer winst te kunnen maken.

d)

De productie van goederen binnen één bedrijf en één regio.