NEW
Font size
Worksheets2KGT Grammatica en Formuleren
Total questions: 70
Worksheet time: 1hrs 7mins
Een enkelvoudige zin heeft ......
twee persoonsvormen
een persoonsvorm
drie persoonsvormen
Een samengestelde zin heeft ......
een persoonsvorm.
meer persoonsvormen.
Samengestelde zinnen maak je door...
van een zin een zin te maken met een voegwoord.
van twee zinnen een zin te maken met een voegwoord.
Wat zijn voegwoorden?
Dat zijn woorden waarmee je zinnen aan elkaar voegt.
Voegwoorden zijn woorden die een zin vragend maken.
Wat is het voegwoord?
Wanneer ik Femke zie, zal ik het haar vragen.
wanneer
zal
zie
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Wij repareren uw fiets .... u boodschappen doet!
intussen
terwijl
want
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Kampioen zullen zij niet worden, … er een wonder gebeurt.
tenzij
indien
doordat
Wat is het voegwoord?
Zodra het startschot klinkt, starten de schaatsers.
klinkt
starten
zodra
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
We gaan volgende week op vakantie, ........ oma die week geopereerd wordt.
tenzij
omdat
zodra
dus
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Ik doe er niet aan mee, ........ ik het zaakje niet vertrouw.
mits
dus
omdat
hoewel
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
........ het nu mag of niet, we doen het!
Dus
Echter
Of
Zolang
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Ik ben voor niemand bang, ........ kom maar op!
want
en
maar
dus
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
We stoppen met voetballen, ........ de bal is lek.
want
hoewel
maar
indien
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Lees eerst de gebruiksaanwijzing …. u het apparaat in gebruik neemt.
voordat
als
nadat
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
........ de voorraad strekt, kun je je spaarpunten inwisselen.
Of
Als
Echter
Zolang
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'Kun je mijn fietsband plakken?'
Kun
Kun plakken
je
mijn fietsband
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'De leerlingen leren wat het lijdend voorwerp is'
De leerlingen
leren
leren wat het lijdend voorwerp is
Wat het lijdend voorwerp is
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
De fietsen worden op slot gezet
Er is geen lijdend voorwerp
Worden
op slot
gezet
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'De heren van het goede leven geef ik een taart voor hun verjaardag'
De heren
De heren van het goede leven
Een taart
Hun verjaardag
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'De taart wordt gegeven aan de heren van het goede leven'
Er is geen lijdend voorwerp
De taart
De heren van het goede leven
de heren
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'Ik ben mijn sleutels vergeten in de deur'
in de deur
mijn sleutels
ik
ben vergeten
Mijn sleutels zijn vergeten in de deur
Mijn sleutels
in de deur
zijn vergeten
Er is geen lijdend voorwerp
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Uw moeder komt vanavond ook.
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Ik heb jouw broer ook uitgenodigd.
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Zal ik jou even helpen?
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Is dat schrift van jou?
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Hij heeft jouw jas naar de garderobe gebracht.
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Alex vindt jouw recept toch beter.
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Hij heeft jou jouw brommer zien stallen.
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Of is die soms niet van jou?
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Is dat jouw schrift?
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?
Ik heb u gisteren gebeld.
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
De uil bezorgt een brief.
Meneer Duffeling wordt ontzettend kwaad.
Eet professor Perkamentus graag snoep?
Harry Potter houdt van Hermelien, maar heeft een hekel aan Voldemort.
Volgens mij is het neefje van Harry een gemene pestkop.
Harry zwaait naar Ron en tovert een grote zak met salamanders uit zijn bureau.
Ik ga naar de markt, omdat ik appels wil kopen.
Zoek de persoonsvorm(en)!
ga
wil kopen
ga en wil
kopen
Hoeveel persoonsvormen heeft de volgende zin? De leerlingen uit A3C moeten morgenochtend nakomen, omdat ze zich gisteren niet gemeld hebben bij de conciërge.
3; moeten, nakomen, hebben
2; moeten, hebben
1; moeten
4; moeten, nakomen, gemeld, hebben
Hoeveel persoonsvormen heeft deze zin? Studerende en werkende jongeren gaan steeds later het huis uit, omdat ze een eigen appartement of huis niet kunnen betalen.
1; gaan
2; gaan, betalen
2; gaan, kunnen
3; gaan, kunnen, betalen
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
De bakker heeft de broden alsnog kunnen verkopen.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Tijdens de ouderavond krijgen alle ouders koffie of thee.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Sinds wanneer heeft elke voetballer een nieuw t-shirt?
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Mijn moeder heeft voor de visite een cake gebakken.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
De heksen toveren de prins om in een kikker.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Ik wil een nieuwe outfit voor het feest morgen.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Heeft Tom de kartonnen doos hier neergezet?
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Mijn broertje ruimt nooit zijn spullen op.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Ik heb voor school mijn agenda nodig.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
De meester deelt lastige toetsen uit aan groep 8.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Wat is het onderwerp in de zin?
Mijn nicht heeft een verrassingsreis geboekt.
Mijn nicht
heeft
een verrassingsreis
heeft geboekt
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin?
Mijn moeder heeft de auto op slot gedaan.
Mijn moeder
heeft
de auto
heeft gedaan
Wat is het onderwerp in zin?
De kinderen van mijn nicht hebben skeelers gekocht.
De kinderen
De kinderen van mijn nicht
hebben gekocht
skeelers
Wat is het lijdend voorwerp in de zin?
Van mijn zakgeld heeft Maarten een nieuwe telefoon gekocht.
mijn zakgeld
Maarten
een nieuwe telefoon
heeft gekocht
Wat is de persoonsvorm in de zin?
Mijn oom wil een auto voor zeven personen kopen.
Mijn oom
wil
een auto
wil kopen
Wat is het lijdend voorwerp in de zin?
Heb jij dit weekend de woordjes voor Frans wel geleerd?
Heb
jij
de woordjes voor Frans
heb geleerd
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin?
Jullie winkel verkocht een klein schilderij op vrijdag.
Jullie winkel
verkocht
een klein schilderij
op vrijdag
Wat is het onderwerp in de zin?
Ik ben het pionnetje van het bordspel kwijtgeraakt.
Ik
ben
het pionnetje
ben kwijtgeraakt
Wat is het lijdend voorwerp in de zin?
Alle leerlingen hebben hun eigen rekenschrift.
Alle leerlingen
hebben
hun eigen rekenschrift
eigen rekenschrift
Wat is het onderwerp in de zin?
Aan Marieke geef ik volgende week een presentje.
Marieke
geef
ik
een presentje
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'Kun je mijn fietsband plakken?'
Kun
Kun plakken
je
mijn fietsband
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'De leerlingen leren wat het lijdend voorwerp is'
De leerlingen
leren
leren wat het lijdend voorwerp is
Wat het lijdend voorwerp is
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
De fietsen worden op slot gezet
Er is geen lijdend voorwerp
Worden
op slot
gezet
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'De heren van het goede leven geef ik een taart voor hun verjaardag'
De heren
De heren van het goede leven
Een taart
Hun verjaardag
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'De taart wordt gegeven aan de heren van het goede leven'
Er is geen lijdend voorwerp
De taart
De heren van het goede leven
de heren
Welk zinsdeel van de volgende zin is het lijdend voorwerp?
'Ik ben mijn sleutels vergeten in de deur'
in de deur
mijn sleutels
ik
ben vergeten
Mijn sleutels zijn vergeten in de deur
Mijn sleutels
in de deur
zijn vergeten
Er is geen lijdend voorwerp
