wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalzuivering 1

Total questions: 17

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Mijn nieuwe wagen heeft een heel ​ (a)   motor: hij verbruikt maar 5 liter op 100 km.

Choose from the below words
efficiënte
effectieve
2.

Ik ​ (a)   Bond, James Bond.

Choose from the below words
heet
noem
3.

Om je tekst betrouwbaar te doen overkomen, kun je refereren ​ (a)   artikels over het onderwerp die je gelezen hebt.

Choose from the below words
aan
naar
4.

Het artikel dat je schrijft, bevat ​ (a)   een inhoudstafel, duidelijke conclusies en een bibliografie.

Choose from the below words
ten minste
tenminste
5.

Toen zij dat vertelde was ik compleet ​ (a)   !

Choose from the below words
gechoqueerd
geshokeerd
geshockeerd
gechokeerd
6.

Dit zijn...

a)

schorseneren

b)

schorselen

c)

schorsenelen

d)

schorsereren

7.
a)

laarzen

b)

botten

c)

bottines

d)

schoenen

8.

Voetgangers horen op het ​ (a)   te blijven.​

Choose from the below words
trottoir
voetpad
9.

Onze klasfuif ​ (a)   in het parochiecentrum.

Choose from the below words
vindt plaats
gaat door
10.

Er was een zwaar ​ (a)   op de E40: er waren vier ​ (b)   .

Choose from the below words
ongeval
gewonden
ongeluk
gekwetsten
11.

De ​ (a)   de feestzaal is langs de achterkant.

Choose from the below words
ingang van
toegang tot
12.

Het hele schoolgebouw is nu ​ (a)   en alle leerlingen zijn ​ (b)   .

Choose from the below words
ontruimd
geëvacueerd
13.

Met die opmerking heb je mij echt ​ (a)  

Choose from the below words
gekwetst
gewond
verwond
14.

Heeft hij ​ (a)   alle brandbare materialen uit het magazijn verwijderd?

Choose from the below words
effectief
efficiënt
15.

Het was liefde op het eerste ​ (a)  

Choose from the below words
zicht
gezicht
gezien
16.

Match the following

a)

notitie nemen

1.

aantekeningen maken

b)

nota nemen

2.

opmerken

c)

nota bene (N.B.)

3.

toevoeging aan een tekst

17.

Verbind

a)

d.w.z.

1.

dat wil zeggen

b)

m.b.t.

2.

met betrekking tot

c)

n.a.v.

3.

naar aanleiding van

d)

cf.

4.

confer: zie op die plaats

e)

cfr.

5.

confrater: broeder