wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4 Thema 9 Regeling bs 6 Hormoonstelsel

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitspraak over de hormonen/hormoonklieren is juist?

a)

Ons lichaam kent zeven hormoonklieren

b)

Ons lichaam kent oneindig veel hormoonklieren

c)

Elke hormoonklier produceert één hormoon

d)

Hormonen zijn 'chemische boodschappers', opgebouwd uit eiwitten of vetten

2.

Welke hormoonklier reguleert de concentratie van bloedsuikers

a)

De geslachtsklieren

b)

De alvleesklier

c)

De bijschildklieren

d)

De hypofysevoorkwab

3.

Welke van onderstaande klieren is GEEN hormoonklier.

a)

hypofyse

b)

speekselklieren

c)

bijnieren

d)

teelballen

4.

Enkele hormoonklieren bij mensen zijn: eierstokken, schildklier en teelballen.

Welk of welke van deze klieren worden beïnvloed door hormonen uit de hypofyse?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Eierstok

b)

Schildklier

c)

Teelballen

d)

Eilandjes van Langerhans

5.

Wat is de functie van hormonen?

a)

Hormonen regelen de werking van weefsels en organen die er gevoelig voor zijn.

b)

Hormonen verwerken impulsen die afkomstig zijn van zintuigcellen.

c)

Hormonen zorgen voor de voeding van veel hormoonklieren.

d)

Hormonen zorgen voor vaste, snelle reacties op bepaalde prikkels.

6.

Welke van de twee klieren is het meest waarschijnlijk een schildklier?

a)

Beide klieren

b)

Geen van beide klieren

c)

Klier 1

d)

Klier 2

7.

Wat zijn de algemene verschillen tussen het hormoonstelsel en het zenuwstelsel?

a)

Hormoonstelsel werkt snel, zenuwstelsel werkt traag

b)

Hormoonstelsel werkt traag, zenuwstelsel werkt snel

c)

Hormoonstelsel zorgt voor reacties op korte termijn, zenuwstelsel op lange termijn.

d)

Hormoonstelsel zorgt voor reacties op lange termijn, zenuwstelsel op korte termijn.

8.

Voorbeelden van hormoonklieren zijn:

a)

hypofyse

b)

maag

c)

kleine hersenen

d)

schildklier

e)

eierstokken

9.

Onder invloed van welk hormoon wordt glycogeen omgezet in glucose?

(a)  

10.

Welk hormoon wordt bij diabetes onvoldoende geproduceerd?

(a)  

11.

Er is een hormoon dat een soortgelijke functie vervult van glucagon. Typ de naam van dat hormoon.

(a)  

12.

Adrenaline is een hormoon dat juist niet traag werkt, maar heel snel. Waar wordt adrenaline geproduceerd?

a)

bijnieren

b)

schildklier

c)

hypofyse

d)

Eilandjes van Langerhans

e)

teelballen

13.

Insuline en glucagon regelen ...

a)

het constant houden van de bloedsuikerspiegel

b)

de hartslag

c)

de productie van hormonen in de schildklier

d)

de productie van testosteron

e)

de productie van adrenaline

14.

Insuline en glucagon worden geproduceerd in ...

a)

de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier

b)

de eilandjes van Langerhans in de bijnieren

c)

de schildklier

d)

de teelballen

e)

de eilandjes van Langerhans in de hypofyse

15.

Welk hormoon wordt er geproduceerd in de eierstokken?

a)

testosteron

b)

oestrogeen

c)

oxytosine

d)

TSH

e)

groeihormoon

16.
Waarvoor zorgt hypofyse? 
a)
Speeksel aanmaak
b)
Haargroei
c)
Botgroei
d)
Hersengroei
17.
Waar ligt de alvleesklier?
a)
Achter de nieren
b)
Achter de darmen
c)
Bij het hart
d)
Bij de maag
18.
De oranje delen van de afbeelding maken een hormoon dat:
a)
je snel veel energie geeft
b)
ervoor zorgt dat je groeit
c)
voor de goede hoeveel suikers in je bloed zorgt
d)
je secundaire geslachtskenmerken krijgt
19.

De schildklier geeft een hormoon af dat de verbranding versnelt. Waar in het lichaam kan door dit hormoon de verbranding worden versneld?

a)

alleen in de hartspier

b)

alleen in de lever

c)

alleen in de schildklier

d)

in het hele lichaam

20.

In welk orgaan (of in welke organen) wordt het groeihormoon geproduceerd?

a)

in de bijnieren

b)

in de eierstokken

c)

in de hypofyse

d)

in de schildklier

e)

in de teelballen

21.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed en een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

22.

Enkele beweringen over de alvleesklier:

1. de alvleesklier produceert spijsverteringsenzymen

2. in de alvleesklier liggen cellen die hormonen produceren

3. spijsverteringsenzymen en hormonen uit de alvleesklier worden beide via een ader afgevoerd


Welke beweringen zijn juist?

a)

1 en 2

b)

1 en 3

c)

2 en 3

d)

1,2 en 3