wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V5 Stofwisseling 3.1-3.2-3.3

Total questions: 22

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Nummer 1 laat een celorganel zien. Welke?

a)

chloroplast

b)

endoplasmatisch reticulum

c)

thylakoid

d)

golgiapparaat

2.

nummer 2=

a)

binnenmembraan

b)

buitenmembraan

c)

thylakoïde ruimte

d)

Granum

3.

nummer 5=

a)

binnenmembraan

b)

buitenmembraan

c)

stroma

d)

Thylakoïderuimte

4.

nummer 7=

a)

binnenmembraan

b)

Thylakoïde

c)

stroma

d)

Thylakoïderuimte

5.

Welk enzym vertoont de grootste enzymactiviteit?

a)

X

b)

Y

c)

Z

6.

Vanaf welke temperatuur gaat enzym X denatureren?

a)

0 graden

b)

2 graden

c)

11 graden

d)

23 graden

e)

31 graden

7.

Welk enzym vertoont de grootste activiteit bij 40 graden?

a)

X

b)

Y

c)

Z

8.

Vanaf welke temperatuur zijn alle enzymen Y gedenatureerd?

a)

43 graden

b)

12 graden

c)

30 graden

d)

60 graden

9.

Boven de 32 graden vertoont enzym Y geen activiteit meer.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

De optimimumtemperatuur van enzym Z is 56 graden.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Enzym X, Y en Z kunnen werkzaam zijn in hetzelfde organisme.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Als chlorofylmoleculen voldoende lichtenergie absorberen, dan komen elektronen ...

a)

in de grondtoestand terecht

b)

van de grondtoestand in de aangeslagen toestand terecht

c)

van de aangeslagen toestand in de grondtoestand terecht

d)

in een lager energieniveau terecht

13.

In de lichtreacties worden de energierijke elektronen uiteindelijk overgedragen op

a)

NADP+

b)

NADPH

c)

ATP

d)

ADP

14.

Bij welke reactieketen van de fotosynthese komt zuurstof vrij?

a)

Lichtreactie

b)

Calvincyclus (donkerreactie)

15.

Fosforylering betekent

a)

Binden van een fosfaatgroep aan ADP

b)

Het vrijkomen van een fosfaatgroep van ATP

16.

Welk 2 stoffen uit de lichtreactie zijn noodzakelijk voor het verdere verloop van de glucose- en zetmeelvorming in een plant?

a)

NADPH & ATP

b)

NADP & ADP

c)

H2O & CO2

17.

Welke processen doen zich voor tijdens de lichtafhankelijke reacties van de fotosynthese?

a)

Splitsing van H2O, synthese van ATP, reductie van NADPH, vorming van O2, oxidatie van CO2

b)

oxidatie van H2O, reductie van NADP+, fosforylering van ADP, reductie van O2

c)

oxidatie van H20, synthese van ATP, reductie van NADPH, vorming van glucose

d)

Splitsing van H2O, reductie van NADP+, synthese van ATP, vorming van O2

18.

Bij welke reactie wordt energie vastgelegd?

a)

ATP --> ADP + P

b)

ATP + P --> ADP

c)

ADP --> ATP + P

d)

ADP + P --> ATP

19.

Koolstofdioxide wordt tijdens het fotosyntheseproces gebruikt bij

a)

de Calvincyclus

b)

de fotolyse

c)

de reductie van NADP+

d)

de synthese van ATP

20.

Wat is de functie van NADPH en ATP?

a)

Ze absorberen licht

b)

Ze geven energie aan de lichtreactie

c)

Het zijn licht-reflecterende pigmenten

d)

Het zijn energie-overdragers

21.

Waar vinden de donkerreacties (Calvin cyclus) plaats?

a)

thylakoïd membraan

b)

lumen

c)

stroma

d)

grana

22.

Tijdens de lichtreacties stromen elektronen ...

a)

van chlorofyl naar H2O

b)

van O2 naar chlorofyl

c)

van H2O naar chlorofyl

d)

van fotosysteem I naar fotosysteem II