wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 8. Het werkt - verbranding en ademhaling

Total questions: 20

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
2.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
3.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
4.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
5.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
6.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
7.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
8.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
9.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt
b)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt
c)
De lucht hierdoor warmer ,vochtiger en geroken wordt
d)
De lucht hierdoor gezuiverd,droger en kouder wordt
10.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

11.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. De naam van nummer 11 is:

a)

de long

b)

de bronchie

c)

de luchtpijp

d)

de longblaasjes

12.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter P veel zuurstof?

a)

ja

b)

nee

13.

Bij inademen worden de longen gevuld met lucht. Inademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussenribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

14.

Bij uitademen legen de longen zich, de lucht wordt uitgeblazen. Uitademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussenribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het middenrif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich ontspant

15.

Waar vindt de gasuitwisseling plaats?

a)

overal

b)

nr 6, 7 en 8

c)

nr 6

d)

nr 8

e)

geen juist antwoord

16.

Wat gebeurt er in de longblaasjes?

a)

Koolstofdioxide gaat uit het bloed en zuurstof gaat in het bloed

b)

Zuurstof gaat uit het bloed en koolstofdioxide gaat in het bloed

c)

Koolstofdioxide en zuurstof gaan beiden het bloed in

d)

Koolstofdioxide en zuurstof gaan beiden het bloed uit

17.

Welke twee soorten ademhaling zijn er?

a)

Rug- en buikademhaling

b)

Borst- en buikademhaling

c)

Middenrif- en borstademhaling

18.

Wat moet er worden ingevuld bij 1 en 2?

glucose + 1 → 2 + water + energie

a)

1 = koolstofdioxide

2= zuurstof

b)

1= koolmonoxide

2 = zuurstof

c)

1 = zuurstof

2 = koolstofdioxide

d)

1 = zuurstof

2 = koolmonoxide

19.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
20.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig