wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V5 Vertering

Total questions: 10

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

In een experiment werd bij een hond de alvleesklier weggehaald. Als gevolg daarvan wordt in vetcellen het enzym lipase, dat door insuline wordt geremd, geactiveerd. Onder invloed van dit lipase geven de vetcellen vetzuren aan het bloed af. De concentraties vetzuren en glucose in het bloed van de hond werden gemeten. Een deel van de resultaten is onleesbaar geworden.

Het verloop van de glucose concentratie in het bloed gedurende de meetperiode na het wegnemen van de alvleesklier is in de afbeelding niet meer te zien. Wat is het verloop van de glucoseconcentratie in de grafiek?

a)

De grafiek blijft gedurende de vier dagen horizontaal lopen.

b)

De grafiek stijgt gedurende de vier dagen geleidelijk.

c)

De grafiek stijgt gedurende de eerste twee dagen en daalt daarna.

2.

Over het transport van verteringsproducten in darmvlokken worden de meerdere beweringen gedaan. Klik de juiste bewering(en) aan.

a)

De verteringsproducten die in het bloed worden opgenomen, zijn in het algemeen beter
oplosbaar in water dan verteringsproducten die in de lymfe worden opgenomen.

b)

Een deel van de verteringsproducten wordt via diffusie en een deel via actief transport uit
cellen van de dunne darm in het bloed opgenomen.

c)

Het al dan niet verzadigd zijn van de vetzuren bepaalt of deze in de lymfe of in het bloed worden opgenomen.

3.

In de afbeelding is een dwarsdoorsnede van de romp van een mens weergegeven. Enkele delen van het lichaam zijn aangeduid met letters K, L, M en N. Welk orgaan is L?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Dunne darm

d)

Twaalfvingerige darm

4.

Er zijn veel verschillende organische stoffen in het menselijk lichaam. Welke van deze stoffen kan/kunnen geheel worden opgebouwd uit atomen afkomstig van de moleculen H2O, O2 en CO2? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

Eiwitten

b)

Nucleïnezuren

c)

Fosfolipiden

d)

Vetzuren

e)

Polysachariden

5.

Zetmeel is een verzamelnaam voor complexe polymere koolhydraten die in de natuur dienen als voedselreserve voor planten. Welk koolhydraat heeft in dierlijke organismen een vergelijkbare functie?

a)

Chitine

b)

Melkzuur

c)

Cellulose

d)

Glycogeen

6.

Waar komt het zuur vandaan dat in de maag een rol speelt bij de vertering?

a)

Het ontstaat in de maagholte bij de vertering van vetten tot glycerol en vetzuren.

b)

Het wordt gemaakt door de alvleesklier en komt via een afvoerbuis in de maagholte.

c)

Het wordt gemaakt door de lever en komt via een afvoerbuis in de maagholte.

d)

Het wordt gemaakt door maagwandkliertjes en komt via afvoerbuisjes in de maagholte.

7.

In welke organen kan zetmeel worden afgebroken tot maltose?

a)

Mondholte

b)

Maag

c)

Twaalfvingerige darm

d)

Alveesklier

e)

Darmen

8.

Welk orgaan is onderdeel i in de afbeelding?

a)

Alvleesklier

b)

Blinde darm

c)

Appendix

d)

Galblaas

9.

Een bestanddeel van alvleessap is HCO3-. Welke functie heeft dit bestanddeel in de twaalfvingerige darm?

a)

Verhogen van de pH

b)

Activeren van enzymen

c)

Verlagen van de pH

d)

Afbreken van koolhydraten

10.

In de afbeelding zie je het transport van voedingsstoffen dat plaatsvindt in de darm. Welke uitspraak over deze afbeelding is niet juist?

a)

De Na+-concentratiegradiënt is nodig om het transport van glucose mogelijk te maken.

b)

De afbraak van ATP is nodig om het transport van glucose mogelijk te maken.

c)

Kalium wordt de darmen ingepompt om het transport van glucose mogelijk te maken.

d)

Het pompen van Na+ de darmen is is een vorm van actief transport.