WorksheetsV4 H4 Kruisingen
Total questions: 5
Worksheet time: 16mins
Bert en Marieke willen graag een kind, maar beide zijn ze drager van een recessief allel dat een ernstige spierziekte kan veroorzaken. Wat is de kans dat hun kindje de ziekte krijgt?
100%
75%
50%
25%
0%
Sikkelcelanemie is een ziekte waarbij de rode bloedcel de vorm krijgt van een sikkel (zie afbeelding). Iemand die drager is van het gen, heeft deels normale rode bloedcellen en deels sikkelvormige rode bloedcellen. Welke term beschrijft het allel voor de sikkelvormige rode bloedcellen het best?
Dominant
Onvolledig dominant
Co-dominant
Recessief
Bekend is dat bij een plantensoort de bloemkleur bepaald wordt door twee genen A en B die niet op hetzelfde chromosoom liggen. Als in een plant van een van beide genen een of meer dominante allelen voorkomen, is de bloedkleur rood. Alleen de dubbel homozygoot recessieve planten hebben witte bloemen.
Bij een kruising tussen een plant met rode bloemen en een met witte bloemen ontstaat een F1 die ook bestaat uit planten met rode en planten met witte bloemen in verhouding rood : wit = 1 : 1. Welke van de onderstaande mogelijkheden geeft het genotype van de ouders weer?
AABb x aaBB
Aabb x aaBb
AaBb x aabb
Aabb x aabb
Een bepaalde plantensoort heeft drie allelen voor bloemkleur: onvolledig dominant allel voor rood Er, onvolledig dominant allel voor blauw Eb en recessief allel voor wit e. Een plant met het genotype Er en Eb heeft paarse bloemen. Er zijn bij deze planten soort twee allelen voor bloemgrootte: dominant allel voor grote bloemen G en recessief allel voor kleine bloemen g.
Een kruising van twee individuen levert talrijke nakomelingen op met acht verschillende fenotypen: 75% van de nakomelingen is grootbloemig. Wat zijn de fenotypen van de met elkaar gekruiste individuen?
Paarse grootbloemige plant en paarse grootbloemige plant
Paarse grootbloemige plant en witte kleinbloemige plant
Rode grootbloemige plant en blauwe grootbloemige plant
Rode grootbloemige plant en witte kleinbloemige plant
Allel E voor een bruine vacht is dominant over allel e voor een zwarte vacht. Allel G voor een gevlekte vacht is dominant over allel g voor een effen vacht. Beide genen liggen op hetzelfde chromosoom en erven dus gekoppeld over. Een man en een vrouw met op het ene chromosoom EG en op het andere chromosoom eg krijgen 24 kinderen. Hoeveel kinderen hebben een bruine, effen vacht?
24
18
12
6
0
