Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 4.2 en begin 4.3

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel stroomkringen zijn op de afbeelding te zien?

a)

één

b)

twee

c)

drie

d)

geen

2.

Wat is de eenheid van spanning?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

3.

Wat is de eenheid van stroomsterkte?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

4.

Een fietslamp werkt op 2 staafbatterijen. Op hoeveel volt werkt de lamp?

a)

2 volt

b)

3 volt

c)

6 volt

d)

10.000 volt

5.

Zijn metalen goede geleiders?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Wat is geen isolator?

a)

Plastic

b)

Rubber

c)

Goud

d)

Beton

7.

Zijn de lampjes op de afbeelding in een serie geschakeld of parallel?

a)

Serie

b)

Parallel

8.

Zijn de lampjes op de afbeelding in een serie geschakeld of parallel?

a)

Serie

b)

Parallel

9.

Waarmee hebben we te maken als er bij een apparaat de stroom meteen heel erg groot wordt?

a)

Kortsluiting

b)

Overbelasting

c)

Met schreeuwende leerlingen in de klas die niet stil willen zijn.

10.

In een serieschakeling is de ..... ieder apparaat hetzelfde.

a)

stroomsterkte door

b)

spanning over

11.

Beredeneer de spanning over de individuele lampjes in de meest rechter schakeling als alle lampjes identiek zijn.

a)

2 V

b)

6 V

c)

3 V

12.

Welk(e) lampje(s) gaat(gaan) uit als ik lampje 1 uitdraai

a)

lampje 1

b)

lampje 2

c)

lampje 3

d)

lampje 4

e)

lampje 5

13.

Welk(e) lampje(s) gaat(gaan) uit als ik lampjes 1 en 2 uitdraai?

a)

lampjes 1

b)

lampjes 2

c)

lampje 3

d)

lampje 4

e)

lampje 5

14.

In een parallelschakeling is de ..... ieder apparaat hetzelfde.

a)

stroomsterkte door

b)

spanning over

15.

Wat hoort er op de puntjes?

(a)