wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Check Bevolking & Ruimte H2 §2.1 tm § 2.3

Total questions: 19

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip hoort hierbij: dalende geboortecijfers zorgen voor een lager aandeel jongeren

a)

vergrijzing

b)

levensverwachting

c)

ontgroening

2.

suburbanisatie komt later dan urbanisatie

a)

juist

b)

onjuist

3.

Als in een jaar meer mensen zich in een gebied vestigen dan er vertrekken:

a)

Vestigingsoverschot

b)

Vertrekoverschot

4.

In de jaren 50 werden veel meer kinderen geboren dan er mensen stierven. Welke uitspraak klopt?

a)

In de jaren 50 was er een geboorteoverschot

b)

In de jaren 50 was er een sterfteoverschot

c)

In de jaren 50 was er een daling van de natuurlijke groei

d)

In de jaren 50 was er een stijging van het sterftecijfer

5.

Een buurtactiviteit kan ervoor zorgen dat de leefbaarheid in de buurt verbetert.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

In Nederland zijn er dit jaar 211.00 kinderen geboren.

Welke uitspraak is juist.

a)

Het gaat hier om relatieve cijfers

b)

Het gaat hier om absolute cijfers

c)

Er is sprake van een geboorteoverschot

d)

Er is sprake van vergrijzing

7.

Hoort deze bevolkingsgrafiek bij een arm of een rijk land?

a)

Deze bevolkingsgrafiek hoort bij een arm land.

b)

Deze bevolkingsgrafiek hoort bij een rijk land.

c)

Deze bevolkingsgrafiek hoort bij een land dat niet rijk en niet arm is.

8.

Welke onderstaande zinnen zijn juist?

a)

De levensverwachting in arme landen is laag doordat de gezinnen groot zijn.

b)

In landen waar kinderen vaak jong sterven is de levensverwachting laag.

c)

Ziekten als diarree zijn een oorzaak van de lage levensverwachting in arme landen.

d)

In rijke landen eet men gezonder dan in arme landen, dus is de levensverwachting hoger.

9.

Een reden om weg te gaan uit je eigen land, noemen we aan afstotingsfactor.

Klik op 3 afstotingsfactoren

a)

veiligheid

b)

familie en vrienden

c)

werkloosheid

d)

aardbevingen

e)

klimaat

10.

Als de sociale bevolkingsgroei in een land positief is dan ...

a)

Zijn er daar meer immigranten dan emigranten

b)

Zijn er daar meer emigranten dan immigranten

11.

De bevolkingsdiagram op de afbeelding heeft de vorm van een:

a)

Piramide

b)

Granaat

c)

Urn/ Ui

12.

Welk begrip past hierbij?

a)

geboorteoverschot

b)

sterfteoverschot

c)

vergrijzing

13.

In Nederland wonen de meeste mensen in de Randstad. Friesland en Limburg zijn dunvolkte plaatsen. Is de bevolkingsspreiding van Nederland regelmatig of onregelmatig?

(a)  

14.

In welke provincies is er sprake van een krimpende bevolking?

a)

Zeeland

b)

Flevoland

c)

Limburg

d)

Noord Holland

15.

Wat is ruimtelijke segregatie?

a)

Als bevolkingsgroepen gescheiden leven in een stad

b)

Als bevolkingsgroepen gemengd wonen door de hele stad

16.

In welke wijk is de leefbaarheid het grootste?

a)
b)
c)
d)
17.
Wanneer behoor je tot de beroepsbevolking?
a)
Als je ouder dan 15 bent
b)
Als je tussen de 15-67 jaar bent
c)
Als je jonger bent dan 15
d)
Als je 80 jaar bent
18.

welk begrip wordt hier omschreven? Grote verschillen in inkomens groepen mensen

(a)  

19.

Noem 4 factoren waardoor de leefbaarheid wordt bepaald

4 lines