wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ha5 H2 endogene en exogene processen 1-3

Total questions: 60

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

Het binnenste deel van de aarde waar warmte ontstaat.

(a)  

2.

Het buitenste laagje van de aarde dat bestaat uit stukken oceaanbodem en stukken continent.

(a)  

3.

Het deel van de aarde waar de aardkorst op drijft.

(a)  

4.

Het gedeelte van de mantel dat gedeeltelijk vloeibaar is en waar de lithosfeer overheen beweegt.

(a)  

5.

Stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen en veel in oceanische korst voorkomt.

(a)  

6.

De diepste plaatsen in de zeebodem die ontstaan waar oceanische korst onder andere korst wordt geduwd.

(a)  

7.

Stollingsgesteente dat ondergronds stolt.

(a)  

8.

De aardkorst en bovenste deel van de aardmantel die samen als aardplaten bewegen.

(a)  

9.

Een wereldwijd aaneengesloten "onderwatergebergte" op de oceaanbodem ontstaan doordat oceanische korst uit elkaar drijft.

(a)  

10.

De plaatgrenzen waarbij aardplaten naar elkaar bewegen.

(a)  

11.

De plaatgrenzen waarbij aardplaten uit elkaar bewegen.

(a)  

12.

Het wegduiken van oceaanbodem in de aardmantel.

(a)  

13.

Het bewegen van de aardplaten.

(a)  

14.

Het enorme continent dat ongeveer 200 miljoen jaar geleden bestond uit alle huidige continenten samen.

(a)  

15.

De plaatgrenzen waarbij aardplaten langs elkaar bewegen.

(a)  

16.

Een grote cirkelvormige krater ontstaan nadat het bovenste deel van de vulkaan is weggeblazen, of is ingestort.

(a)  

17.

Een vulkaanuitbarsting met een rustig verloop.

(a)  

18.

Een explosief verlopende uitbarsting van een vulkaan.

(a)  

19.

Plek op aarde waar in de aardmantel pluimen van zeer heet magma omhoogkomen.

(a)  

20.

Al het materiaal dat bij een vulkaanuitbarsting in de lucht wordt geslingerd, zoals lava, as en stenen.

(a)  

21.

Een vulkaan die ontstaat doordat de dun vloeibare basaltische lava rustig vanuit de krater stroom en een uitgestrekt gebied kan bedekken.

(a)  

22.

Kegelvormige vulkaan die bestaat uit een gelaagde opbouw van afwisselend as- en lavalagen.

(a)  

23.

...?... = Trillingen die ontstaan door een plotselinge verschuiving van delen van de aardkorst.

(a)  

24.

Uit welk gesteente bestaat continentale korst?

a)

Basalt

b)

Graniet

25.

Een Mid-Oceanische rug ontstaat in een....

a)

Convergentiezone

b)

Subductiezone

c)

Divergentiezone

26.

Wat is platentektoniek?

a)

Het ontstaan van vulkanen

b)

De soort platen.

c)

Het bewegen van de platen door de convectiestromen.

27.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

28.

Wat is een goede uitleg voor de begrippen epicentrum en hypocentrum?

a)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat, hier voel je de schok bijna niet.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

b)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat.

29.
Uit welke delen is de aarde opgebouwd?
a)
Kern, Aardkorst, convectiestromingen
b)
Kern, magma, aardkorst
c)
kern, aardmantel, aardkorst
d)
Aardkorst, mantel, gebergten
30.

Juist of fout? Onder oceanen is de aardkost het dunst

a)

juist

b)

fout

31.

Ooit zaten alle continenten aan elkaar vast. Dit supercontinent noemen we .....

a)

Pangea

b)

Gaia

c)

Kraton

d)

Fossiel

32.

Het langzaam bewegen van aardplaten noemen we .....

a)

Aardkorst

b)

Platentektoniek

c)

Convectiestromen

d)

Aardbevingen

33.

Welk begrip hoort niet bij de afbeelding?

a)

convergentie

b)

subductie

c)

gebergtevorming

d)

continentale platen

34.

In welke deel van de aarde komen convectiestromen voor die de breuken in de aardkorst veroorzaken?

a)

asthenosfeer

b)

binnenmantel

c)

buitenmantel

d)

lithosfeer

35.

Wat voor type convergentie zie je op de afbeelding?

a)

continent-continent

b)

oceaan-oceaan

c)

oceaan-continent

36.

Wat voor type convergentie zie je op de afbeelding?

a)

continent-continent

b)

oceaan-oceaan

c)

oceaan-continent

37.

Welk begrip hoort niet bij de afbeelding?

a)

mid-oceanische rug

b)

zeevloerspreiding

c)

convergentie

d)

divergentie

38.

Welke plaatbeweging hoort bij de afbeelding?

a)

divergentie

b)

langs elkaar

c)

convergentie

39.

Welk kenmerk hoort niet bij een oceanische korst?

a)

basalt

b)

relatief zwaar

c)

graniet

d)

dun

40.

Bij welke plaatbeweging komt geen vulkanisme voor?

a)

continent-continent

b)

oceaan-oceaan

c)

oceaan-continent

41.

Vulkanen komen vooral voor langs de rand van aardplaten.

a)

Juist

b)

Onjuist

42.

Wat komt er vrij bij een vulkaanuitbarsting? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Magma.

b)

Giftige gassen.

c)

As.

d)

Stenen

43.

Een tsunami is gevaarlijk in ... water

a)

Diep

b)

Ondiep

44.

Een tsunami ontstaat door een aardbeving onder water.

a)

Juist

b)

Onjuist

45.

Nieuwe bergen/eilanden op de zeebodem ontstaan door....

a)

Platen die naar elkaar toe bewegen

b)

Platen die van elkaar af bewegen

c)

Platen die langs elkaar bewegen

46.

Nederland ligt aan de grens van een plaat.

a)

Juist

b)

Onjuist

47.

Nederland ligt

a)

In het midden van een plaat

b)

Aan de rand van een plaat

48.

Bekijk de bron en kies de juiste stelling

a)

Japan ligt in de buurt van 4 tektonische platen

b)

Japan ligt in de buurt van 2 tektonische platen

c)

Japan ligt in de buurt van 5 tektonische platen

d)

Japan ligt in de buurt van 3 tektonische platen

49.

Bekijk de bron en kies de juiste stelling

a)

Aardbevingen komen vooral aan de west-kust voor.

b)

Aardbevingen zijn gelijk verspreid over heel Japan.

c)

Aardbevingen komen vooral aan de oost-kust voor

50.

Gunstige gevolgen van een vulkaanuitbarsting:

a)

Kostbare metalen en bruikbare stenen

b)

onbruikbare stenen en kostbare metalen

c)

Vruchtbare grond

d)

Veel aandacht in het nieuws

51.

Welk van die plaatjes komen voor in Nederland?

a)

Bovenste plaatje

b)

Middelste plaatje

c)

Onderste plaatje

d)

Geen enkele

52.

Bij welke vorm van vulkanisme hoort deze foto?

a)

Schildvulkanisme

b)

Stratovulkanisme

c)

Caldera

d)

Hotspotvulkanisme

53.
Wat wordt er bedoeld met de Ring van Vuur?
a)
het gebied rond de Pacifische Oceaan waar veel vulkanen voorkomen
b)
het gebied rond de Atlatische Oceaan waar veel bosbranden zijn
c)
het gebied op aarde waar schepen en vliegtuigen zomaar verdwijnen
d)
Het gebied in Mexico waar een grote meteorietinslag is geweest
54.

Wat is een ander woord voor een pyroclastische stroom?

(a)  

55.

Wat is de Schaal van Richter?

a)

Hiermee meet je de kracht van een vulkaan.

b)

Hiermee zie je de aardplaten verschuiven.

c)

Hiermee meet je de sterkte van een aardbeving.

d)

Hiermee voel je een aardbeving aankomen.

56.
Ontstaat op de plek van cijfer 4 een mid-oceanische rug?
a)
Altijd
b)
Soms
c)
Vaak
d)
Nooit
57.
Bij een Mid- Oceanische rug schuiven twee plaaten.....
a)
Langs elkaar
b)
Van elkaar weg
c)
Naar elkaar toe
58.
Bij een botsing schuift de zwaardere continentale korst  onder de lichtere oceanische korst.
a)
Juist
b)
Onjuist
59.

Tsunami's kunnen ontstaan wanneer een van de twee platen omhoog schiet.

a)

Juist

b)

Onjuist

60.

Nederland heeft lichte aardbevingen door:

a)

Gaswinning in het noorden

b)

Nederland ligt aan de rand van een plaat

c)

Kleine breuken in de plaat bij Limburg

d)

Twee platen die uit elkaar bewegen