wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz A4 energie 1

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welke eenheid wordt er gebruikt voor energie

a)

Joule

b)

Watt

c)

Kilowatt

d)

Bar

2.

Als je een voorwerp optilt krijgt dat voorwerp energie. Welke vorm van energie ontstaat er?

a)

Bewegingsenergie

b)

Zwaarte-energie

c)

Arbeid

d)

Kinetische-energie

3.

In welke situatie wordt er WEL arbeid verricht?

a)

Een gewichtheffer houdt een halter vijf seconden stil boven zijn hoofd

b)

Jan probeert zijn auto uit de modder te duwen. Hij duwt zo hard als hij kan, maar de auto blijft staan.

c)

De zwaartekracht zorgt er voor dat een satelliet eenparig zijn rondjes draait

d)

De zwaartekracht zorgt er voor dat een basketbal naar beneden valt.

4.

W=F.s cos α

Welke grootheid wordt er met s bedoeld?

a)

Afstand

b)

Snelheid

c)

Kracht

d)

Arbeid

5.

W=F.s cos α

Welke grootheid wordt er met W bedoeld?

a)

Kracht

b)

Arbeid

c)

Afstand

d)

Snelheid

6.

Als je een kist van 10 kg 2,0 meter wilt optillen kost je dat energie.

Wat kan je zeggen over de energie die het kost als je dit doet op aarde en op de maan?

a)

Op aarde en de maan kost dit evenveel energie

b)

Op de maan kost dit minder energie

c)

Op aarde kost dit minder energie

d)

Op de maan is geen zwaartekracht, dus dit kost geen energie

7.

In welke van deze gevallen wordt er arbeid verricht.​

a)
Een doos met boeken valt van de tafel
b)
Je duwt tegen een betonnen muur
c)

Je slingert een bal met constante snelheid aan een touw horizontaal boven je hoofd.

d)

Twee personen zijn aan het touwtrekken en blijven de hele tijd op dezelfde plaats.

8.

Wat kan je zeggen over de totale energie in een afgesloten systeem?

a)

De totale hoeveelheid energie blijft altijd gelijk

b)

Er is altijd energieverlies. Er verdwijnt dus energie

c)

De totale energie neemt toe, door de klimaatverandering

d)

De totale energie neemt af, omdat er altijd energie verbruikt wordt

9.

Wat kan je zeggen over de arbeid die een kracht levert, als deze kracht precies tegen de bewegingsrichting in is?

a)

De arbeid is 0

b)

Er is positieve ardbeid

c)

De arbeid is negatief

d)

De arbeid neemt langzaam aan af

10.

Van welke grootheid hangt de zwaarte-energie van een voorwerp NIET af?

a)

De massa

b)

de hoogte

c)

de snelheid

d)

de valversnelling