wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

eerste semesterquiz 4 HW

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

2Communicatieaxioma’s: Je bent aan het praten met een vriendin. Ze vertelt een verhaal, maar je ziet aan de manier dat ze het vertelt dat ze liegt. Wat past best bij deze sitiatie?

a)

Digitale taal

b)

Betrekkingsaspect

c)

Symmetrische communicatie

d)

Inhoud aspect

2.

Wat is een psychologische ruis ?

a)

Alle signalen van buitenaf

b)

Vooroordelen en stereotiepe opvattingen

c)

Elke lichamelijke beperking

d)

Betrokken partijen die verschillende codes zoals vaktaal/jargon hanteren

3.

Wat doet de adaptieve functie van onze emoties?

a)

Ze sturen je gedrag in een richting die ons helpt met overleven.

b)

Het zijn emoties die zijn aangepast in bepaalde omstandigheden.

c)

Gaat over de vaardigheden die nodig zijn om te voldoen aan de verwachtingen van de samenleving.

d)

Zorgen voor een verhoogde aandacht en zorgen ervoor dat we herinneringen beter kunnen oplaan.

4.

Welke aspecten horen bij het tweede axioma van Watzlawick “We spreken altijd dubbel.”?

a)

Betrekkingsaspect, relationele aspect en het inhoudsaspect

b)

Omgevingsaspect, inhoudsaspect en het cognitieve aspect

c)

Emotionele aspect, rationele aspect en het fysieke aspect

d)

Waarnemingsaspect, expressionele aspect en het opnemende aspect

5.

Welk ruis bestaat ?

a)

Fysiologische ruis

b)

Subfysieke ruis

c)

Semantische ruis

d)

Aanwezige ruis

6.

Van welk€ basisemotie(s) is jaloezie een mengeling?

a)

verdriet

b)

angst

c)

woede

d)

walging

7.

Wat is het evolutionaire nut van spijt?

a)

Het zorgt ervoor dat je je schuldig voelt

b)

Gevoel van schaamte ervaren

c)

Bepaald gedrag niet opnieuw uitvoeren

d)

Het zorgt ervoor dat je rapper je excuses aanbiedt

8.

HOEVEEL AXIOMAS ZIJN ER?

a)

4

b)

6

c)

5

d)

7

9.

-Voor welke aspect heb je empathie nodig?

a)

Reguleren van emoties

b)

Expressie van emoties

c)

Herkennen en begrijpen van emoties

10.

Wat is geen deficiëntiebehoefte?

a)

Zelfwaardering

b)

Fysiologische behoefte

c)

Esthetische behoefte

d)

Behoefte aan zekerheid

11.

Wat is geen communicatieaxioma?

a)

Je kunt niet communiceren.

b)

Wie heeft het voor het zeggen?

c)

Iedereen heeft zijn waarheid.

d)

We spreken altijd dubbel.

12.

Voor wat staat de FFF?

a)

Fight

b)

Freeze

c)

FLy

d)

Fall

13.

Wat zijn de 3 beïnvloedende factoren van ons referentiekader.

a)

individuele factor

b)

maatschappelijke factor

c)

tijdsgeest

d)

gezondheid factor

14.

- Wat hoort bij theorie van Bronfenbrenner?

a)

Macrosysteem, de sterke en warme relatie die Ebe met haar ouders heeft.

b)

Exosysteem, Kimya woont in een multiculturele wijk en daardoor kent ze al veel bevolkingsgroepen.

c)

-Microsysteem, Het is een gewoonte op te eten met handen in de Afrikaanse cultuur.

d)

, Het is een gewoonte op te eten met handen in de Afrikaanse cultuur.

-Mesosysteem, ik heb al veel geleerd door SOCIAL MEDIA

15.

- Wat is een ander woord voor mandela effect?

a)

complottheorie

b)

crashing memory test

c)

traumatische ervaring

d)

emotie effect

16.

Welke van deze axioma’s behoort niet bij die van de communicatieaxioma’s?

a)

Iedereen heeft zijn waarheid

b)

Digitale en analoge taal

c)

Communiceren via media is belangrijk

d)

Je kunt niet niet communiceren

17.

Het autonoom zenuwstelsel bestaat uit het sympathisch en parasympatisch zenuwstelsel?

a)

Waar: het sympathische stelsel regelt voor rust en kalmte terwijl het parasympatische stelsel zorgt voor stress

b)

Niet waar: het autonoom zenuwstelsel bestaat uit het sympathisch en anti pathische zenuwstelsel

c)

Waar: het sympathische zenuwstelsel zorgt voor stress terwijl het parasympatische zorgt voor rust

d)

Niet waar: het sympathische en parasympatische zenuwstelsel komt van het afhankelijke zenuwstelsel

18.

Welke gelaatsuitdrukking komt niet wereldwijd voor?

a)

Blijdschap

b)

Woede

c)

verrassing

d)

jaloezie

e)

Walging

19.

Het parasympatisch zenuwstelsel zorgt voor?

a)

Inspanning of stress

b)

Zorgt ervoor dat je lichaam klaar is voor een actie

c)

Rust en ontspanning

20.

Waarom is er kritiek op Ekmans onderzoek?

a)

Sterke invloed van de westerse cultuur

b)

Weinig empirisch onderzoek mee gedaan

c)

Foute uitkomst van het onderzoek

d)

Niet overal toepasbaar

21.

Wat zijn de 5 behoeften van Maslow?

b) Fysiologische behoeften, behoefte aan veiligheid en zekerheid, sociale behoeften, waarderingsbehoeften en behoefte aan zelfactualisatie.

a)

Fysiologische behoeften, behoefte aan veiligheid en zekerheid, sociale behoeften, waarderingsbehoeften en behoefte aan zijnsbehoeften.

b)

Fysiologische behoeften, behoefte aan veiligheid en zekerheid, sociale behoeften, waarderingsbehoeften en behoefte aan zelfactualisatie

c)

Fysiologische behoeften, behoefte aan veiligheid en zekerheid, sociale behoeften, waarderingsbehoeften en behoefte aan zelfontplooiing

22.

Waarvoor zorgt het frustreren van behoeften

-

a)

Psychische problemen

b)

Veerkracht

c)

Energie en welbevinding

d)

- Geen van bovenstaande

23.

Met wat komen negatieve egodoelen overeen?

a)

externe druk waarbij je gemotiveerd word door het vermijden van negatieve gevoelens

b)

interne en externe druk waarbij je gemotiveerd word door angst en om straf te vermijden

c)

interne druk waarbij je gemotiveerd word door negatieve gevoelens

d)

externe druk waarbij je gemotiveerd word door een beloning

24.

Bij welk axioma hoort symmetrische communicateie?

a)

we spreken altijd dubbel

b)

wie heeft het voor het zeggen?

c)

je kunt niet niet communiceren

d)

iedereen heeft zijn waarheid

25.

Wat doet de adaptieve functie van onze emoties?

a)

Ze sturen je gedrag in een richting die ons helpt met overleven.

b)

Het zijn emoties die zijn aangepast in bepaalde omstandigheden.

c)

Gaat over de vaardigheden die nodig zijn om te voldoen aan de verwachtingen van de samenleving.

d)

Zorgen voor een verhoogde aandacht en zorgen ervoor dat we herinneringen beter kunnen oplaan.

26.

Welke van de volgende wordt niet beschouwd als een soort ruis?

a)

Fysieke ruis

b)

Interne ruis

c)

Fysiologische ruis

d)

Semantische ruis