WorksheetsHerhaling trimester 1 Nederlands 1B
Total questions: 151
Worksheet time: 2hrs 53mins
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Welk geluid maakt dit dier?
(a)
Fictie of non-fictie? Een brief van school bij je rapport.
Fictie
Non-fictie
Fictie of non-fictie? Een aflevering van The Walking Dead.
Fictie
Non-fictie
Fictie of non-fictie? Een tekst in je aardrijkskundeboek over aardbevingen.
Fictie
Non-fictie
Fictie of non-fictie? Een stripverhaal Suske en Wiske.
Fictie
Non-fictie
Fictie of non-fictie? Een nieuwsbericht
Fictie
Non-fictie
Hoeveel klankgroepen heeft het woord fietsenrek?
1
2
3
4
Hoeveel klankgroepen heeft het woord appel?
1
2
3
4
Hoeveel klankgroepen heeft het woord boekentas?
1
2
3
4
Hoeveel klankgroepen heeft het woord boom?
1
2
3
4
Hoeveel klankgroepen heeft het woord telefoonhoes?
1
2
3
4
Vul de puntjes in. k...enhok
ip
ipp
Vul de puntjes in. hooiv...en
ork
orkk
Vul de puntjes in. regenw...en
olk
olkk
Vul de puntjes in. melkfl...en
es
ess
Typ de zin over. Let op je hoofdletters en leestekens.
marie krijgt een nieuwe fiets
(a)
Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens?
welke sport doe je graag
(a)
Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens?
stop met lawaai maken
(a)
Welke zin is correct?
Schrijf jij met Nieuwjaar nog een nieuwjaarsbrief?
Schrijf jij met Nieuwjaar nog een Nieuwjaarsbrief?
Welk leesteken is correct?
Wat doe je graag in je vrije tijd
.
?
!
Welk leesteken is correct?
In mijn klas zitten 10 leerlingen
!
?
.
Welk leesteken is correct?
Gelukkige verjaardag
!
.
?
Welk leesteken is correct?
Luister je wel goed naar de leerkrachten
!
?
.
Welk leesteken is correct?
Ik heb niet zo een goed resultaten op mijn rapport
?
!
.
Welk leesteken past het best aan het eind van deze zin?
"Een van hen had een emmer, de tweede had een drilboor en de derde een spade"
?
!
.
Welk woord (en) moet met een hoofdletter?
deze winter sneeuwt het veel.
(a)
Welk woord (en) moet met een hoofdletter?
peter geeft een bloem aan anne.
(a)
Welke woord(en) schrijf je met een hoofdletter?
mieke woont in het zuiden van frankrijk.
(a)
Welke woord(en) schrijf je met een hoofdletter?
pieter heeft vorige week de sahara bezocht.
(a)
Welke woord(en) schrijf je met een hoofdletter?
Met sinterklaas krijg ik veel pepernoten en cadeautjes.
(a)
Welke woord(en) schrijf je met een hoofdletter?
achterin de tuin staat een grote vijgenboom.
(a)
Wanneer gebruik je hoofdletters?
aan het begin van een zin
bij namen van bedrijven en merken
bij de indeling van tijd
Welk woord (en) schrijf je met een hoofdletter?
de walvissen zwommen met een grote groep rond de boot.
(a)
Zoek de persoonsvorm:
Volgende week ga ik met mijn vriendin naar de bios.
Zoek de persoonsvorm:
Bij biologie zitten we op de eerste rij.
Zoek de persoonsvorm:
Ik wil ook wel eens een film in de klas kijken.
Zoek de persoonsvorm:
Ik ben gestruikeld over het snoer van mijn laptop.
Zoek de persoonsvorm:
Je moet voor de presentatie de vragen goed beantwoorden.
vragen
Zoek het onderwerp:
Ik speelde gisteren urenlang games op de computer.
Zoek het onderwerp:
De veiligheidsdienst heeft het deze dagen heel druk.
Zoek het onderwerp:
De president spreekt de Franse bevolking toe.
Zoek het onderwerp:
Uit eerbetoon kleurde de Eifeltoren blauw, wit en rood.
Zoek het onderwerp:
Op veel plaatsen werd maandag een minuut stilte gehouden.
Maak de zin af. De persoonsvorm is altijd...
een woord
een werkwoord
een persoon
een zelfstandig naamwoord
Maak de zin af: Als het onderwerp enkelvoud is,
dan is de persoonsvorm ook enkelvoud
dan is de persoonsvorm meervoud
De persoonsvorm vind je via de vraagproef. Wat is dat?
Maak de zin vragend en kies dan het eerste woord.
Maak de zin vragend en kies dan de eerste persoon.
Maak de zin vragend en kies dan het eerste werkwoord.
Wat is de persoonsvorm:
Jan gaat niet graag naar school.
Jan
gaat
graag
school
Wat is de persoonsvorm:
Waarom gaat Jan niet graag naar school?
Waarom
gaat
Jan
graag
Wat is de persoonsvorm:
Gisteren wilde Jan niet graag naar school gaan.
Gisteren
wilde
Jan
gaan
Die arme man bevindt zich in een moeilijke ...........
situatie
kenmerk
fragment
Dat meisje wil met haar felgekleurde kledij ...........
opvallen
achterhalen
vergelijken
beoordelen
Het meest opvallende ........... van de zebra is zijn wit met zwarte strepenpatroon.
kenmerk
situatie
fragment
De leraar ........... wie extra oefeningen moet maken.
bepaalt
overloopt
achterhaalt
vergelijkt
Ik kan niet ........... of hij toen afwezig was.
achterhalen
voorstellen
overlopen
opvallen
In de cinema toonden ze een ........... uit die nieuwe film.
fragment
situatie
kenmerk
Appels en peren kun je niet met elkaar ...........
vergelijken
opvallen
achterhalen
beoordelen
Het is niet zo gemakkelijk om jezelf na een spreekoefening te ...........
beoordelen
overbrengen
overlopen
opvallen
Vanavond moet ik de leerstof ........... en instuderen
overlopen
achterhalen
vergelijken
beoordelen
Geef de stam voor het volgende werkwoord: volgen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: helpen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: krijgen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: testen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: berekenen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: vergeten
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: liggen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: blijven
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: leren
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: staan
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: kiezen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: vrezen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: doen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: slaan
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: drukken
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: schuiven
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: boren
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: bevestigen
(a)
Geef de stam voor het volgende werkwoord: maken
(a)
Het onderwerp in de zin is;
Het onderwerp in deze zin is:
Het onderwerp in deze zin is:
De persoonsvorm is:
Het onderwerp is:
Het onderwerp in deze zin is:
Ik loop naar school.
Het onderwerp in deze zin is:
Ik
loop
naar school
school
Hij kookt voor zijn zieke moeder.
Het onderwerp is:
Hij
kookt
voor zijn zieke moeder
zijn zieke moeder
Gisteren was het mooi weer.
De persoonsvorm in deze zin is:
gisteren
was
het
mooi weer
Mijn moeder is lief.
Het onderwerp in deze zin is:
Mijn moeder
is
lief
Lange klank: één of twee klinkers?
draken
draaken
Lange klank: één of twee klinkers?
draken
draaken
Lange klank: één of twee klinkers?
strep
streep
Lange klank: één of twee klinkers?
belton
beltoon
Lange klank: één of twee klinkers?
natur
natuur
Lange klank: één of twee klinkers?
pard
paard
Korte klank: één of twee klinkers?
pech
peech
Korte klank: één of twee klinkers?
botten
bootten
Lange klank: één of twee klinkers?
muziek
muuziek
Korte klank: één of twee klinkers?
kantoor
kaantoor
Lange klank: één of twee klinkers?
leven
leeven
Lange klank: één of twee klinkers?
kogel
koogel
Korte klank: één of twee klinkers?
ruust
rust
Korte klank: één of twee klinkers?
gaast
gast
Korte klank: één of twee klinkers?
leggen
leeggen
Lange klank: één of twee klinkers?
gelof
geloof
Korte klank: één of twee klinkers?
bussen
buussen
Lange klank: één of twee klinkers?
allemal
allemaal
Lange klank: één of twee klinkers?
voordel
voordeel
Lange klank: één of twee klinkers?
beloven
belooven
Lange klank: één of twee klinkers?
huren
huuren
Wij drinken een fles .....
De .... zegt ia.
Ik ga naar de ......
Ik heb alle ...... goed.
Jouw..... zijn mooi.
Wij gaan naar de .........
De .......... hangen aan de kapstokken.
De dief slaat ......... in.
Mijn vader is zich aan het .............
Jou ............ stinken
Ik maakte eerst mijn huistaak wiskunde. ................ keek ik nog wat tv.
Vervolgens
afgelopen
instructie
uitspraak
Ik begrijp de ................ van deze oefening niet. Kun je het mij nog eens uitleggen?
bedoeling
personage
instructie
uitspraak
In mijn agenda kan ik telkens ................ welke opdrachten ik al voor de volgende les maakte.
aanvinken
herkennen
aanduiden
vervolgens
De ................ week had ik drie basketbaltrainingen en één wedstrijd.
afgelopen
behoren tot
uitspraak
aanduiden
Walvissen ................ de grootste dieren ter wereld.
behoren tot
rekening houden met
aanduiden
aanvinken
De leraar zei me dat mijn ................ niet altijd verzorgd is. Ik moet er extra op oefenen.
uitspraak
aanduiden
personage
herkennen
Hoeveel klankgroepen heeft het woord school?
4
1
2
3
Fictie of non-fictie? Een documentaire over de ruimte.
Non-fictie
Fictie
Zoek de persoonsvorm:
Wij gaan morgen naar het museum.
museum
gaan
wij
morgen
Zoek het onderwerp:
De leraar legt de lesstof duidelijk uit.
de leraar
lesstof
legt
duidelijk uit
Fictie of non-fictie? Een documentaire over de ruimte.
Non-fictie
Fictie
Welk leesteken is correct?
Ik ga morgen naar het concert
!
?
.
Hoeveel klankgroepen heeft het woord school?
4
3
2
1
Zoek het onderwerp:
De kat zit op de vensterbank.
de kat
zit
op de vensterbank
vensterbank
Welk leesteken is correct?
Ik ga naar de winkel
!
?
.
Zoek de persoonsvorm:
Wij hebben gisteren een spel gespeeld.
hebben
gisteren
een spel
gespeeld
Welk leesteken is correct?
Wat is jouw favoriete boek
.
?
!
Zoek de persoonsvorm:
De kinderen spelen buiten in de tuin.
tuin
buiten
spelen
kinderen
Zoek het onderwerp:
De hond blaft elke ochtend als de postbode langskomt.
blaft
postbode
de hond
ochtend
Welk leesteken is correct?
Waar ga je naartoe deze zomer
!
?
.
Zoek de persoonsvorm:
Wij hebben gisteren een spannende film gekeken.
hebben
wij
film
gekeken
Zoek de persoonsvorm:
De kinderen spelen buiten in de tuin.
de kinderen
in de tuin
spelen
buiten
Zoek het onderwerp:
De leraar legt de les uit.
legt
de les
de leraar
uit
Hoeveel klankgroepen heeft het woord computer?
1
2
3
4
