wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen bloedsomloop

Total questions: 20

Worksheet time: 41mins

Name
Class
Date
1.

Op deze afbeelding zie je

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplaatjes

d)

Bacteriën

2.

Wat is de functie van deze bloedcel

a)

Ziekteverwekkers bestrijden

b)

Zuurstof vervoeren

c)

Bloed laten stollen

3.

Welke soort cellen kunnen door de wand van het bloedvat heen?

(a)  

4.

Stelling: 'Bloedplaatjes spelen een rol bij de bloedstolling.'

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Het bloedplasma bestaat uit drie elementen; plasma-eiwitten, opgeloste stoffen en ...

(a)  

6.

De tekening stelt twee typen bloedcellen in een haarvat voor. In welke van de genummerde cellen bevindt zich hemoglobine? Bij welk proces heeft hemoglobine een functie?

a)

1 / bij het stollen van bloed

b)

1 / vervoer van zuurstof

c)

2 / bij het stollen van bloed

d)

2 / vervoer van zuurstof

7.

Stelling: 'Rode bloedcellen hebben een celkern'

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Welke naam heeft nummer 11?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

9.

Welke naam heeft nummer 3 ?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

10.

De kleine bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

11.

De grote bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

12.

Kijk goed naar de afbeelding. Als de kamers vollopen met bloed zijn de hartkleppen ...

a)

open

b)

gesloten

13.

Kijk goed naar de afbeelding. De naam van nummer 4 is

a)

aorta

b)

longader

c)

longslagader

d)

holle ader

14.

Meestal heeft bloed een rode kleur, maar inktvissen hebben blauw bloed. Welk bestanddeel van het bloed is anders bij inktvissen?

a)

bloedplaatjes

b)

bloedplasma

c)

fibrinogeen

d)

Hemoglobine

15.

Welk type bloedvat heeft de dikste wand?

a)

slagader

b)

haarvaten

c)

aders

16.

In welk van deze bloedvaten is het bloed zuurstofarm?

a)

longader

b)

leverslagader

c)

longslagader

d)

nierslagader

17.

Welk bloedvat bevindt zich tussen de darmen en de lever?

a)

Leverader

b)

Darmader

c)

Poortader

d)

Leverslagader

18.

Wat is de naam van bloedvaten die zuurstofrijk bloed naar het hart zelf vervoeren?

a)

Hartslagader

b)

Hartader

c)

Kransader

d)

Kransslagader

19.

Wat is de functie van fibrinogeen?

a)

Het vervoeren van zuurstof

b)

Zorgen voor bloedstolling

c)

Het vervoeren van koolstofdioxide

d)

Het zorgen voor opname van water in het bloed

20.

Welke route beschrijft de korte bloedsomloop?

a)

Hart-Longen-Hart

b)

Hart- Hersenen-Hart

c)

Lever- hart- darm

d)

Hart-krans(slag)aders-hart