wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening en evolutie

Total questions: 25

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Kies twee antwoorden. Waaruit bestaan fossielen meestal?

a)

A afdrukken

b)

B versteende resten

c)

C botten

d)

D stukken huid

2.

De evolutie van het leven houdt in dat er telkens nieuwe soorten zijn ontstaan. Een aantal groepen zijn hier genoemd.

Wat is de juiste volgorde van ontstaan?

a)

reptielen

schelpdieren

vissen

weekdieren

zoogdieren

b)

zoogdieren

vissen

weekdieren

reptielen

schelpdieren

c)

weekdieren

scheldieren

vissen

reptielen

zoogdieren

d)

scheldieren

weekdieren

reptielen

vissen

zoogdieren

3.

Welk van de volgende organismen heeft de grootste kans om te fossiliseren?

a)

A Een organisme dat in zee leeft.

b)

B Een organisme dat op het land leeft.

c)

C Een organisme zonder harde delen.

d)

D Een organisme dat bedekt raakt met sediment.

4.

Welke dieren behoren tot de ongewervelde dieren?

a)

stekelhuidigen

b)

weekdieren

c)

reptielen

d)

wormen

e)

vogels

5.

Deze afbeelding is

a)

niet-symmetrisch

b)

veelzijdig symmetrisch

c)

tweezijdig symmetrisch

6.

Welke celkenmerken worden gebruikt bij ordening?

a)

celkern

b)

celwand

c)

bladgroenkorrels

d)

celmembraan

e)

cytoplasma

7.
Pim heeft een broertje Thijs en een zusje Anna.  Hebben Pim, Thijs en Anna hetzelfde DNA? 
a)
juist
b)
onjuist
8.
Zijn door klimaatverandering diersoorten uitgestorven? 
a)

Ja

b)

Nee

9.
Zijn het ontstaan en uitsterven van diersoorten allebei onderdelen van evolutie? 
a)
juist
b)
onjuist
10.

Het lichaam van onze voorouders is veranderd door erfelijke variatie en natuurlijke selectie

a)

waar

b)

niet waar

11.

Wie ontdekte de evolutietheorie?

a)
Albert Einstein
b)

David Attenborough

c)

Carolus Linnaeus

d)
Charles Darwin
12.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
13.

Bekijk de afbeelding. Welke groep dieren is het oudste: de oervogel, het vogelachtig kruipend dier of de eerste krokodillen?

a)

de oervogel

b)

het vogelachtig kruipend dier

c)

de eerste krokodillen

14.

Bekijk de afbeelding. In welke periode zijn de eerste reptielen ontstaan?

a)

het tertiair

b)

het jura

c)

het carboon

d)

het perm

15.

Hoeveel miljoen jaar geleden begon de ontwikkeling van de apen van de oude wereld als aparte groep volgens de gegevens in de stamboom?

a)

ongeveer 10 miljoen jaar geleden

b)

ongeveer 25 miljoen jaar geleden

c)

ongeveer 35 miljoen jaar geleden

d)

ongeveer 38 miljoen jaar geleden

16.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

17.

Met DNA kan worden nagegaan of twee dieren verwant zijn, dezelfde voorouder hebben.

a)
Waar
b)
Niet waar
18.
De walvis is van het land weer terug het water in gegaan.
a)
Waar
b)
Niet waar
19.

Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.

Dit organisme is een

a)

dier

b)

plant

c)

bacterie

d)

schimmel

20.

Welke twee zinnen zijn voorbeelden van het evolutie begrip variatie?

a)

Slakkenhuisjes met elk een andere kleur

b)

Het patroon van het haar van een kat

c)

Het verschil tussen de skeletten van een mens en een aap

d)

Een mannelijk en vrouwelijk organisme van de zelfde soort

21.

Bij de ordening van de organisme wordt gebruik gemaakt van vier rijken. Welke zijn dat?

a)

Planten

b)

Geleedpotigen

c)

Dieren

d)

Bacteriën

e)

Schimmels

22.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
23.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
24.
Behoren steppezebra's (Equus quagga) en bergzebra's (Equus zebra) tot dezelfde biologische soort?
a)
Ja, want de soortnaam is hetzelfde
b)
Ja, want de familienaam is hetzelfde
c)
Nee, want de soortnaam is anders
d)
Nee, want de familienaam is anders
25.

Overeenkomsten in bouw wijzen op een gemeenschappelijke voorouder.

a)

Juist

b)

Onjuist