wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

v3 - kap3 - llnd

Total questions: 91

Worksheet time: 46mins

Name
Class
Date
1.

de bus

(a)  

2.

de dienstregeling

(a)  

3.

de haven

(a)  

4.

de kaartjesautomaat

(a)  

5.

het perron

(a)  

6.

de plattegrond

(a)  

7.

het plein, de plaats

(a)  

8.

de rotonde

(a)  

9.

het station

(a)  

10.

de stoep

(a)  

11.

het vliegveld

(a)  

12.

de binnenstad

(a)  

13.

de bocht

(a)  

14.

de brug

(a)  

15.

het enkeltje

(a)  

16.

de halte

(a)  

17.

de hoek

(a)  

18.

de informatie

(a)  

19.

de kant, de zijde

(a)  

20.

de kruising

(a)  

21.

de lijn

(a)  

22.

de metro

(a)  

23.

het retourtje

(a)  

24.

de richting

(a)  

25.

de trein

(a)  

26.

het stoplicht

(a)  

27.

de tram

(a)  

28.

het veer, de veerpont

(a)  

29.

de binnenstad

(a)  

30.

het spoor

(a)  

31.

het schip

(a)  

32.

het vliegtuig

(a)  

33.

aankomen

(a)  

34.

afslaan, inslaan

(a)  

35.

gaan (rijden) met

(a)  

36.

halen

(a)  

37.

instappen

(a)  

38.

lopen

(a)  

39.

missen (van trein of bus)

(a)  

40.

oversteken

(a)  

41.

overstappen

(a)  

42.

te voet gaan, lopen

(a)  

43.

uitstappen

(a)  

44.

vertrekken

(a)  

45.

wijzen

(a)  

46.

zoeken

(a)  

47.

achter

(a)  

48.

daarginds

(a)  

49.

dichtbij

(a)  

50.

dichtstbijzijnde, volgende

(a)  

51.

Goede reis!

(a)  

52.

Graag gedaan!

(a)  

53.

in de buurt van

(a)  

54.

laat

(a)  

55.

naar huis

(a)  

56.

naast

(a)  

57.

rechtdoor

(a)  

58.

terug

(a)  

59.

ver

(a)  

60.

voor

(a)  

61.

vroeg

(a)  

62.

het verkeer

(a)  

63.

de stad

(a)  

64.

de straat

(a)  

65.

het dorp

(a)  

66.

het ticket

(a)  

67.

fietsen

(a)  

68.

gaan (reizen) met

(a)  

69.

nemen

(a)  

70.

nodig hebben, er … over doen

(a)  

71.

vinden

(a)  

72.

vliegen

(a)  

73.

weten

(a)  

74.

bijna

(a)  

75.

weer

(a)  

76.

aangekomen

(a)  

77.

afgebogen

(a)  

78.

ingestapt

(a)  

79.

gelopen

(a)  

80.

overgestapt

(a)  

81.

gegaan

(a)  

82.

uitgestapt

(a)  

83.

vertrokken

(a)  

84.

de steden

(a)  

85.

de dorpen

(a)  

86.

de tickets

(a)  

87.

gereden, gevaren

(a)  

88.

genomen

(a)  

89.

gevonden

(a)  

90.

gevlogen

(a)  

91.

geweten

(a)