Font size
WorksheetsK4 Thema 10 Zintuigen Bs 6 Oren
Total questions: 27
Worksheet time: 15mins
Hierin zijn de gehoorzintuigcellen te vinden. Geef het nummer aan.
(a)
Via hier worden de impulsen naar de hersenen gestuurd. Geef het nummer aan.
(a)
Als je verkouden bent is er een kans op een oorontsteking, omdat...
De bacteriën via het bloed naar de trommelholte kunnen gaan
Bij het verkeerd snuiten de bacteriën via de buis van Eustachius in de trommelholte kunnen komen
Het trommelvlies geirriteerd kan raken en er meer oorsmeer aangemaakt wordt
De buis van Eustachius dan verstopt kan raken en er geen lucht meer naar de trommelholte kan
Als je ineens stopt na het draaien kun je flink misselijk worden, omdat...
De vloeistof in het evenwichtsorgaan niet direct stilstaat en dus nog signalen van draaiing doorgeven
De vloeistof in het evenwichtsorgaan de andere kant op gaat en het gaat botsen
Je ogen nog nabewegen van de draaiing en ze moeten herstellen en bijkomen
Je ogen geen scherp beeld hebben gegeven naar de hersenen en dit even moet herstellen
Als je in een vliegtuig zit, krijg je vaak pijn in je oor tijdens het stijgen. Dit komt omdat...
De druk in de trommelholte dan lager is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan bol (naar buiten).
De druk in de trommelholte dan lager is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan hol (naar binnen).
De druk in de trommelholte dan hoger is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan bol (naar buiten).
De druk in de trommelholte dan hoger is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan hol (naar binnen).
In welke volgorde komt een geluidsprikkel uiteindelijk bij de hersenen?
hamer, aambeeld, stijgbeugel, trommelvlies, zenuw, slakkenhuis
trommelvlies, hamer, aambeeld, stijgbeugel, zenuw, slakkenhuis
trommelvlies, hamer, aambeeld, stijgbeugel, slakkenhuis, zenuw
hamer, aambeeld, stijgbeugel, slakkenhuis, trommelvlies, zenuw
De sterkte van geluid wordt uitgedrukt in decibel. Vanaf ... decibel kun je op lange duur doof worden en vanaf ... decibel krijg je hevige oorpijnen.
80 en 130
30 en 80
50 en 130
130 en 180
Met deel P is een evenwichtszintuig aangegeven
waar
niet waar
Welke zin(nen) is/zijn juist over de afbeelding?
Dit is een hoge frequentie.
Dit is een lage frequentie.
Dit is een hoge toon.
Dit is een lage toon.
Welke zin(nen) is/zijn juist over de afbeelding?
Dit is een hoge frequentie.
Dit is een lage frequentie.
Dit is een hoge toon.
Dit is een lage toon.
Welke zin(nen) is/zijn juist over de afbeelding?
Dit is een grote amplitude.
Dit is een kleine amplitude.
Dit is een hard geluid.
Dit is een zacht geluid.
Welke zin(nen) is/zijn juist over de afbeelding?
Dit is een grote amplitude.
Dit is een kleine amplitude.
Dit is een hard geluid.
Dit is een zacht geluid.
