wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M3 Les 4 Verzuiling en ontzuiling

Total questions: 45

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip past bij deze tabel?

a)

ontzuiling

b)

verzuiling

c)

consumptiemaatschappij

d)

ontkerkelijking

2.

Wat veranderde er door de ontzuiling in de politiek?

a)

er kwamen meer partijen

b)

de samenwerking werd makkelijker

c)

er kwamen minder partijen

d)

er ontstonden nieuwe democratische partijen

3.

Wat past niet bij de verzuiling?

a)

VARA (vereniging arbeiders radio amateurs)

b)

VPRO (vrijzinnig protestantse radio omroep)

c)

KRO (katholieke radio omroep)

d)

TROS (tv en radio omroep stichting)

4.

Wat hoort bij ontzuiling?

a)

1. Veronica

2. CDA

b)

1. TROS

2. PvdA

c)

1. Veronica

2. D66

d)

1. TROS

2. VVD

e)

1. Veronica

2. KVP

5.

Noem een oorzaak van ontkerkelijking.

a)

massaconsumptie

b)

democratisering

c)

massacultuur

d)

jeugdcultuur

6.

Noem een gevolg van ontkerkelijking. Noem er twee.

a)

individualisering

b)

ontzuiling

c)

democratisering

d)

jeugdcultuur

e)

massacultuur

7.

Wat wordt er bedoeld met verzuiling?

a)

Opdeling van de samenleving in arm en rijk

b)

Opdeling van de samenleving met verschillende godsdiensten

c)

Opdeling van de samenleving in groepen met verschillende levensovertuiging

d)

Opdeling van de samenleving tussen stad en platteland

8.

Wat is het gevolg van de invloed van de televisie?

a)

Elke zuil kreeg zijn eigen zender

b)

Meer mensen gingen naar de zuilen kijken op tv

c)

Mensen konden ook naar andere zuilen kijken

d)

Elke zuil verbood om naar de tv te kijken

9.

Wat is bermtoerisme?

a)

Wandelen in de bermen

b)

recreëren langs de wegen

c)

kamperen in de natuur

d)

liften langs snelwegen

10.

Wat heeft de groei van de steden voor gevolg voor de ontzuiling?

a)

het aantal mensen nam af in de zuilen

b)

het aantal mensen nam toe in de zuilen

c)

er was minder sociale controle in de zuilen

d)

er was meer sociale controle in de zuilen

11.

Wat betekent het begrip "ontzuiling"?

(a)  

12.

Wanneer was de eerste feministische golf?

a)

1900 - 1940

b)

1880 - 1920

c)

1860 - 1890

d)

1940 - 1960

13.

Een politieke stroming die vindt dat de overheid moet zorgen voor gelijkheid is?

a)

Christendemocratie

b)

Conservatisme

c)

Liberalisme

d)

Het Socialisme

14.
de liberalen waren voor bijzonder onderwijs
a)
Waar
b)
Niet waar
15.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

Katholieken

b)

Protestanten

c)

Socialisten

d)

Liberalen

16.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

17.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

18.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

19.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

20.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

21.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

22.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

23.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

24.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

25.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

26.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

27.

Welke zuil hoort hierbij?

a)

katholieken

b)

protestanten

c)

socialisten

d)

liberalen

28.

Welk begrip hoort bij de bron?

a)

multiculturele samenleving

b)

poldermodel

c)

secularisatie

d)

verzorgingsstaat

29.

Na de wederopbouw....

a)

groeide de werkloosheid

b)

stegen de prijzen

c)

groeide de economie

d)

stegen de lonen

30.

Consumptiemaatschappij =

a)

reclame

b)

amerikanisering

c)

massacultuur

d)

kopen kopen

31.

Noem een gevolg van ontkerkelijking. Noem er twee.

a)

individualisering

b)

ontzuiling

c)

democratisering

d)

jeugdcultuur

e)

massacultuur

32.

Een cultuur die voor iedereen toegankelijk is..

a)

Massacultuur

b)

Informatiemaatschappij

c)

Jeugdcultuur

d)

Individualisering

33.

‘Op de hoogte blijven is belangrijk’ deze uitspraak past het best bij..

a)

Informatiemaatschappij

b)

Amusementsindustrie

c)

Jongeren cultuur

d)

Massacultuur

34.

De kleuren televisie kwam uit in..

a)

1968

b)

1989

c)

1951

d)

2002

35.

In de jaren 60 nam de welvaart..

a)

Toe

b)

Af

36.

De eerste smsjes kon je versturen in..

a)

1993

b)

2002

c)

1986

d)

1991

37.

De eerste smartphone kwam uit in..

a)

2007

b)

1995

c)

2000

d)

2004

38.

Steeds minder mensen gaan naar de kerk. Dit noemen we..

a)

Ontkerkelijking

b)

Individualisering

c)

Democratisering

d)

Secularisering

39.

Wie is de politicus geheel rechts? Graag voornaam en achternaam!

(a)  

40.

Welke stroming wilt dat de grenzen gesloten worden?

a)

Liberalisme

b)

Populisme

c)

Christen-Democratie

d)

Sociaal-Democratie

41.

Wat betekent het begrip "ontzuiling"?

(a)  

42.

Welke politicus is tegen migranten

a)

Geert Wilders

b)

Mark Rutte

c)

Jesse Klaver

43.

Wie is deze man?

a)

Geert Wilders

b)

Willem Drees

c)

Pim Fortuyn

d)

Soukarno

44.
Deze afbeelding past bij:
a)
Een huishoudschool.
b)
Een basisschool.
c)
Een universiteit.
d)
Een kleuterschool.
45.

Wat gebeurde er in de jaren '60 waardoor de consumptiemaatschappij kon ontstaan?

a)

De welvaart in Nederland steeg

b)

Minder mensen gingen met pensioen

c)

Mensen hadden meer spullen nodig