Font size
Worksheets5.1, 5.2 en 5.3 Water in Nederland
Total questions: 23
Worksheet time: 1hrs 16mins
5.1 Plaats de rivier in het juiste gebied..
5.1 Welke rivier heeft het hoogste debiet?
Eems zomer
Eems winter
Maas zomer
Maas winter
5.1 Vul de zin in. Op het plaatje zie je ........ van de rivier de Rijn
het regiem
de delta
het stroomstelsel
het reliëf
5.1 Koppel de zin aan het juiste begrip..
De totale hoeveelheid water die een rivier afvoert op een bepaalde plek.
Debiet
Het gebied aan de monding van de rivier
Delta
De schommelingen in de waterafvoer van een rivier in een jaar.
Regiem
Zeewater stroomt na verdamping uit zee via wolken, neerslag, grondwater en rivieren weer terug naar zee.
Waterkringloop
5.1 Welke uitspraak is onjuist?
De Eemsmonding voert de Eems via de Waddenzee naar de Noordzee.
De Schelde ontspringt in het noorden van Frankrijk.
De Waal en de IJssel zijn vertakkingen van de Maas.
Alle uitspraken zijn onjuist
5.1 Plaats het begrip op de juiste plek...
Snelstromend water
Riviermonding
Delta
Bron
Meeste sedimentatie
Gletsjerrivier
5.1 Welke afbeelding hoort waar? Koppel de afbeeldingen van havens aan de rivieren.
Rijn
Eems
Stuw
Sluis
5.1 De afbeeldingen bij het goede begrip over de Rotterdamse haven plaatsen...
Belangrijkste achterland
Verste achterland
achterland rivieren van haven
alle routes Rotterdamse haven
5.2 Bekijk de afbeelding. Welke provincie ligt eigenlijk (bijna) volledig 1 meter onder NAP?
Drenthe
Gelderland
Zuid-Holland
Noord-Brabant
5.2 Sleep de begrippen naar de juiste kleur stippen..
oppervlaktewaterwinningen
5.2. Welke afbeelding hoort het beste bij het begrip?
Duinwater
Spaarbekken
Oppervlaktewater
Grond/infriltratiewater
5.2 Sleep de afbeeldingen naar de juiste plek...
Zoetwaterzak
Boeren last van brak water
Zout water
5.2 Plaats de begrippen/zinnen bij het juiste gebied...
Veen en klei
Filterende werking
Brak water
Weinig zuivering nodig
Veel meren en plassen
Alleen zandgrond
5.2 Waarom wordt water vaak gewonnen in natuurgebieden?
Om overstromingen te voorkomen.
Daar leven veel mensen.
Omdat het water in natuurgebieden niet/weinig vervuild is.
5.2 Welke uitspraak is onjuist?
Duinwater moet gezuiverd worden voordat het bij jou uit de kraan komt.
Onder andere in de Biesbosch wordt water in spaarbekkens gezuiverd.
Oppervlaktewater is schoner dan grondwater.
Alle uitspraken zijn juist
5.2 Voor boeren zijn grondwater en oppervlaktewater beide belangrijk.
Wat is het verband tussen het water in sloten (oppervlaktewater) en het grondwater?
Als je het waterpeil in de sloten verhoogt, verhoogt dat ook de grondwaterstand.
Als je het grondwaterwaterpeil verlaagt, verhoogt dat het waterpeil in de sloten.
Als je het grondwaterwaterpeil verhoogt, verlaagt dat het waterpeil in de sloten.
5.3 Koppel de omschrijving aan het juiste begrip...
Extreem hoge waterstand in een rivier
piekafvoer
Het aanpassen aan andere omstandigheden door een veranderend klimaat.
klimaatadaptatie
Het doorsijpelen van water bij dijken en duinen.
kwelwater
Het wegspoelen of wegwaaien van de vruchtbare bovenlaag van de bodem.
bodemerosie
5.3 Welke afbeelding past het beste bij het begrip?
PIekafvoer
Nationaal deltaprogramma
Klimaatadaptatie
5.3 Wat is het doel van het Nationaal Deltaprogramma?
Het verbeteren van de verkeersinfrastructuur in Nederland
Het beschermen van Nederland tegen overstromingen en het versterken van dijken
Het bouwen van nieuwe woningen in het westen van Nederland
Het vergroten van de ruimte voor landbouw in Nederland
5.3 Welke afbeelding past het beste bij 1 van de 3 doelen van het nationaal Deltaprogramma?
Waterveiligheid
Ruimtelijke adaptie
Zoetwatervoorziening
5.3 Bescherming van NL...
Deltawerken
Duinen
Afsluitdijk en zeedijken
5.3 Welke zin hoort bij welke aardrijkskundige dimensie?
De kosten van waterbeheer en infrastructuur
Economische dimensie
Samenwerken met andere landen voor internationale waterveiligheid en regelgeving
Politieke dimensie
Burgers kiezen voor minder stenen en meer groen in de tuin
Sociaal-cultureel
Groene daken en in steden bieden ruimte voor vogels, bijen en vlinders.
Natuurlijk
Reflectie. Geef aan welke begrippen, onderwerpen en/of paragrafen jij nog lastig vindt...
