wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mens en Aarde

Total questions: 16

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Waar kwamen de Romeinen vandaan?
a)
Italië
b)
Griekenland
c)
Spanje
d)
Turkije
2.

Romeinen waren grote veroveraars. Welke van onderstaande landen hebben ze nooit helemaal kunnen veroveren? (gebruik de kaart)

a)

Spanje en Frankrijk

b)

Frankrijk en Nederland

c)

Nederland en Schotland

d)

Italië en Spanje

3.

Wie was Julius Caesar?

a)

Een Romeinse keizer

b)

Een Romeinse dictator

c)

Een Romeinse koopman

d)

Een Romeinse ontdekkingsreiziger

4.

Wat wordt er bedoeld met "Romanisering"?

a)

het overnemen van de Romeinse cultuur door overwonnen volken

b)

het Romeinse rijk vergroten met het romeinse leger

5.
Deze man was de eerste Romeinse keizer
a)
Julius Caesar
b)
Nero
c)
Augustus
d)
Constantijn
6.

Waarvan moet je Keizer Constantijn kennen?

a)

Hij was de laatste Romeinse keizer voordat de Germanen hem afzette

b)

Hij heeft de landbouw en de verdediging van het Romeinse rijk verbeterd

c)

Hij maakte van het Christendom een staatsgodsdienst

d)

Hij stopte met de geloofsvervolgingen en vond dat iedereen zelf mocht kiezen voor een godsdienst.

7.

Twee uitspraken:

1) Jezus was een Joodse man.

2) Mensen die geloven dat Jezus de Messias is, heten christenen

a)

Alleen uitspraak 1 is juist

b)

Alleen uitspraak 2 is juist

c)

Beide uitspraken zijn juist

d)

Beide uitspraken zijn fout

8.
Wat zijn Romeinse limes?
a)
Een soort van citroenen
b)
Dit gebruikten de Romeinen als lijm
c)
Dit waren de Romeinse grenzen
d)
Dit was het Romeinse leger
9.

Wie is de Germaan?

a)
b)
c)
10.

Wat is de opbouw van de aarde?

a)

Aardkern-Aardkorst-Aardmantel

b)

Aardmantel-Aardkern-Aardkorst

c)

Aardkorst-Aardmantel-Aardkern

d)

Aardkorst-Aardkern-Aardmantel

11.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

12.

Wat is de goede beschrijving voor een aardbeving?

a)

Het schudden van huizen.

b)

Het trillen van de grond.

c)

Een trilling van de aardkorst die ontstaat door opbouw van spanning bij plaatranden.

13.

Wat is de Schaal van Richter?

a)

Hiermee meet je de kracht van een vulkaan.

b)

Hiermee zie je de aardplaten verschuiven.

c)

Hiermee meet je de sterkte van een aardbeving.

d)

Hiermee voel je een aardbeving aankomen.

14.

Waar komen aardbevingen voor?

a)

Aan de rand van een aardplaat.

b)

Midden op een aardplaat.

15.

Wat is een goede beschrijving van het begrip vulkaan?

a)

Een berg waar lava uitkomt.

b)

Een gat in de grond.

c)

Een plek in de aardkorst waar magma uit de mantel aan het aardoppervlak komt.

16.

Wat is magma?

a)

Een vloeistof.

b)

Een vloeibaar gesteente in de mantel.

c)

Vloeibaar gesteente op de aardkorst.