WorksheetsWerkwoordspelling 9 jan
Total questions: 18
Worksheet time: 5hrs 30mins
Fatima (a) naar een exotische bestemming. (reizen)
Het vliegtuig (a) gisteren zonder turbulentie op het vliegveld in New York. (landen)
Een roddel (a) zich snel door de school. (verspreiden)
Ik (a) een beschuitje voor in mijn yoghurt. (verkruimelen)
Uit onvrede ... hij met zijn hand op de tafel. (slaan)
(a)
De deurknop (a) als nooit tevoren. (blinken)
Hij (a) zachtjes de school in om het waveboard te pakken. (sluipen)
De bijen (a) naar gebieden met meer bloemen. (Wijken)
De badmeester (a) naar het bord met de regels van het zwembad. (Wijzen)
Vorige week (a) de wind heel hard langs je oren. (suizen)
In 2023 (a) de Nederlanders veel meer spullen online dan in de winkel. (bestellen)
De storm (a) vorige maand het bankje in het park. (verwoesten)
Dorien (a) een aantal weken geleden met haar gezondheid. (tobben)
De hond ... vorige week de krant kapot. (bijten)
(a)
Gisteren (a) er een fiets naar de bodem in de gracht van Amsterdam. (zinken)
2 dagen geleden (a) de neuzen op nadat zij werden geprikt door een wesp. (zwellen)
Ik ... gisteren weer veel te laat uit bed. (kruip)
(a)
Gisteren op de glazen brug (a) de mensen van angst in hun broek. (schijten)
