wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4V tijdvak 3

Total questions: 17

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Het belangrijkste verschil tussen de soennieten en sjiieten is

a)

Dat de soennieten veel groter zijn dan de sjiieten

b)

Dat bij de Sjiieten een nakomeling van Mohammed kalief moet zijn en bij de Soennieten de meest geschikte man

c)

Dat bij de Soennieten Ali opvolger moest zijn van Mohammed en bij de Sjiieten Hoessein

d)

De Sjiieten geloven dat Mahdi nog moet komen en de Soennieten denken dat hij er al is geweest

2.

Met welke functie in de Christelijke wereld kan de Kalief uit de Islamitische wereld worden vergeleken?

a)

President

b)

Paus

c)

Koning

d)

Combinatie van Paus en Koning

3.

Maak de juiste koppeling:

a)

Heilige boek van moslims

1.

Koran

b)

Stad waar Mohammed uit wegvluchtte

2.

Mekka

c)

De god van de moslims

3.

Allah

d)

Mensen die geloven dat Mohammed de waarheid sprak

4.

Moslims

e)

Stad waar Mohammed veel aanhangers kreeg

5.

Medina

4.

Waarom wilden boeren voor een heer/edelman werken?

a)

Hij gaf ze te eten en te drinken

b)

Hij beschermde de boeren tegen rovers en dieven

c)

Hij zorgde dat de boeren niet veel hoefden te werken

5.

Zet in de juiste chronologische volgorde:

a)

Het Romeinse Rijk wordt in twee delen opgespitst

b)

Het West-Romeinse Rijk valt als gevolg van volksverhuizingen uiteen

c)

Het centrale gezag valt weg in West-Europa

d)

Het wordt onveilig om te reizen en te handelen

e)

Er ontstaat een autarkische samenleving in West- Europa

1)
2)
3)
4)
5)
6.

Welke twee standen zijn betrokken bij de 'Tweezwaardenleer'?

a)

De boeren en burgers

b)

De burgers en geestelijken

c)

De adel en geestelijken

d)

De adel en burgers

7.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

(De regels van Benedictus van Nursia):

Ledigheid is de vijand van de ziel. Daarom dienen de broeders zich op bepaalde tijden bezig te houden met handwerk en op bepaalde andere uren met geestelijke lezing. Wij menen de tijden voor beide als volgt te moeten indelen.

Van Pasen tot 1 oktober verrichten de monniken na de priem de nodige werkzaamheden tot een uur of tien. Van tien uur tot het uur van de sext wijden zij zich aan lectuur. Na de sext en de daaropvolgende maaltijd rusten ze op hun bed. Ze doen dat in alle stilte, en als iemand eventueel wil lezen doet hij dit op zo'n manier dat het niet storend is voor anderen. De none wordt wat vervroegd naar ongeveer half drie. Daarna doet men weer het nodige werk tot aan de vespers.

Als de omstandigheden ter plaatse of armoede het noodzakelijk maken dat zij persoonlijk de oogst binnenhalen, moeten zij daarover niet ontstemd zijn. Want dan pas zijn ze werkelijk monniken als ze leven van het werk van hun handen, zoals ook onze vaders en de apostelen. Maar `alles met mate', dit met het oog op de broeders die snel het hoofd laten hangen".

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur

8.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

'Als een vazal zijn heer zal willen verlaten, dan zal hij hem mogen verlaten als hij tegenover hem één van de hierna genoemde misdaden zal kunnen bewijzen, te weten: in de eerste plaats als de heer hem ten onrechte heeft willen degraderen tot de status van een onvrije, in de tweede plaats als de heer heeft samengezworen tegen zijn leven, in de derde plaats als de heer overspel heeft gepleegd met de vrouw van zijn vazal, in de vierde plaats als hij met opzet een zwaard heeft getrokken en de vazal heeft aangevallen, in de vijfde plaats als de heer in staat is geweest om zijn vazal te verdedigen nadat hij manschap heeft gedaan en dit toch niet heeft gedaan.'

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

9.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

Al-Baladhuri over Abu Bakr (ongeveer 890):

'Toen Abu Bakr had afgerekend met de afvalligen, besloot hij zijn troepen tegen Syrië te richten. Daartoe schreef hij aan het volk van Mekka, aan al-Ta’if, al-Yaman en alle Arabieren in de Najd en de Hijaz en riep hen op voor een jihad en maakte hen daarvoor enthousiast en ook voor de buit die ze op de Romeinen zouden veroveren. Daarom haastten de mensen zich uit alle richtingen naar Abu Bakr en naar Medina, zowel degenen die werden bewogen door hebzucht als degenen die hoopten op een goddelijke beloning.'

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

10.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

(Links: het interieur van de paltskapel van Karel de Grote in de Dom van Aken. Rechts: de troon waarop Karel de Grote tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond werd)

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

11.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

Woensdagmorgen, 5 juni 754:

Een geweldige menigte vijanden drong met blinkende wapens, met speren en schilden, het kamp binnen. Toen stormden hen de mannen uit de tenten tegemoet, trokken wapen tegen wapen, en trachtten de heilige en tot de spoedige marteldood bestemden tegen het woedend geweld van het razende volk te beschermen. De Godsman (=Bonifatius) echter verzamelde, zo gauw hij de aanval van de briesende hoop bemerkte, zijn gezellen bijeen, nam de relieken der heiligen die hij altijd met zich placht te voeren, trad uit de tent naar voren en verbood de knechten, hen berispend, de strijd. Terwijl hij … de leerlingen opwekte de martelaarskroon te verwerven, stortte de ganse woedende hoop der heidenen met zwaarden en in volle krijgsuitrusting zich op hen en hieuw de lichamen der heiligen neer.

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

12.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip:

herendiensten

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

13.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip:

missionaris

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

14.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip:

kerstening

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

15.

Match the following

a)
1.

Relikwie

b)
2.

Missionaris

c)
3.

'Syncretisme'

d)
4.

Paus

e)
5.

Patriarch

16.

Na het ​ (a)   kwam er een scheuring binnen de Christelijke wereld. In de ​ (b)   kerk werd het normaal dat de geestelijk leider ook wereldlijk leider was. Dit wordt ​ (c)   genoemd. In de ​ (d)   kerk stonden deze twee functies los van elkaar vanwege de ​ (e)   .

Choose from the below words
schisma
orthodoxe
cesaropapie
Rooms- katholieke
tweezwaardenleer
protestantse
islam
17.

Organize these options into the right categories

Categorize the following

Tweezwaardenleer

Cesaropapie

Kalifaat

Soenieten

Sjieten

Paus

Patriarchen

Islam
Katholieke kerk
Orthodoxe kerk