Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Sportleider als Begeleider Quiz P2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Op basis waarvan kun je doelgroepen indelen? (volgens het boek)

a)

Taakvolwassenheid

b)

Leeftijd

c)

Ontwikkelingsfase

d)

Ontdekkingsfase

2.

Een kind in de leeftijd 1,5 tot 4 jaar is een:

a)

Kleuter

b)

Peuter

c)

Jong Schoolkind

d)

Oude baby

3.

Lichamelijke ontwikkeling bij een kleuter wordt gekenmerkt door:

a)

Breedte groei en afname van spiermassa

b)

Lengte groei en toename van spiermassa

c)

Ze hebben veel fantasie

d)

Er worden volledige zinnen gemaakt

4.

Wat is waar?

a)

De motoriek ontwikkelt zich van fijn naar grof

b)

Kleuters hebben al een voorkeurshand

c)

Kleuters zijn snel moe

d)

Kleuters hebben heel veel kracht

5.

Waarom heeft een kleuter een levendige fantasie?

a)

Om zichzelf gerust te stellen

b)

Omdat hij de waarheid niet aan kan

c)

Om een oplossing te vinden op een vraag

d)

Omdat kleuters veel voorgelezen worden

6.

Wat betekent 'schoolrijp' zijn?

a)

Zich lang kunnen concentreren

b)

Zelf naar school kunnen lopen

c)

Niet meer in Sinterklaas geloven

d)

Zindelijk zijn en zonder ouder (vader / moeder) kunnen zijn

7.

De sociale ontwikkeling van een kleuter wordt gekenmerkt door:

a)

Alleen spelen (solitair)

b)

Samen spelen en samen delen

c)

Naast elkaar spelen en niet willen delen

d)

Moeite hebben met delen

8.

Ontwikkeling in lengte en gewicht. Wat is niet waar?

a)

Bij de kleuter nemen gewicht en lengte gelijk toe

b)

Er zijn nauwelijks opvallende verschillen tussen jongens en meisjes

c)

Er is sprake van een geleidelijke groei

d)

Meisjes groeien sneller dan jongens

9.

Wat moet je NIET doen bij een bewegingsactiviteit aan kleuters?

a)

Korte inspanningen

b)

Aansluiten bij de belevingswereld

c)

Veel krachtoefeningen

d)

Veel variaties

10.

Instructie aan kleuter is:

a)

Lang en uitgebreid

b)

Abstract

c)

Kort en krachtig

d)

Uitgebreid praatje

11.

Wat is lichaamsbesef niet?

a)

De kennis die we hebben van het lichaam van anderen

b)

De kennis die we hebben van ons eigen lichaam

c)

De stand van het lichaam in de

12.

Wat is lichaamsbesef niet?

a)

De kennis die we hebben van het lichaam van anderen

b)

De kennis die we hebben van ons eigen lichaam

c)

De stand van het lichaam in de ruimte

d)

De stand van het lichaam ten opzichte van elkaar

13.

Waar kun je rekening mee houden in je organisatie bij een bewegingsactiviteit aan kleuters?

a)

De kleuters is erg hulpvaardig

b)

Ze kunnen lang wachten

c)

Ze kunnen erg lang een activiteit spelen achter elkaar

d)

De kleuter houdt niet van experimenteren

14.

Wat is een kenmerk in de lichamelijke groei van het JONGE schoolkind

a)

Ze kunnen kracht training een uur volhouden

b)

Jongens worden langer dan meisjes

c)

De lichaamsverhoudingen van het kind meer op die van volwassenen lijken

d)

De armen zijn langer dan de benen

15.

Wat kenmerkt de motorisch ontwikkeling bij het jonge schoolkind?

a)

Ze kunnen met 2 handen een bal vangen

b)

Ze leren beter schrijven

c)

Ze kunnen harder rennen

d)

Ze gaan beter praten