wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Fotosynthese en verbranding V5 Quiz

Total questions: 18

Worksheet time: 1hrs 9mins

Name
Class
Date
1.

In de lichtreacties worden de energierijke elektronen uiteindelijk overgedragen op...

a)

ATP

b)

NADP+

c)

NADPH

d)

ADP

2.

Bij welke reactieketen van de fotosynthese komt zuurstof vrij?

a)

Calvincyclus (donkerreactie)

b)

Lichtreactie

3.

Fosforylering betekent...

a)

Het vrijkomen van een fosfaatgroep van ATP

b)

Binden van een fosfaatgroep aan ADP

4.

Welk 2 stoffen uit de lichtreactie zijn noodzakelijk voor het verdere verloop van de glucosevorming in een plant?

a)

NADPH & ATP

b)

H2O & CO2

c)

NADP & ADP

5.

Bij welke reactie wordt energie vastgelegd?

a)

ADP + P --> ATP

b)

ATP --> ADP + P

c)

ADP --> ATP + P

d)

ATP + P --> ADP

6.

Hoeveel ATP levert de glycolyse bruto? en hoeveel netto?

a)

bruto 2 netto 4

b)

bruto 4 netto 2

c)

bruto 4 netto 4

d)

bruto 2 netto 2

7.

In welk proces wordt het ATP gemaakt uit NADH?

a)

oxidatieve fosforylering

b)

citroenzuurcyclus

c)

glycolyse

d)

gisting

8.

Hoeveel ATP wordt er gemaakt van 1 NADH?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

9.

Hoeveel energie kost de omzetting van 1 pyrodruivenzuur naar 1 melkzuur?

a)

1 NADH

b)

dit kost geen energie

c)

2 ATP

d)

2 NADH

10.

Welke stap van de aerobe dissimilatie levert het meeste ATP op?

a)

citroenzuurcyclus

b)

gisting

c)

glycolyse

d)

oxidatieve fosforylering

11.

Welk van deze processen vindt plaats in een mitochondrium?

a)

vorming van glucose uit CO2 en H2O

b)

afbraak van pyrodruivenzuur tot CO2 en H2O

c)

afbraak van glucose tot pyrodruivenzuur

d)

vorming van melkzuur uit pyrodruivenzuur

12.

Welke organische verbinding kan de dissimilatie van glucose opleveren?

a)

CO2

b)

ATP

c)

H2O

d)

glycogeen

13.

Bekijk de afbeelding. P is een proces, N zijn twee membranen. Van welk organel zijn deze membranen?

a)

van een chloroplast

b)

van een mitochondrium

c)

van de celkern

d)

van een ribosoom

14.

Bekijk de afbeelding. P is een proces, N zijn twee membranen. Welk proces wordt aangegeven met P?

a)

assimilatie

b)

glycolyse

c)

citroenzuurcyclus

d)

oxidatieve fosforylering

15.

Feit: Gisten kunnen zowel aeroob als anaeroob leven.

Juist of onjuist? Onder anaerobe omstandigheden produceren gisten minder ATP per molecuul glucose dan onder aerobe omstandigheden.

a)

Onjuist

b)

Juist

16.

Feit: Gisten kunnen zowel aeroob als anaeroob leven.

Juist of onjuist? Zowel onder anaerobe als onder aerobe omstandigheden kunnen gisten CO2 produceren.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Welke stappen zijn nodig bij de dissimilatie van een vetzuur?

a)

Glycolyse, citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering

b)

Alleen citroenzuurcyclus

c)

Alleen citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering

d)

Alleen de glycolyse

18.

Hoeveel CO moleculen levert de gisting van 1 glucosemolecuul op?

a)

6

b)

geen

c)

2

d)

1