wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2kgt H5 paragraaf 1

Total questions: 17

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In deze ijstijd bereikte het landijs Nederland:

a)

de een na laatste ijstijd (Saale-ijstijd)

b)

de laatste ijstijd (Weichselien)

2.

Na de Saale-ijstijd was Nederland een kaal landschap. De wind legde toen overal een laag ...-zand neer.

a)

klei

b)

dek

c)

löss

d)

rivier

3.

Veengrond heeft te maken met

a)

klei

b)

planten

c)

zand

d)

loss

4.

Een terp

a)

is gemaakt door mensen

b)

is gemaakt door de natuur

5.

Komgronden vind je.

a)

Iets verder van de rivier waar het water langzamer stroomt zakt klei.

b)

Iets dichterbij de rivier waar het water langzamer stroomt zakt zand.

6.

Oeverwallen vind je dichterbij de rivier. Die bestaan voornamelijk uit..

a)

Klei

b)

Zand

7.

Welk landschap zie je op de afbeelding?

a)

Veenlandschap

b)

Zandlandschap

c)

Rivierkleilandschap

d)

Heuvellandschap

8.

Polders zijn

a)

Stukken omdijkt land waar de waterstand wordt geregeld!

b)

Stukken land waar de mens niets mee doet!

c)

Stukken omdijkt land waar de eb en vloed worden geregeld!

d)

Stukken land waar de zee regelmatig het land onder water zet!

9.

Tijdens een ijstijd

a)

Daalt de zeespiegel

b)

Stijgt de zeespiegel

c)

Groeit het ijs aan op de zee

d)

Komt er ijs vanuit de bergen naar de zee

10.

Waar is het veen landschap van gemaakt?

a)

Planten resten

b)

Zand en klei

c)

Afgebroken hout resten

d)

Schoenen

11.

Welke stelling hoort bij Laag Nederland?

a)

Ligt lager dan 1m boven zeespiegel.

b)

Hoger gelegen gebied van Nederland.

12.

Nederland ligt in de .............. van alle rivieren

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

13.

Het neerleggen van slib en zand is

a)

Erosie

b)

Delta

c)

Sedimentatie

d)

Kunstmatige afwatering

14.

''Rivier die naast regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert''

a)

Gemengde rivier

b)

Regenrivier

c)

Gletsjerrivier

15.

Als er meer zijtakken zijn in rivieren, is het stroomgebied van een rivier groter

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Welk stuk van de rivier ligt in de delta?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

17.

Verwering is ...

a)

Het neerleggen van materiaal wat is meegevoerd door rivieren en zeeën.

b)

Het uitschuren van gesteente door erosie.

c)

Het uit elkaar vallen van gesteente door weer en plantengroei.