wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toets Bloed

Total questions: 68

Worksheet time: 3hrs 39mins

Name
Class
Date
1.
Op deze afbeelding zie je
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
2.
Wat is de functie van deze bloedcel
a)
Ziekte verwekkers bestrijden
b)
Zuurstof vervoeren
c)
Bloed laten stollen 
d)
CO2 vervoeren
3.

Rode bloedcellen kunnen zuurstof en koolstofdioxide vervoeren

a)

juist

b)

onjuist

4.

Ijzer is een belangrijke stof in hemoglobine

a)

Ja, bij bloedarmoede heb je ijzertekort

b)

Nee, dat doet een andere stof

5.
De vloeistof die nu boven in de buis zit, is voor 
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
6.
Bloedvat B is een
a)
slagader
b)
ader
c)
haarvat
7.
Bloedvat B heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
8.
Wat doet het hart ?
a)
Bloed zuurstof rijk maken
b)
Bloed pompen
c)
Bloed zuiveren
d)
Bloed opnemen
9.
Bloedvat C heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
10.
Een haarvat is dikker dan een slagader. Is dit waar of niet waar?
a)
Waar
b)
Niet waar
c)
Soms wel
d)
Een haarvat is altijd dikker
11.
De bloedvaten met een rode kleur bevatten bloed met 
a)
veel zuurstof
b)
veel koolstofdioxide
c)
veel hormonen
d)
veel warmte
12.

Welk nummer is de aorta

a)

1

b)

2

c)

3

d)

7

13.

Welk nummer is de longslagader?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

7

14.

Welk nummer is de holle ader?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

7

15.

Welk nummer is de linkerboezem?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

7

16.

Welk nummer is de linker kamer?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

3

17.

Welk nummer is de hartklep?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

7

18.

Welk nummer is de longader?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

7

19.

Geeft koolstofdioxide af aan de longen.

a)

kleine bloedsomloop

b)

grote bloedsomloop

20.

Vervoert koolstofdioxide van de cellen.

a)

kleine bloedsomloop

b)

grote bloedsomloop

21.

Geeft zuurstof af aan de cellen.

a)

kleine bloedsomloop

b)

grote bloedsomloop

22.

Ontvangt zuurstof van de longen.

a)

kleine bloedsomloop

b)

grote bloedsomloop

23.

Ontvangt zuurstof van de longen.

a)

kleine bloedsomloop

b)

grote bloedsomloop

24.

Welke bestanddeel komt het meest in bloed voor?

a)

Witte bloedcellen

b)

Rode bloedcellen

c)

Bloedplaatjes

25.

Welk bloedvat heeft de laagste bloeddruk?

a)

Aders

b)

Slagaders

c)

Haarvaten

26.

In een bepaald deel van het hart van een mens bevindt zich zuurstofarm bloed. Dit bloed is zojuist de hartkleppen gepasseerd.

In welk deel van het hart bevindt zich dit bloed?

a)

Linkerboezem

b)

Linkerkamer

c)

Rechterboezem

d)

Rechterkamer

27.

Iemand die immuun is voor mazelen kan nog wel waterpokken krijgen

a)

waar

b)

niet waar

28.

Bloedplaatjes bevatten hemoglobine

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Bloedplasma vervoert voedingsstoffen

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Welke naam heeft nummer 11?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

31.

Welke naam heeft nummer 3 ?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

32.

De kleine bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

33.

De grote bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

34.

Kijk goed naar de afbeelding. Als de kamers vollopen met bloed zijn de hartkleppen ...

a)

open

b)

gesloten

35.

Wat is een belangrijk kenmerk van haarvaten?

a)

Haarvaten vervoeren het bloed naar het hart toe

b)

Haarvaten hebben dikke wanden

c)

Haarvaten hebben zeer dunne, halfdoorlatende wanden

d)

Haarvaten vervoeren het bloed van het hart af

36.

In welk gedeelte van het hart is de wand het dikst?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

37.

In welk deel van de bloedsomloop zal de glucose concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

aorta

c)

poortader

d)

darmader

38.

De aorta komt uit de ...

a)

Linkerkamer

b)

Rechterkamer

c)

Linkerboezem

d)

Rechterboezem

39.

Wat zijn de stervormige 'dingen' op het plaatje?

a)

Witte bloedcellen

b)

Rode bloedcellen

c)

Bloedplaatjes

d)

Bacteriën

40.

In de afbeelding zijn sommige bloedvaten rood en andere blauw gekleurd. Zijn de meeste blauw gekleurde bloedvaten aders, haarvaten of slagaders?

a)

aders

b)

haarvaten

c)

slagaders

41.

Kan door cholesterol een bloedvat nauwer worden?

a)

ja

b)

nee

42.

Is bij een hartinfarct een kransader verstopt?

a)

ja

b)

nee

43.

Heeft iemand met overgewicht meer kans op een hartinfarct dan iemand met een normaal gewicht?

a)

ja

b)

nee

44.

Wat is cholesterol ?

a)

Een eiwit

b)

Een koolhydraat

c)

Een vet

45.

Waardoor wordt slagaderverkalking veroorzaakt?

a)

Door cholesterol raken de wanden van bloedvaten beschadigd

b)

Door een laag witte bloedcellen met cholesterol in een beschadigd bloedvat

46.

Bij een hartinfarct raakt een ... verstopt

a)

Ader

b)

Slagader

c)

Kransslagader

47.
Welke bloedcellen zijn onderdeel van het immuunsysteem?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes
d)
Bloedplasma
48.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
49.

antibiotica is een medicijn tegen

a)

alle infectieziekten

b)

bacteriën en virussen

c)

bacteriën

d)

virussen

50.

Als je gevoelig bent voor een stof dan noem je dat?

a)

Overgevoeligheid

b)

Astma

c)

Allergie

51.

Waarvoor zijn mensen met hooikoorts erg allergisch?

a)

Haren van dieren

b)

Huisstofmijt

c)

Rook en stof

d)

Stuifmeelkorrels

52.

Via waar wordt urine uit ons lichaam vervoert?

a)

Urinebuis

b)

Urineleider

c)

Nierbekken

d)

Nierschors

53.

Waardoor wordt slagaderverkalking veroorzaakt?

a)

Door cholesterol raken de wanden van bloedvaten beschadigd

b)

Door een laag witte bloedcellen met cholesterol in een beschadigd bloedvat

54.

Wat is de naam van bloedvat 1?

a)

longslagader

b)

longader

c)

aorta

d)

onderste holle ader

55.

Met welk nummer worden de hartkleppen aangegeven?

a)

3

b)

4

c)

14

d)

15

56.

Welk van de onderstaande antwoorden geeft een beschrijving van haarvaten?

a)

Hier stroomt zuurstofarm bloed doorheen

b)

Dit zijn geen vertakkingen van de slagaders

c)

Deze is maar één cellaag dik

d)

Deze hebben een hoge bloeddruk

57.

Welke uitspraak over aders klopt?

a)

De bloeddruk is hoog

b)

Aders liggen aan de oppervlakte van het lichaam

c)

Het bloed kan twee richtingen opstromen

d)

Veel aders hebben kleppen

58.

welke aders voorzien het hart zelf van bloed?

a)

Kransslagaders en kransaders

b)

De aorta

c)

Bovenste holle ader en onderste holle ader

59.

De aorta heeft halvemaanvormige kleppen

a)

waar

b)

niet waar

60.

Met welke nummer worden de witte bloedcellen aangeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

61.

De afbeelding geeft de doorsnede van een bloedvat uit het been van een mens weer.


Is dit een beenader of beenslagader?

Vervoert dit bloedvat zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?

a)

beenader / zuurstofarm

b)

beenslagader / zuurstofarm

c)

beenader / zuurstofrijk

d)

beenslagader / zuurstofrijk

62.
De vloeistof die nu boven in de buis zit, is voor 
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
63.

Een mens beschikt over een dubbele bloedsomloop. Hierbij is er een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop. Binnen welke bloedsomloop wordt het zuurstofarme bloed weer zuurstofrijk gemaakt?

a)

Tijdens de kleine bloedsomloop

b)

Tijdens de grote bloedsomloop

64.

Het hart wordt ook wel ''de pomp van ons lichaam'' genoemd. Het hart zorgt voor beweging van het bloed in de bloedvaten. Naast het hart zorgen ook andere organen voor beweging in het bloed. Welke organen zijn dit?

a)

Spieren

b)

Botten

c)

Darmen

d)

Zenuwen

65.

Wat is de naam van de grootste slagader van ons lichaam?

a)

Longslagader

b)

Beenslagader

c)

Armslagader

d)

Aorta

66.

Wat is de route van de grote bloedsomloop?

a)

Hart - organen - hart

b)

Hart - longen - organen - hart

c)

Hart - organen - longen - hart

d)

Hart - organen - hersenen - hart

67.

Koolstofdioxide wordt door het bloed afgevoerd naar de longen. Welk deel van het bloed vervoert koolstofdioxide?

a)

bloedplaatjes

b)

Bloedplasma

c)

Fibrinogeen

d)

witte bloedcellen

68.

Meestal heeft bloed een rode kleur, maar inktvissen hebben blauw bloed. Welk bestanddeel van het bloed is anders bij inktvissen?

a)

bloedplaatjes

b)

bloedplasma

c)

fibrinogeen

d)

Hemoglobine