Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kort en krachtig schrijven

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Beschrijf kort en krachtig wat je ziet

(je lezer is een collega in de thuiszorg)

a)

Client heeft op haar arm een henna-tatttoo laten zetten met sierlijke patronen

b)

Client heeft een ontstoken henna-tattoo op haar arm

2.

Schrijf kort en krachtig
(je lezer houdt van mode)

a)

Deze Marokkaan is een woestijngids

b)

Deze Marokkaanse woestijngids draagt een witte tas van Dior

3.

Beschrijf kort en krachtig wat je ziet

a)

Deze klas is blij

b)

Deze klas is blij omdat iedereen geslaagd is met een voldoende voor Nederlands

c)

Het hangt er van af wie je lezer is

4.

Kort en krachtig schrijven;
tip: begin je zin met het belangrijkste

a)

De man geeft de kameel een aai over zijn neus

b)

De kameel steekt zijn neus over de schouder van de man, die daarop een aai geeft

5.

Kort en krachtig schrijven:
begin met het belangrijkste

a)

Tussen de tafeltjes loopt de schoonmaakster

b)

De schoonmaakster loopt tussen de tafeltjes

6.

Kort en krachtig schrijven:

begin met de hoofdzaak

(en laat bijzaken weg)

a)

De student komt met uitgestoken hand binnen

b)

Als de deur opengaat, komt de student de klas binnen

7.

Kort en krachtig?

a)

De student zit in de klas.

b)

In de klas heeft de student achter één van de tafeltjes plaatsgenomen.

8.

Kort en krachtig

a)

Deze student laat zien dat alles goed is.

b)

Deze student steekt haar duim op, maar ze trekt er een bedenkelijk gezicht bij. En wat moeten we met die telefoon?

9.

Als je schrijft,
wees dan precies

a)

Apparaat

b)

Het kopieerapparaat.

10.

Wat meld jij aan je Thuiszorg-collega's?

a)

Mevrouw draagt een jurk met panterprint

b)

Mevrouw kijkt je goed aan

c)

Mevrouw zit in een oude lederen fauteuil

11.

Kort en krachtig schrijven.

We vroeger deze student of je in Eritrea
dubbele voornamen hebt.

a)

Deze student schudt nee met haar linkerwijsvinger

b)

Deze student zegt nee

12.

Korte zinnen, dat is de regel bij kranten.

a)

Zodat alle lezers de tekst begrijpen.

b)

Omdat journalisten geen goede lange zinnen kunnen schrijven

c)

Beide antwoorden zijn goed

13.

Kort en krachtig schrijven?

Tip: zeg wat er wél is

(beter dan beschrijven wat er niét is)

a)

Dit waren lange tijd onze schooldirecteuren.
De linker werkt hier niet meer.

b)

Dit waren lange tijd onze schooldirecteuren.
De rechter werkt hier nog en heet Arjan.

14.

Kort en krachtig schrijven;

Tip: benoem wat er wél is

a)

Twee kinderen zonder ouders

b)

Twee kinderen als clowntjes

15.

Kort en krachtig?
Makkelijke zinnen = 123

  1. 1. Onderwerp;
    2. werkwoord en

  2. 3. de rest van de zin

a)

De quiz

is

klaar

b)

Mooi dat deze quiz eindelijk afgelopen is

16.

Kort en krachtig?

Makkelijke zinnen = 123

1. Onderwerp;

2. werkwoord en

3. de rest van de zin

a)

Als ik bij mevrouw binnenstap, begint zij meteen te klagen over eenzaamheid

b)

Mevrouw klaagt over eenzaamheid

17.

Kort en krachtig?

Makkelijke zinnen = 123

1. Onderwerp;

2. werkwoord en

3. de rest van de zin

a)

Dus schrijf ik voortaan makkelijk

b)

Ik schrijf voortaan makkelijk

18.

Korte zinnen mogen echt kort zijn

a)

Echt?

b)

Weet u dat wel helemaal zeker?

19.

Kort en krachtig schrijven?

a)

Losse woorden

b)

Echte zinnen