wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 6.1 Zintuigen

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Het zenuwstelsel bestaat uit:

a)

hersenen en zenuwen

b)

hersenen en ruggenmerg

c)

hersenen en perifere zenuwen

d)

hersenen, ruggenmerg en zenuwen

2.

Welke zintuigcel is gevoeliger voor een bepaalde prikkel?

a)

Een zintuigcel met een lage drempelwaarde

b)

Een zintuig met een hoge drempelwaarde

3.

Wat betekent adequate prikkel?

a)

dat het een prikkel is die opgepikt wordt door het juiste zintuig

b)

dat elke zintuigcel deze prikkel kan verwerken

4.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

5.

Is dit een prikkel of een impuls?

a)

prikkel

b)

impuls

6.

Dit is een adequate prikkel voor:

a)

ogen

b)

oren

c)

huid

d)

evenwicht

7.

Osmosereceptoren in de hypothalamus nemen de osmotische waarde van het bloedplasma waar. De osmotische waarde is een voorbeeld van een .....(interne/externe).... prikkel.

(a)  

8.

  1. 1. Een chemische receptor reageert op de geur van een gebakken taart

  2. 2. Een chemische receptor reageert op een veertje die je tenen kietelt

  3. 3. Een mechanisme receptor reageert op de smaak van spruitjes

  4. 4. Een mechanische receptor reageert op de stem van Guus Meeuwis

  5. Welk(e) uitspraak/uitspraken zijn juist?

a)

Uitspraak 1

b)

Uitspraak 2

c)

Uitspraak 3

d)

Uitspraak 4

9.

Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?

a)

9

b)

12

c)

5

d)

8

10.

Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?

a)

11

b)

2

c)

8

d)

12

11.

Welk nummer wordt gebruikt om de pupil aan te geven?

a)

11

b)

10

c)

12

d)

8

12.

Wat is de blinde vlek?

a)

Bevat geen zintuigcellen.

b)

Is bij blinde mensen groter.

c)

Is bij blinde mensen niet aanwezig.

d)

Bevat minder zintuigcellen.

13.

Wat doet de iris?

a)

Regelt de druk in het oog.

b)

Regelt de hoeveelheid licht in het oog.

c)

Regelt de richting van het oog.

d)

Regelt de spierspanning in het oog.