wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hfd 13.1 tm 13.7 ORW

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het doel van een werkoverleg?

a)
  1. Administreren

b)
  1. Controleren

c)
  1. Informeren

d)
  1. Registreren

2.

Welke stelling is juist?

I.          Informele interne communicatie is altijd negatief voor een organisatie.

II.         Bij elke organisatie is er sprake van formele en informele communicatie.

a)

I en II zijn beide juist.

b)

I is juist, II is onjuist.

c)

I en II zijn beide onjuist.

d)

I is onjuist, II is juist.

3.

Welke stelling is juist?
I.          Interne communicatie is altijd tussen ondergeschikten onderling.

II.         Een bericht op een mededelingenbord is een voorbeeld van interne communicatie.

a)

I is onjuist, II is juist.

b)

I en II zijn beide juist.

c)

I is juist, II is onjuist.

d)

I en II zijn beide onjuist.

4.

In een organisatie heb je interne communicatie en externe communicatie. Wat betekent interne communicatie?

a)

Informatie die werknemers naar buiten de organisatie sturen.

b)

Is de communicatie tussen alle personen die in een bedrijf werken.

c)

Richt zich op de groep buiten de organisatie.

d)

Is de communicatie tussen de werknemers en leverenciers.

5.

In een organisatie heb je interne communicatie en externe communicatie. Wat betekent externe communicatie?

a)

Communicatie die zich juist richt op groepen buiten het bedrijf .

b)

Communicatie tussen alle personen die binnen het bedrijf werken.

c)

Communicatie tussen leidinggevende en werknemers.

d)

Communicatie die van binnen naar buiten gaat.

6.

3 Voorbeelden van interne communicatie zijn:

a)

Mail, Personeelsblas en twitter.

b)

Mail, intranet en personeelsblad.

c)

Werkoverleg, intranet en advertenties.

d)

Twitter, advertenties en brieven.

7.

3 voorbeelden van externe communicatie zijn:

a)

Mail, Intranet en brieven.

b)

Intranet, facebook en twitter.

c)

Werkoverleg, Intranet en facebook.

d)

Advertentie, klantencontact en facebook.

8.

2 vormen van interne communicatie zijn:

a)

Mondeling en schriftelijk.

b)

Mondeling en Email.

c)

Email en Twitter.

d)

Schriftelijk en intranet.

9.

Welke voorwaarde voor het werkoverleg is NIET juist?

a)
  1. Werkoverleg moet gemiddeld een keer peer week plaatsvinden

b)
  1. Werkoverleg vindt alleen plaats als de medewerkers dit willen

c)
  1. Werkoverleg moet niet langer dan 2 uur duren

d)
  1. Werkoverleg moet gemiddeld een keer per week plaatsvinden

10.

‘Deze vorm van verslaglegging is een weergave van de belangrijkste punten die besproken zijn.’
Welke vorm van verslaglegging wordt hier bedoeld?

a)
  1. Notulen

b)
  1. Actiepuntenlijst

c)
  1. Verslag

d)
  1. Besluitenlijst

11.

Tijdens een vergadering zijn alle aanwezigen het eens over het te nemen besluit. Waar is in dit geval sprake van?

a)

Veto

b)

Unanimiteit

c)

Consensus

d)

Delegatie

12.

Lisa is het NIET eens met het besluit dat Tatiana in de sollicitatiecommissie komt te zitten. Uiteindelijk gaat hij wel akkoord met dit besluit. Waar is bij het nemen van dit besluit sprake van?

a)

Delegatie

b)

Veto

c)

Unanimiteit

d)

Consensus

13.

Welke stelling is juist?

I.          Een agenda hoeft NIET altijd voor de vergadering gemaakt te worden.

II.         Besluitenlijst is een vorm van verslaglegging.

a)

I en II zijn beide juist.

b)

I is juist, II is onjuist.

c)

I is onjuist, II is juist.

d)

I en II zijn beide onjuist.

14.

Welke stelling is juist?

I.          Bij communicatieve vaardigheden horen; spreken, respons geven en observeren.

II.         Bij non-verbale communicatie gaat het om wat je zegt.

a)

I en II zijn beide juist.

b)

I is juist, II is onjuist.

c)

I is onjuist, II is juist.

d)

I en II zijn beide onjuist.

15.

Wat is een kenmerk van een werkbespreking?

a)
  1. Medewerkers bespreken samen het op korte termijn te verrichten werk.

b)
  1. Het is een voorbeeld van externe formele communicatie.

c)
  1. Het is een voorbeeld van informele communicatie.

d)
  1. Leidinggevende en medewerkers bespreken het op korte termijn te verrichten werk.