wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4.1 - 4.5 energie in Brazilië

Total questions: 27

Worksheet time: 1hrs 28mins

Name
Class
Date
1.

4.1 Welk begrip past bij deze afbeelding?

a)

Verdringing

b)

Opkomende economie

c)

Bio-ethanol

d)

Uranium

2.

4.1 Plaats de energiebron in de bron...

3.

4.1 Waarom is er al lange tijd veel gebruik van waterkracht in Brazilië?

a)

Ze hadden zelf weinig fossiele brandstoffen. Importeren was duur.

b)

Overheid wilde zo snel mogelijk overstappen op duurzame bronnen.

c)

Ze vonden kernenergie te gevaarlijk om te gebruiken.

4.

4.1 Waar zijn de meeste waterkrachtcentrales te vinden?

a)

In het zuidoosten en noorden

b)

In het zuiden en noordwesten

5.

4.1 Bio-ethanol wordt gebruikt als brandstof, gemaakt van....

a)
Fossiele brandstof
b)
Graan
c)
Olie
d)
Suikerriet
6.

4.1 Bekijk de foto. Welke brandstof past hierbij?

a)

Bio-ethanol

b)

Kernenergie

c)

Steenkool

d)

Waterkracht

7.

4.1 Welke twee uitspraken zijn juist?

a)

Brazilië importeert vooral aardolie en exporteert vooral aardgas.

b)

In Brazilië wordt geen gebruik gemaakt van kernenergie

c)

Uit suikerriet wordt bio-ethanol gewonnen.

d)

Waterkracht is een duurzame energiebron.

8.

4.2 Twee stellingen over Brazilië:

I De meest dichtbevolkte regio van Brazilië is het zuidoosten.

II De meest welvarende regio van Brazilië is het zuidoosten.

a)

l is juist en ll is onjuist

b)

l is onjuist en ll is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

9.

4.2 Waar in Brazilië ligt het grootste olieveld?

a)

In het midden van Brazilië

b)

Voor de kust in het zuidoosten

c)

Voor de kust in het noordoosten

d)

In het noorden van Brazilië

10.

4.2 Hoeveel kerncentrales zijn er in Brazilië en waar liggen deze?

a)

8 en deze liggen bij Rio de Janeiro en Sao Paulo.

b)

8 en deze liggen ver van de grote steden af

c)

2 en deze liggen bij Rio de Janeiro en Sao Paulo.

d)

2 en deze liggen ver van de grote steden af

11.

4.2 Welk begrip past bij dit stukje tekst?

De populariteit van het gewas heeft het landschap flink laten veranderen. Eerst zag je nog veel kleine boerenbedrijven en ongerepte natuur. Nu zie je eindeloze velden met suikerrietstengels.

a)

Verdringing

b)

Biodiversiteit

c)

Biomassa

d)

Thermische centrale

12.

4.2 Plaats het woord op de juiste plek..

13.

4.3 Waar liggen er nog veel kansen voor duurzame energie in Brazilië?

a)

Windturbines

b)

Kerncentrales

c)

Biomassa

d)

Zonnepanelen

14.

4.3 Wat is het nadeel van bio-ethanol?

a)

Er moeten bossen worden gekapt voor de suikerriet akkers.

b)

Bio-ethanol wordt gemaakt van suikerriet. Die raakt uiteindelijk ook op.

c)

Suikerriet is geen plantaardige plant.

d)

Bij de groei van suikerriet komt ook CO2 in de lucht.

15.

4.3 Wat is de voornaamste reden dat zich hier veel waterkrachtcentrales bevinden?

     

a)

Hier bevinden zich de meeste grote rivieren.

b)

Hier bevindt zich het meest dichtbevolkte gebied van Brazilië.

c)

Hier is de meeste ruimte om waterkrachtcentrales te bouwen.

d)

Waterkrachtcentrales kunnen in het zuidoosten meer energie leveren.

16.

4.3 Wat is geen nadeel van waterkracht?

a)

Mensen moeten verhuizen

b)

Bossen gaan verloren

c)

Als het erg droog is, kun je maar weinig opwekken

d)

Er kom CO2 vrij bij het opwekken

17.

4.3 Welke dimensie? De 3 partijen die de meerderheid hebben in de provincie Zuid-Holland willen meer energie uit wind.

a)

Economisch

b)

Sociaal-cultureel

c)

Natuurlijk

d)

Politiek

18.

4.3 Welke dimensie? De bouw van windturbines is een flinke investering. Daarna heb je nauwelijks nog kosten.

a)

Economisch

b)

Sociaal-cultureel

c)

Natuurlijk

d)

Politiek

19.

4.3 Welke dimensie? In een Noord-Hollands dorp protesteren inwoners tegen de komst van 5 windmolens.

a)

Economisch

b)

Sociaal-cultureel

c)

Natuurlijk

d)

Politiek

20.

4.3 Welke dimensie? Jaarlijks gaan honderden vogels dood door dat ze geraakt worden door de wieken van een windmolen.

a)

Economisch

b)

Sociaal-cultureel

c)

Natuurlijk

d)

Politiek

21.

4.3 Bekijk de afbeelding. Wat is de juiste combinatie?

a)

1C, 2D, 3A, 4B

b)

1C, 2A, 3D, 4B

c)

1B, 2D, 3C, 4A

d)

1B, 2D, 3B, 4A

22.

4.4 Het Amazonegebied wordt op allerlei manieren gebruikt. Koppel de afbeelding aan het begrip.

a)

1.

Mijnbouw

b)

2.

Palmolie

c)

3.

Inundantie

d)

4.

Kolonisatie

23.

4.4 In het Amazonewoud is sprake van concurrentie om de ruimte.

Wie ondervinden hiervan vooral de negatieve gevolgen?

a)

Energiebedrijven

b)

Houtkappers

c)

Mijnbouwers

d)

Oorspronkelijke bevolking

24.

4.4 In het Amazonewoud is sprake van concurrentie om de ruimte.

Wat is hiervan géén voorbeeld?

a)

De inheemse bevolking moet verhuizen omdat er een stuwmeer wordt aangelegd.

b)

Inheemse stammen leven van de planten en dieren in het Amazonewoud.

c)

Landbouwers branden het woud plat om plaats te maken voor landbouwgrond.

d)

Regenwoud wordt gekapt voor de aanleg van een goudmijn.

25.
Question Image

4.4 Match de zin met de juiste dimensie..

a)

In het Amazonewoud worden veel grondstoffen gewonnen.

1.

Economische dimensie

b)

De biodiversiteit in het Amazonewoud staat onder druk.

2.

Natuurlijke dimensie

c)

De president laat illegale goudzoekers uit het Amazonewoud verwijderen.

3.

Politieke dimensie

d)

De inheemse bevolking van het  Amazonewoud neemt af.

4.

Sociaal-culturele dimensie

26.

4.5 Wat is géén uitgangspunt van het ‘Handvest van de Aarde’, ook wel Earth Charter genoemd?     

a)

Beheer de rijke schatten en de schoonheid van de aarde goed.

b)

Bouw democratische, rechtvaardige en vreedzame samenlevingen op voor iedereen.

c)

Haal voldoende grondstoffen uit de bodem voor iedereen.

d)

Zorg goed voor alle levensvormen.

27.

Reflectie. Geef aan welke begrippen, onderwerpen en/of paragrafen jij nog lastig vindt...

4 lines