wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenboost Rood 1

Total questions: 39

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Veel mensen uit Europa denken over Nederlanders dat ze gierig zijn (geen geld willen uitgeven), maar dat is niet helemaal waar, het is een (a)  

2.

Ik kan die meisjes niet verstaan. Welke taal spreken ze en wat is hun (a)   ?

3.

Het is slim om je diploma te halen en je opleiding .. .. (a)   .

4.

Sommige leerlingen halen hun diploma niet op het MLO maar ergens anders, (a)   dus.

5.

Een leerling die met veel aandacht luistert, luistert (a)   .

6.

De juf begint de toets vaak met voorlezen van woorden die jullie moeten opschrijven, het (a)   .

7.

Deze telefoon is in de (a)   , hij kost maar 800 euro in plaats van 1200.

8.

Ik zie dat jullie bijna niet ( (a)   dus) leren voor de toets.

9.

Via 'find my phone' kan ik mijn telefoon (a)   .

10.

Deze film is heel (a)   , heel anders dan normaal.

11.

De juf geeft je een (a)   . Ga op tijd leren en herhaal de woordjes zo vaak mogelijk.

12.

Wat is de (a)   van dit gekke gedrag? Waarom doe je dit?

13.

Amsterdam is de hoofdstad van Nederland. Dat is een (a)   .

14.

Als je door een drukke stad fietst, moet je je niet laten (a)   . Want dan kun je een ongeluk krijgen.

15.

Mijn nieuwe telefoon is nu al kapot, maar gelukkig heb ik (a)   .

16.

Het is een (a)   om een eigen slaapkamer te hebben. Dan kan je goed leren en lekker alleen zijn als je dat wil.

17.

De (a)   dat we in Amsterdam een aardbeving krijgen, is heel erg klein.

18.

Als je veel geld hebt ben je (a)   , als je ... bent, heb je maar weinig geld.

19.

(a)   de les moet je luisteren, opletten en meedoen. In de pauze mag je weer kletsen.

20.

Dit meisje is (a)   tot automonteur, dat meisje tot kapper.

21.

Sommige opleidingen zijn heel (a)   , daar mag je dingen doen. Bij andere opleiding leer je vooral uit boeken, die opleidingen zijn theoretisch.

22.

Je ouders en je docenten kunnen je (a)   over wat je in de toekomst kan gaan doen, maar je moet zelf de beslissing nemen.

23.

Sttt.. even stil zijn. Ik wil me goed kunnen (a)   .

24.

(a)   klopt jouw betoog wel, maar de vorm is niet goed. Per argument maak je een alinea.

25.

Het Van Goghmuseum heeft een grote (a)   schilderijen van Van Gogh.

26.

De (a)   van deze jas is echt heel goed, ik draag de jas al tien jaar en hij is nog steeds niet kapot.

27.

Ik kan jou (a)   dat het morgen heel erg koud gaat worden.

28.

Dit boek kost maar 4 euro, dat is heel erg (a)   .

29.

De jongen kon niet (a)   dat het meisje geen relatie meer met hem wilde.

30.

Een broodje halfom is heel Amsterdams, het is een (a)   lekkernij.

31.

Wat is zijn (a)   ? Waarom is hij altijd zo verdrietig?

32.

Welke (a)   heeft jouw moeder gedaan? En waar heeft ze deze studie gedaan?

33.

Wat (a)   je? Wat wil je hiermee zeggen?

34.

De juf gaat tien woorden (a)   en jullie gaan ze opschrijven.

35.

Luisteren naar muziek tijdens de les is een grote (a)   . Maar jullie vinden dat helemaal niet!

36.

De methode Talent bestaat uit een boek met een (a)   gedeelte online.

37.

De serie van Harry Potter (a)   ... zeven boeken.

38.

Iets waar je extra goed op moet letten, noem je een (a)   .

39.

Met veel (a)   las de leerling het spannende boek. Hij hoorde zijn klasgenoten niet eens praten.