Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

naSk H 8 en 9

Total questions: 25

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

De koptelefoon van Annemiek produceert een geluidssterkte van 87,5 dB. Lees uit de grafiek hiernaast af na hoeveel uur blijvende gehoorbeschadiging kan optreden. Na (a)   uur

2.

Een audioloog bepaalt de bovenste gehoorgrens van Maureen. Hij vindt 10 000 Hz.

Lees uit de grafiek af welke leeftijd bij deze grens hoort.

De leeftijd is …………….. jaar

(a)  

3.

De onderste gehoorgrens van de mens ligt bij?

a)

20 Hz

b)

50 Hz

c)

20 dB

d)

50 dB

4.

Een dolfijn produceert

een toon van 30 000 Hz.

Welke dieren zo’n toon kunnen horen?

a)

Hond, olifant, dolfijn

b)

Mens, hond, muis

c)

Mens, olifant, muis

d)

Hond, vleermuis, dolfijn

5.

Het gehoorbereik van de hond loopt van …………. tot ………………..

a)

20 - 50 000 Hz

b)

10 - 100 000 Hz

c)

20 - 20 000Hz

d)

10 - 50 000 Hz

6.

De tijdinstelling van de drie oscilloscoopschermen is 1 ms per hokje.

Welke zin is onjuist?

a)

In scherm C is een zachte toon afgebeeld.

b)

In scherm B is een lage toon afgebeeld

c)

In scherm C is de laagste toon afgebeeld.

d)

In scherm A en scherm C is dezelfde toon afgebeeld.

7.

De trillingstijd van een toon is 0,002 s. Bereken de frequentie van deze toon.

1 de trillingstijd is __________ s

2 de frequentie van deze toon

3 frequentie = 1/ trillingstijd

4 frequentie = 1/ __________

5 De frequentie is __________ Hz

Antwoord: regel 1,regel 4,regel 5 (alleen getallen)

(a)  

8.

De frequentie van een toon is 880 Hz. Bereken de trillingstijd van deze toon.

1 de frequentie is __________ Hz

2 de trillingstijd van deze toon

3 trillingstijd = 1 / frequentie

4 trillingstijd = 1/ __________

5 De trillingstijd is __________ s

Antwoord: regel 1,regel 4,regel 5 (geen eenheid)

(a)  

9.

Het begint te onweren. Je ziet een bliksem en 7,5 seconden later hoor je het gerommel.

Bereken hoever het onweer nog bij je vandaan is.

1 de snelheid van het geluid = _____ m/s; de tijd = _____ s

2 hoever het onweer nog bij je vandaan is

3 afstand = snelheid x tijd

4 afstand = ______ x _____ = __________

5 De afstand tot de blikseminslag is __________ m.

Antwoord: Alleen regel 5. (geen eenheid)

(a)  

10.
Wat is geen geluid?
a)
Een trilling
b)
Een drukverandering
c)
Een golf
d)
Een decibel
11.
Het onweert. Tussen de flits en het gedonder zit 5,2 seconden. Hoever is het onweer bij je vandaan?
a)
5,2 x 343 = 1783,60 m
b)
5,2 x 343 = 1783,6 s
c)
343 : 5,2 =  65,96 km
d)
343 : 5,2 = 65,96 m
12.
Wat is de geluidssterkte van een rustig gesprek?
a)
20 dB
b)
30 dB
c)
40 dB
d)
50 dB
13.

Welke toon is het sterkst?

a)

P

b)

Q

c)

Beide even sterk

14.

Er wordt een nieuwe snelweg aangelegd in de buurt van een woonwijk. Welke maatregelen kan met nemen om de geluidshinder "tussen bron en ontvanger" te verminderen

a)

Dubbel glas plaatsen

b)

Stillere auto's

c)

Geluidswal plaatsen

d)

De hele woonwijk verhuizen

15.

De eenheid van spanning is:

a)

Ampere

b)

Volt

c)

Ohm

16.

De eenheid van stroom is:

a)

Ampere

b)

Volt

c)

Ohm

17.

De weerstand van een NTC is afhankelijk van:

a)

Licht

b)

Temperatuur

c)

Spanning

d)

Stroom

18.

De weerstand van een LDR is afhankelijk van:

a)

Licht

b)

Temperatuur

c)

Spanning

d)

Stroom

19.

Wat stelt onderstaand symbool voor?

a)

Lamp

b)

Batterij

c)

Schakelaar

d)

Schuifweerstand

20.

Wat stelt onderstaand symbool voor?

a)

Batterij

b)

Condensator

c)

Stopcontact

d)

Losse draden

21.

Wat stelt onderstaand symbool voor?

a)

Spanningsmeter

b)

Stroommeter

c)

Veiligheidsschakelaar

22.

Wat stelt onderstaand symbool voor?

a)

Gesloten schakelaar

b)

Draad

c)

Streep

d)

Zekering

23.

Welke stekker(s) tref je aan bij apparatuur met dit symbool? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)
b)
c)
24.

Je kunt elektrische stromen opwekken met magnetische krachten. je gebruikt hiervoor een .................. ?

a)

Magneet

b)

Spoel

c)

Spanning

d)

Elektriciteit

25.

Een ideale spoel is een spoel zonder .............

a)

Verlies van spanning

b)

Verlies van stroom

c)

Spanningsverlies

d)

Ohmse weerstand