Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3havo pww maart

Total questions: 36

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Wist jij dat deze groep rebellen in Congo voor vele misdaden tegen de menselijkheid verantwoordelijk zijn?

a)

Incongruentie

b)

Foutieve samentrekking

c)

Zinnen onjuist begrenzen

2.

De meerderheid van de kiezers waren erg boos over dit plan.

a)

Foutieve samentrekking

b)

Incongruentie

c)

Geen fout

3.

Kort geleden ontving mijn dochter van zeven een uitnodiging voor een feestje en was ze erg blij mee

a)

Correcte zin

b)

Foutieve samentrekking

c)

Incongruentie

4.

Volgens zijn vrienden is Harry typisch zo’n jongen waarmee je geen feestje kunt vieren

a)

Correcte zin

b)

Foutief verwijswoord

5.

Het grootste deel van de aanwezige kinderen hadden cadeautjes meegebracht.

a)

Correcte zin

b)

Incongruentie

c)

Foutieve samentrekking

6.

Een aantal kinderen hadden echter nog honger

a)

Correcte zin

b)

Incongruentie

c)

Geen symmetrie

7.

De bezoekers worden gevraagd een kleine bijdrage te doneren

a)

Correcte zin

b)

Incongruentie

c)

Foutief verwijswoord

d)

Foutieve samentrekking

8.

De kwaliteit van de virusscanners zijn duidelijk verbeterd.

a)

Correcte zin

b)

Incongruentie

c)

Foutief verwijswoord

9.

Zij vond de de taart te duur en leek mij te groot.

a)

Correcte zin

b)

Foutief verwijswoord

c)

Foutieve samentrekking

10.
Maak de volgende zin opnieuw met 'worden'. De kinderen lezen de Donald Duck's.
a)
De Donald Duck's lezen de kinderen.
b)
De Donad Duck's worden gelezen door de kinderen.
c)
Donald Duck leest de kinderen voor.
d)
De kinderen worden gelezen door Donald Duck.
11.
Maak de volgende zin opnieuw met 'worden'.Morgen houdt Olaf een spreekbeurt.
a)
Morgen wordt een spreekbeurt gehouden.
b)
Morgen wordt een spreekbeurt door Olaf gehouden.
c)
Morgen wordt Olaf door een spreekbeurt gehouden.
d)
Olaf gaat morgen een spreekbeurt houden.
12.
Maak de volgende zin bedrijvend (zonder worden).
De smurfen worden gepakt door Gargamel.
a)
De smurfen pakken Gargamel.
b)
De smurfen smurfen Gargamel in het bos.
c)
Gargamel eet de smurfen op.
d)
Gargamel pakt de smurfen.
13.
Maak de volgende zin bedrijvend (zonder worden).De boterham wordt opgegeten door de leeuw.

a)
De boterham eet de leeuw op.
b)
De boterham wordt opgegeten.
c)
De leeuw eet de boterham op.
d)
De leeuw wordt opgegeten door de boterham.
14.
Maak de volgende zin bedrijvend (zonder worden).
Het voetbalteam wordt begeleid door de coach.
a)
De coach begeleidt het voetbalteam.
b)
Het voetbalteam begeleidt de coach.
c)
De coach wordt begeleid door het voetbalteam.
d)
De coach begeleidt veel teams.
15.
Maak de volgende zin bedrijvend (zonder worden).De politie werd gearresteerd door de boef.
a)

De boef arresteerde de politie.

b)

De politie arresteerde de boef.

c)
De politie arresteerde mij gisteren.
d)
De boef arresteert de boef.
16.
Maak de volgende zin bedrijvend (zonder worden).
De nieuwe speelplaats wordt officieel geopend door mij.
a)
De nieuwe speelplaats gaat officieel open.
b)
Ik open officieel de nieuwe speelplaats.
c)
Ik open een blikje cola.
d)
De nieuwe speelplaats opent officieel snel.
17.
a)

lijdende vorm

b)

bedrijvende vorm

18.

Deze zin is bedrijvend: De jongen vangt de vis.

Wat is bedrijvend?

a)

Een zin waar het onderwerp iets doet.

b)

Een zin waar het onderwerp iets ondergaat (passief).

19.

a)

lijdende vorm

b)

bedrijvende vorm

20.

Hij scoorde gisteren Messi in een pakketje.

a)

Bedrijvende zin

b)

Lijdende zin

21.

De meester speelt in het weekend graag een potje FIFA21.

a)

Bedrijvende zin

b)

Lijdende zin

22.

Een enkelvoudige zin heeft ......

a)

twee persoonsvormen

b)

een persoonsvorm

c)

drie persoonsvormen

23.

Een samengestelde zin heeft ......

a)

een persoonsvorm.

b)

meer persoonsvormen.

24.

Samengestelde zinnen maak je door...

a)

van een zin een zin te maken met een voegwoord.

b)

van twee zinnen een zin te maken met een voegwoord.

25.

Wat zijn voegwoorden?

a)

Dat zijn woorden waarmee je zinnen aan elkaar voegt.

b)

Voegwoorden zijn woorden die een zin vragend maken.

26.

Welk voegwoord moet worden ingevuld?


Wij repareren uw fiets .... u boodschappen doet!

a)

intussen

b)

terwijl

c)

want

27.

Welk voegwoord moet worden ingevuld?


Kampioen zullen zij niet worden, … er een wonder gebeurt.

a)

tenzij

b)

indien

c)

doordat

28.

Vul het juiste verwijswoord in.

Waar heb je het zakje snoep neergelegd, die / dat Dex gisteren heeft gekocht?

a)

die

b)

dat

29.

Kies het juiste verwijswoord.

Onze boot is gerepareerd. Morgen brengen we het / hem naar de haven.

a)

het

b)

hem

30.

Kies het juiste verwijswoord.

De zonnebril van Els is kapot, want Johan heeft hem / ze per ongeluk laten vallen.

a)

hem

b)

ze

31.

Kies het juiste verwijswoord.

Tim heeft de jas van Noortje meegenomen. Deze / Dit moet hij straks aan hem / haar teruggeven.

a)

Deze, hem

b)

Deze, haar

c)

Dit, hem

d)

Dit, haar

32.

Kies het juiste verwijswoord.

De spelers moeten terugkomen op hun / zijn besluit om uit deze / dit team te stappen.

a)

hun, deze

b)

hun, dit

c)

zijn, deze

d)

zijn, dit

33.

Kies het juiste verwijswoord.

De koffiekopjes staan nog op dit / deze tafeltje. Wil jij hem / ze even opruimen?

a)

dit, hem

b)

deze, hem

c)

dit, ze

d)

deze, ze

34.

Kies het juiste verwijswoord.

Het paard die / dat op stal staat, is van mijn tante. Hij / Het heeft al aan veel wedstrijden meegedaan.

a)

die, Hij

b)

dat, Hij

c)

die, Het

d)

dat, Het

35.

Vul het juiste verwijswoord in.

Waar heb je de zak snoep neergelegd, die / dat Dex gisteren heeft gekocht?

a)

die

b)

dat

36.

Kies het juiste verwijswoord.

De meisjes dat / die daar lopen, zitten bij mij in de klas. Hun / Zij kunnen goed voetballen.

a)

dat, Hun

b)

die, Hun

c)

dat, Zij

d)

die, Zij