wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen SO b1-3

Total questions: 24

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welk onderdeel van het bloed kun je vergelijken met Barbapapa?

a)

Rode bloedcel

b)

Witte bloedcel

c)

Bloedplaatjes

d)

Bloedplasma

2.

Deze cel heeft een celkern

a)

Rode bloedcel

b)

Witte bloedcel

3.

Hoe noem je de grote lichaamsslagader?

(a)  

4.

Uit welke onderdelen bestaat bloed? Selecteer alle onderdelen.

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplasma

d)

Bloedplaatjes

5.

Het bloedvatenstelsel bestaat uit.. (selecteer alle opties)

a)

Hart

b)

Bloedvaten

c)

Aorta

d)

Hersenen

6.

Hoe noem je de ader tussen darmen en lever?

(a)  

7.

Welk onderdeel van het bloed verteert bacteriën?

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplasma

d)

Bloedplaatjes

8.

Welk onderdeel van het bloed zorgt ervoor dat bloed gaat stollen zodat je korstjes krijgt?

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplasma

d)

Bloedplaatjes

9.

Welk onderdeel van het bloed vervoert zuurstof?

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplasma

d)

Bloedplaatjes

10.

Hoe noem je de slagader die naar de nieren gaat?

(a)  

11.

Hoe noem je de slagader die naar de armen gaat?

(a)  

12.

Hoe noem je de ader die vanaf de hersenen komt?

(a)  

13.

Rode bloedvaten (in een tekening) zijn

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

14.

Blauwe bloedvaten (in een tekening) zijn

a)

Zuurstofrijk

b)

Zuurstofarm

15.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

Slagaders vervoeren voornamelijk afvalstoffen en weinig zuurstof.

b)

Aders vervoeren voornamelijk afvalstoffen en weinig zuurstof.

c)

Slagaders vervoeren zuurstof en brengen dit naar de organen.

d)

Aders vervoeren zuurstof en brengen dit naar de organen.

16.

Welke letter geeft de linkerboezem aan?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

17.

Welke letter geeft de linkerkamer aan?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

18.

Welke letter geeft de rechterkamer aan?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

19.

Welke letter geeft de rechterboezem aan?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

20.

Welke letter geeft de aorta aan?

a)

E

b)

B

c)

C

d)

D

21.

Wat is de longslagader?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

22.

Wat is de onderste holle ader?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

23.

Wat is de longader?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

24.

Wat is de aorta?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D