NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsD3 Rekendidactiek
Total questions: 20
Worksheet time: 14mins
Name
Class
Date
1.
Richard heeft een tuin met een lengte van 7m en een breedte van 5m. Wat is de omtrek?
a)
7 m
b)
12 m
c)
17 m
d)
19 m
e)
24 m
2.
Bas is boer. Hij heeft een weiland van 2 hectare bij 3 hectare. Hij wil hier een hek omheen zetten zodat zijn koeien niet weg lopen. Hoeveel meter aan hek heeft hij nodig?
a)
0,5 kilometer
b)
500 meter
c)
1 kilometer
d)
1000 meter
3.
Linda wil tapijt gaan leggen in haar woonkamer. Haar woonkamer is 6 meter lang en 8 meter breed. In 1 doos tapijt zit 12 vierkante meter aan tapijt. Hoeveel dozen met tapijt zal Linda nodig hebben?
a)
2
b)
4
c)
6
d)
8
e)
12
4.
Josef heeft een televisie. Deze heeft een scherm met een oppervlakte van 3 vierkante meter. Josef weet dat de hoogte 1,2 meter is. Hij wil graag de lengte weten. Hoelang is de televisie?
a)
0.4
b)
1.2
c)
2.5
d)
3
5.
Bosse gaat elke dag naar school. Hij legt een totale afstand af van 45 kilometer. Bosse wil graag om de 2 hectometer een steentje neer leggen. Hoeveel steentjes heeft hij nodig?
a)
25
b)
44
c)
90
d)
225
e)
900
6.
Miguel sport graag. Hij heeft een bidon waar op staat dat het een inhoud heeft van 0,5 liter. Miguel zegt: “hier kan ik dus 0,05 kubieke meter aan water in stoppen.”. Heeft Miguel gelijk?
a)
Ja, Miguel heeft gelijk
b)
Nee, Miguel heeft geen gelijk
7.
Danny is dokter. Hij geeft een patiënt een doosje medicijnen mee. De medicijnen wegen 500 milligram per stuk. Het doosje weegt 26 gram. Hoeveel medicijnen zitten er in het doosje (gewicht van het karton mag je verwaarlozen)?
a)
19
b)
26
c)
36
d)
52
8.
Steve is een middagje wezen varen. Hij heeft gevaren met een gemiddelde snelheid van 4,8 kilometer per uur. Hij heeft in totaal 3 uur en 48 minuten gevaren. Hoeveel kilometer heeft hij afgelegd?
a)
0.8
b)
1.26
c)
18.24
d)
17.76
9.
Sebastiaan gaat met de fiets van school naar huis. De afstand is 6 kilometer. Normaal gesproken heeft hij een gemiddelde snelheid van 16 km/h, maar vandaag waait het heel hard. Hierdoor fietst hij nu maar 10 km/h. Hoeveel uur langer doet hij nu over zijn rit?
a)
0.2
b)
0.225
c)
0.375
d)
0.455
e)
0.5
10.
Maurits is een wetenschapper. Door een mislukt experiment is zijn laboratorium gevuld met een gevaarlijk gas. Het laboratorium is 10 meter breed, 12 meter lang en 3 meter hoog. Hoeveel liter van de gevaarlijke gas zal er in zijn laboratorium zitten?
a)
360
b)
7200
c)
72000
d)
360000
e)
720000
11.
Jelle smeert boter op een cracker. De cracker heeft een breedte van 4 centimeter en een lengte van 12 centimeter. De laag boter is 1 millimeter dik. Hoeveel milliliter aan boter zit er op Jelles cracker?
a)
0.00048
b)
0.0048
c)
4.8e-05
d)
0.048
12.
Dean heeft een nieuwe kast gekocht. De kast heeft een lengte van 1,25 meter, een breedte van 0,6 meter en een hoogte van 2,1 meter. Dean wil deze helemaal vullen met bakstenen. Hoeveel decaliter aan bakstenen past er in de kast?
a)
131.25
b)
150
c)
157.5
d)
165
13.
Berenice wilt weten wat het oppervlakte van haar ov chipkaart is. Een ov chipkaart heeft een lengte van 8 cm en een breedte van 4 centimeter. Hoeveel vierkante centimeter is het oppervlakte van haar ov chipkaart?
a)
3.2
b)
32
c)
320
d)
3200
e)
32000
14.
Auke moet de vloer van de jumbo dweilen. De jumbo heeft een totaal oppervlakte van 160 vierkante meter. De dweilmachine gaat met een snelheid van 1,5 vierkante meter per seconde. Hoeveel seconden zal Auke erover doen om de hele jumbo te dweilen? (Schappen bestaan niet bij deze vraag)
a)
106.7
b)
124.2
c)
154
d)
240
15.
Azra heeft een houten blokje met een inhoud van 1 decaliter. Ze zegt: “dit is gelijk aan 1 kubieke meter, want het is 1 stapje terug naar liter, en dat is hetzelfde als 1 kubieke decimeter, en dan is het weer 1 stapje verder naar kubieke meter.” Heeft ze gelijk?
a)
Ja, Azra heeft gelijk
b)
Nee, Azra heeft geen gelijk
16.
Kimberly heeft een pak yoghurt van 1 liter. Zij wil dit verdelen over 5 schaaltjes. Hoeveel centiliter gaat er in elk schaaltje?
a)
5
b)
20
c)
50
d)
100
e)
200
17.
Esra wil weten hoeveel ruimte haar rugzak heeft. Ze stopt er boeken in totdat hij vol zit. De boeken hebben allemaal dezelfde maat. Uiteindelijk passen er 8 boeken in met de volgende dimensies: 2,3 centimeter hoog, 26 centimeter breed en 48 centimeter lang. Hoeveel liter past er in de tas van Esra?
a)
22
b)
23
c)
24
d)
25
e)
26
18.
Sanne gaat een muur schilderen. De muur is 3 meter hoog en 9 meter lang. De verflaag is 0,2 millimeter dik. In een pot verf zit 3 liter verf. Hoeveel potten verf heeft Sanne nodig?
a)
0.5
b)
2
c)
2.5
d)
3
19.
Ricardo houdt erg van wandelen. Op een mooie zomerse dag ziet hij een park. In dit park kan je een rondje lopen van 17 hectometer. Ricardo besluit dit rondje 12 keer te lopen. Hoeveel kilometer zal hij dan afleggen?
a)
0.71
b)
1.42
c)
7.84
d)
15.5
e)
20.4
20.
Corwin is druk bezig met feedback geven. Terwijl hij typt leggen zijn vingers gemiddeld een afstand af van 5 millimeter per toets. Hij geeft per persoon feedback met een totalen lengte van 1000 toetsen. Er zijn 19 studenten in de klas. Hoeveel meter hebben zijn vingers afgelegd?
a)
23
b)
56
c)
75
d)
85
e)
95
Reset
